Home

Nieuwe openbare dossiers: paniek om dagvaarding Juliana en slecht nieuws voor nabestaanden na WOII

Van informatie over naoorlogse ontsnappingsroutes voor nazi’s tot paniekerige telegrammen over een dreigende rechtszaak tegen de koningin: vrijdag kwamen er weer duizenden archiefstukken vrij voor het publiek.

is wetenschapsredacteur van de Volkskrant en schrijft over gezondheid.

Een redacteur van het blad Arts en Auto wil voor het kerstnummer van 1972 een artikel schrijven over de Spyker, en daartoe zou hij van de Rijksvoorlichtingsdienst graag inlichtingen hebben over de door het hof aangeschafte sportauto’s. De redacteur zou ook blij zijn met informatie over de Gouden Koets, voor een volgende aflevering van zijn autorubriek.

Het is zomaar een briefje in een van de duizenden dossiers die vrijdag, tijdens Openbaarheidsdag 2026, in het Nationaal Archief zijn vrijgegeven voor het publiek. Van vuistdikke ordners over communisten die in de jaren vijftig werden beloerd door de Binnenlandse Veiligheidsdienst tot een vermakelijk mapje met brieven aan de koningin. Een selectie.

Een dagvaarding voor Juliana

De pers is eerder op de hoogte dan het koningshuis, en dat leidt tot paniekerige telegrammen van minister van Binnenlandse Zaken Wilhelm Friedrich de Gaay Fortman. ‘Kunt u mij inlichten wat er waar is van de krantenberichten dat een Indiaanse groepering de koningin in Paramaribo zou hebben gedagvaard?’, schrijft hij in juli 1975 aan de gouverneur van Paramaribo. Antwoord terug, een dag later: ‘Van dagvaarding hier niets bekend.’

Kort daarop blijkt er wel degelijk sprake van een gerechtelijke procedure: de Indiaanse Raad heeft Juliana en de minister-president gedagvaard wegens de schending van de rechten van de oorspronkelijke inwoners van Suriname. De Raad eist compensatie.

De vordering wordt op procedurele gronden afgewezen. Maar die uitspraak moet het kabinet óók weer eerst in de krant lezen. Dus volgt opnieuw een telegram naar Suriname: ‘Ik kan moeilijk uitspraak kort geding in krantenknipsel aan de koningin aanbieden. Stop. Is het mogelijk mij spoedigst doen toezenden vonnis.’

Ontsnappingsroutes voor nazi’s

De eigenaar van een tweedehandsboekenwinkel in de Utrechtse Mariastraat zou beschikken over een lijst met duizend namen van politieke delinquenten die naar Argentinië willen. ‘Waaronder vele afgerichte soldaten’, meldt het briefje uit april 1947.

Ontsnappingsroutes voor nazi’s en collaborateurs hebben in de naoorlogse jaren de volle aandacht van inlichtingendiensten. Gesproken wordt van ‘de fanatiekste politieke desperado’s’, die via Antwerpen en Spanje naar Zuid-Amerika willen ontkomen.

Marechaussees zijn geïnfiltreerd in een extremistische politieke organisatie die vermoedelijk georganiseerde hulp biedt aan deserteurs, zo valt te lezen in ‘zeer geheime’ brieven aan de centrale veiligheidsdienst.

In het dossier staan duizenden namen van verdachte personen. Ze gaan over een meisje in café de Driesprong dat gevluchte politieke gevangenen zou ontvangen. Over een sigarenimporteur in Antwerpen die voor onderdak en geld schijnt te zorgen. Over het telefoonnummer 87136 in Amsterdam, dat te maken zou hebben met een ‘escapelijn’ voor Duitse krijgsgevangenen.

Af en toe wordt een succesje gemeld. Een landarbeider uit Zeeland is gepakt: hij had al plannen om uit te wijken naar het buitenland ‘en daartoe geld geleend van zijn vader’.

‘Lieve Koningin, hier komen mijn vragen’

In januari 1972 stuurt de particulier secretaris van koningin Juliana een brief aan de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) over een cover van het tijdschrift Nieuwe Revu, die hem ‘bepaald niet in gunstige zin’ heeft getroffen. Wat daarop te zien is wordt niet duidelijk, maar het zit de secretaris zo hoog dat hij de RVD verzoekt om contact te leggen met de hoofdredacteur.

In het dossier zit een kattebelletje van het gesprek met de hoofdredacteur over het gewraakte coverbeeld: ‘Lijkt op de koningin. Is fotomodel in Amsterdam. Speciaal zo opgemaakt.’

De hoofdredacteur was in die tijd nog opmerkelijk meegaand en stuurde, zo valt te lezen, per brief de naam en het adres van het fotomodel in kwestie en de fotograaf. Zaak afgedaan.

Verder bevat het dossier van de RVD tientallen verzoeken van kinderen die een spreekbeurt willen houden. ‘Mijn moeder vindt mij brutaal maar ik probeer het gewoon. Hier komen mijn vragen.’

Plus een verzoek van het hoofd van de afdeling jeugduitzendingen: of Ria Bremer, presentator van het tv-programma Stuif-es-In, koningin Juliana misschien een paar vragen mag stellen.

Het kamp is ‘volkomen uitgeplunderd’

Op 2 maart 1948 krijgt de vader van een in Duitsland vermoorde jongen nieuws over diens laatste bezittingen. De eigendommen waren, zo valt te lezen in een brief van de afdeling repatriëring en opsporing vermiste personen, samen met andere nalatenschappen in een afgesloten ruimte opgeslagen. Daar zijn ze ‘ontvreemd en niet meer teruggevonden.’

Dat treurige nieuws moeten meer nabestaanden verstouwen. In de krant hebben ze gelezen dat de eigendommen van hun gestorven geliefden nog ergens te vinden zouden zijn. Dus melden ze zich bij het ministerie van Sociale Zaken, met opgave van de bezittingen waarmee hun echtgenoot of zoon is vertrokken.

Soms is er goed nieuws, maar het dossier bevat ook vele tientallen afwijzingen. Het kamp waar haar man heeft gezeten is ‘volkomen uitgeplunderd’, schrijft het ministerie aan de weduwe van een verzetsman.

Het Rode Kruis meldt een paar jaar na de oorlog dat in een kluis in Königswinter de nalatenschap is aangetroffen van ene Jan van der Graaf, bestaande uit onder meer geld, een paspoort en sleutels. De Militaire Missie te Berlijn doet onderzoek. In het dossier zit het briefje naar de weduwe: de nalatenschap is niet meer in de kluis aanwezig.

Surinaams extremisme

In de Cotton Club in Amsterdam, ‘een enigszins obscure gelegenheid’, hebben twee Surinamers, een trompettist en een los werkman, overlegd over het besmeuren van het beeld van koningin Juliana op Curaçao. Het is een koddige mededeling, ruim zeventig jaar na dato.

Dat geldt voor veel verslagen in het dossier over het zogeheten Surinaamse extremisme. In de jaren vijftig en zestig worden Surinamers in Nederland door de Binnenlandse Veiligheidsdienst in de gaten gehouden, vooral als ze zich uitspreken tegen racisme en westers kolonialisme.

Van het complete Surinaamse verenigingsleven is indertijd de doopceel gelicht, zo valt te lezen. Verenigingsbladen zijn doorgenomen, bestuurswisselingen bijgehouden en bijeenkomsten afgeluisterd.

Zelfs een bijeenkomst van het Surinaams verbond in oktober 1959 is als verdacht aangemerkt: een Surinaamse geneesheer heeft er een lezing gehouden over bijgeloof.

Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next