Home

Pedro Sánchez: de premier die na eindeloos vallen altijd weer op weet te staan

Pedro Sánchez De Spaanse premier is in het buitenland populairder dan in eigen land, waar (corruptie)schandalen zijn naasten en partijgenoten blijven achtervolgen. Na het kerstreces staat de politieke overlever opnieuw zwaar onder druk.

De Spaanse premier Pedro Sánchez verlaat het podium na een speech in Baskenland in oktober.

Pedro Sánchez moet moeite doen om boven het gejoel uit te komen. „Thank you, my friends”, zegt hij met een glimlach. „Muchas gracias.” Met in suède gestoken armen stelt hij de microfoon een paar keer naar boven bij. Daarna laat hij zijn handen rusten op de katheder voor hij, nog steeds breed lachend, aan zijn Engelse toespraak begint. 

Als een van de langstzittende regeringsleiders in de Europese Unie, én een van de weinige sociaaldemocratische premiers, is de Spaanse premier Sánchez op het congres van de Partij van Europese Socialisten in de Amsterdamse Beurs van Berlage als een rockster onthaald. Het contrast met zijn impopulariteit in eigen land kan bijna niet groter. Eind november gingen tienduizenden in Madrid de straat op om zijn aftreden te eisen. Hij worstelt al jaren met corruptie-aantijgingen aan het adres van naaste medewerkers, zijn vrouw en zijn broer. Recent kwamen daar beschuldigingen bij van seksueel grensoverschrijdend gedrag door partijgenoten, en een pijnlijke verkiezingsnederlaag in het van oudsher socialistische bolwerk Extremadura.

Het gemor heeft ook zijn eigen partij bereikt, waar verschillende prominenten om een koerswijziging vragen. Na het kerstreces wacht de Spaanse premier dus een roerig politiek jaar. Toch is het niet ondenkbaar dat hij overeind blijft. Sánchez weet crisis na crisis te overleven en staat al zevenenhalf jaar aan het hoofd van de Spaanse regering. Hoe kan dat? 

Basketbal

Pedro Sánchez werd in 1972 geboren en groeide op in de Madrileense wijk Tetuán. Zijn vader was ambtenaar bij het ministerie van Cultuur en werd later eigenaar van een verpakkingsbedrijf, zijn moeder was ook ambtenaar en studeerde later rechten. Sánchez ging naar een openbare middelbare school, speelde basketbal en bracht een paar weken door in Dublin om zijn Engels te verbeteren. 

Na zijn studie economie en bedrijfskunde in Madrid behaalde Sánchez mastertitels in politieke economie aan de Vrije Universiteit van Brussel (1998) en bestuurskunde aan de Universiteit van Navarra (2002). Tussendoor werkte hij als consultant in New York, in het Europees Parlement in Brussel en als kabinetschef van de Hoge Vertegenwoordiger in Bosnië. Diens bureau zag toe op de uitvoering van het vredesakkoord van na de Bosnische oorlog.

De Hoge Vertegenwoordiger zelf, een vriend van zijn vader, vroeg Sánchez naar de Bosnische hoofdstad Sarajevo te komen. „Toen hij aankwam, was hij een beetje bang”, zei de woordvoerder van de delegatie eens tegen de Spaanse krant El País. „Hij kwam uit New York en Brussel, en alles was daar [in Sarajevo] een puinhoop.” De ervaring was belangrijk voor zijn latere loopbaan, zegt analist Héctor Sánchez Margalef (geen familie) van denktank CIDOB in Barcelona telefonisch. „In Bosnië zag hij de impact van internationaal optreden met zijn eigen ogen en werd hij zich bewust van het belang van internationaal beleid.”   

Na deze omzwervingen stelde Sánchez zich in 2003 kandidaat voor de gemeenteraad van Madrid namens de Socialistische Arbeiderspartij (PSOE), waarvan hij op 21-jarige leeftijd lid was geworden. Hij werd net niet verkozen, maar kwam een jaar later toch in de raad nadat twee anderen hun zetel opgaven. Toen hij na een paar jaar — inmiddels vader van twee dochters — de overstap wilde maken naar de landelijke politiek, gebeurde hetzelfde: pas na de pensionering van een ander kon hij plaatsnemen in het Congres van Afgevaardigden. 

Twee jaar later, in 2011, raakte hij zijn zetel alweer kwijt, omdat de PSOE verloor bij de landelijke verkiezingen en zijn kiesdistrict Madrid slechts tien mensen mocht afvaardigen. Sánchez was elfde op de lijst. Hij besloot daarop zijn promotieonderzoek naar de Spaanse publieke sector af te ronden, aan de particuliere universiteit Camilo José Cela waar hij ook economie doceerde. Begin 2013 heroverde hij een parlementszetel, opnieuw na het vertrek van een ander. 

De net verkozen partijleider Pedro Sánchez spreekt de PSOE toe in Madrid, op 27 juli 2014.

Na dit hobbelige begin van zijn politieke carrière was de verbazing binnen de PSOE groot toen Sánchez zich in 2014 kandidaat stelde voor het partijvoorzitterschap, zeker omdat er twee veel bekendere kandidaten waren. Maar Sánchez was vastberaden en had het geluk aan zijn zijde: Susana Díaz, de rijzende ster van de partij, besloot haar kandidatuur in te trekken en Sánchez te steunen, vanwege haar politieke vete met tegenkandidaat Eduardo Madina. Plotseling stond de voor velen onbekende econoom aan het hoofd van de partij. 

Bij vervroegde verkiezingen in 2016 werd de conservatieve Partido Popular (PP) weer de grootste. „Nee is nee”, bleef Sánchez vervolgens zeggen over steun aan een minderheidsregering van de PP. Zijn partijgenoten wilden wel samenwerken om de politieke impasse te doorbreken. Op een ingelast congres zeiden zij het vertrouwen in Sánchez op.

Peugeot 407

Tijdens enkele bezinningsweken aan de Californische kust bedacht Sánchez een nieuw plan. Eenmaal thuis stapte hij in zijn zwarte Peugeot 407 om 30.000 kilometer dwars door Spanje te rijden, een land dat van noord tot zuid zo’n duizend kilometer lang is, om met zoveel mogelijk burgers en partijleden te praten. Met een reputatie van vasthoudend politicus én duizenden nieuwe fans klopte hij weer aan in Madrid. Daar won hij in mei 2017 de lijsttrekkersverkiezing van Susana Díaz, aan wie hij zijn vorige overwinning te danken had.

Nadat de rechter voorjaar van 2018 aan enkele PP-kopstukken jarenlange celstraffen had opgelegd wegens corruptie, diende Sánchez een motie van wantrouwen in tegen premier Mariano Rajoy. Een opmerkelijke stap: als zo’n motie wordt aangenomen moet de indiener volgens de Spaanse grondwet een nieuwe regering vormen, maar zover was het nog nooit gekomen. 

Tot in de top van de PSOE bestonden er grote zorgen, maar Sánchez liet zich niet van de wijs brengen. Geholpen door de onvrede over Rajoy wist hij zelfs de Catalaanse en Baskische separatisten te overtuigen om mee te stemmen. De motie werd aangenomen. Zo bereikte Sánchez na vijftien jaar vallen en opstaan zonder verkiezingen het premierschap. De niet-gelovige Sánchez legde als eerste Spaanse regeringsleider de eed van trouw aan de koning af zonder Bijbel. 

El País verklaart het uiteindelijke succes van Sánchez uit een combinatie van geluk, hard werken en absoluut zelfvertrouwen. „Hij is een sterke, slimme en strategische politicus”, zegt directeur Diego López Garrido van de Madrileense denktank Fundación Alternativas in zijn werkkamer. „Hij weet hoe belangrijk het is om compromissen te sluiten en is er ook goed in.” Op het bureau van de jurist en ex-staatssecretaris namens de PSOE (2009-2011) ligt een stapel kranten, The New York Times bovenop.

Aanvankelijk bestond er weinig vertrouwen in de onverwacht tot stand gekomen eerste regering-Sánchez, die pro-Europees was en meer vrouwen dan mannen telde. Rechtse politici noemden Sánchez „een kraker” van de ambtswoning La Moncloa, The Guardian voorspelde dat „de huwelijksreis kort zou duren”. Niets bleek minder waar. 

Internationale politiek eerst

Met Pedro Sánchez kreeg Spanje voor het eerst een premier die de Engelse taal beheerst, zegt analist Sánchez Margalef. De internationale ervaring en belangstelling van de premier veranderden de voorheen voornamelijk op het binnenland gerichte houding van Spanje: „Sánchez denkt dat je verkiezingen kunt winnen door internationale politiek op de eerste plaats te zetten.” 

Anders dan zijn voorgangers kon Sánchez zich zo’n houding ook veroorloven, zegt politicoloog Ignacio Molina van de Madrileense denktank Real Instituto Elcano in zijn werkkamer: „De twee premiers voor hem waren minder geïnteresseerd in het buitenland, maar hadden er ook weinig ruimte voor vanwege de financiële en de Catalaanse crisis” – in 2017 hield de regionale regering van Catalonië een onafhankelijkheidsreferendum, dat door de landelijke regering illegaal werd verklaard.

In zijn eerste jaren als premier weet Sánchez ruim tweehonderd wetten door te voeren. Hij zorgt voor een kostbaar sociaal vangnet tijdens de coronacrisis en laat de overblijfselen van dictator Franco verwijderen uit de Vallei der Gevallenen — een lang gekoesterde wens van links. Ondertussen profileert hij zich internationaal steeds duidelijker. Vroeg in de pandemie neemt Spanje samen met Nederland het initiatief voor het coronaherstelfonds. Premier Sánchez had de sterke overtuiging dat de Europese landen op een solidaire manier uit deze crisis moesten komen, zegt Sánchez Margalef, zonder dat noordelijke lidstaten zuidelijke landen de wet voorschreven zoals tijdens de financiële crisis. „Sánchez was niet van plan om te accepteren dat Spanje weer allerlei maatregelen opgelegd zou krijgen.” 

Tijdens een vergadering van de Europese Raad over de fors gestegen energieprijzen in het voorjaar van 2022 liep Sánchez weg omdat hij vond dat de andere landen te weinig oog hadden voor de Spaanse situatie, zegt Sánchez Margalef. „Zoiets had Spanje nog nooit gedaan, maar het werkte. Het laat zien hoe Spanje is veranderd van een rule taker op het internationale toneel in een rule maker.”  

Na de verkiezingen van 2023 wordt het ingewikkelder. Rechts behaalt geen meerderheid, maar voor een linkse meerderheid heeft Sánchez steun van separatistische partijen nodig. De prijs die hij daarvoor betaalt is hoog: het parlement voert een amnestiewet in die ongeveer vierhonderd separatisten gratie verleent. Lang niet iedereen in de PSOE was het met die beslissing eens, zegt oud-staatssecretaris López. Velen waren ook verrast: Sánchez sprak zich eerder uit tegen amnestie voor de Catalaanse separatisten die betrokken waren bij het illegaal verklaarde referendum in 2017. López: „Sánchez is duidelijk een pragmaticus, geen ideoloog. Deze beslissing maakte wel een regering mogelijk.”

Premier Pedro Sánchez in het Congres van Afgevaardigden op 26 november 2025.

De afhankelijkheid van de gedoogsteun van meerdere separatistische partijen beperkt de slagkracht van de regering. Sinds 2023 is het bijvoorbeeld niet meer gelukt om een nieuwe begroting aan te nemen. In oktober 2025 trekt de Catalaanse partij Junts bovendien de gedoogsteun in, waardoor Sánchez zijn toch al wankele meerderheid kwijt is.

Ondertussen zijn de politieke verhoudingen verzuurd. „Rechts probeert hem neer te halen, ongeacht wat hij doet”, zegt López. Maar rechts vindt geen meerderheid voor een motie van wantrouwen. „Ook voor een rechtse meerderheid zijn separatistische partijen nodig, maar die willen niet met nationalistische rechtse partijen samenwerken.”

Internationaal blijft Sánchez zich, gesterkt door zijn jarenlange ervaring, autonoom opstellen. Spanje besloot Palestina bijvoorbeeld al in 2024 te erkennen, een jaar voor veel Europese landen die stap namen. „De steun voor Gaza was duidelijk onder de Spaanse bevolking”, zegt Molina. „En het was een politiek slimme zet, omdat hij het onderwerp zo wegkaapte van de meer pro-Palestijnse coalitiepartner Sumar”, zegt Sánchez Margalef. 

Sánchez verzet zich voorjaar 2025 ook als enige Europese regeringsleider openlijk tegen de nieuwe NAVO-verplichting om 5 procent van het bruto binnenlands product aan defensie uit te geven, tot ongenoegen van de Amerikaanse president Trump. „Ik denk niet dat hij er spijt van heeft”, zegt Molina. „Hij weet dat hogere defensie-uitgaven onbespreekbaar zijn voor links in Spanje, zeker omdat Spanjaarden de Russische dreiging niet voelen. En hij weet dat het voor de VS lastig is om Spanje te sanctioneren, als onderdeel van de EU en de NAVO. Bovendien hebben de VS twee militaire bases in Spanje.” De politicoloog ziet wel een risico: „Je moet geen outlier worden.” 

Corruptie

Na een vijfdaagse bedenkperiode die hij inlaste toen ook zijn vrouw werd beschuldigd van corruptie, vanwege vermeende banden met bedrijven die opdrachten zouden hebben gekregen van de staat, besloot Sánchez in 2024 aan te blijven als premier. De aantijging lag voor hem zeer gevoelig omdat hij de PP op dit onderwerp zo hard had aangepakt.

Dit jaar maakte hij bekend ook als partijleider van de PSOE de verkiezingen van 2027 in te willen gaan. Hij voelt zich gesterkt door de forse economische groei van Spanje en zijn succes op het internationale toneel. Maar aan de binnenlandse onrust lijkt geen einde te komen. Een corruptiezaak tegen drie partijgenoten, onder wie de voormalig minister van Transport, loopt nog steeds. De beschuldigingen van seksueel grensoverschrijdend gedrag door PSOE-prominenten, onder wie regionale leiders en burgemeesters, zijn een pijnlijke zaak voor een partij die zich al jaren zegt in te zetten voor vrouwenrechten. En na de grote verkiezingsnederlaag in Extremadura vorige maand zijn er zelfs partijgenoten die van Sánchez af willen.

In zijn eindejaarstoespraak benadrukte Sánchez zijn toewijding aan correct bestuur, maar sloot hij door de oppositie gevraagde vervroegde verkiezingen uit. Sánchez Margalef: „De peilingen zijn op dit moment niet gunstig, maar hij heeft eerder tegen de verwachtingen in gewonnen. Een verrassende comeback kan niet worden uitgesloten.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Europa

Europaredacteuren praten je bij over de belangrijkste ontwikkelingen in de EU

Source: NRC

Previous

Next