Paul van Zuijlen | hoofd Brandwondencentrum Beverwijk Als arts in opleiding behandelde Paul van Zuijlen de slachtoffers van de brand in het Volendamse café ’t Hemeltje. Nu staat hij klaar om slachtoffers van de brand in het Zwitserse skioord Crans-Montana op te vangen.
Paul van Zuijlen, plastisch chirurg en hoofd van het Brandwondencentrum Beverwijk.
„Een bizar en noodlottig toeval.” Paul van Zuijlen, destijds arts in opleiding op de afdeling plastische chirurgie bij Brandwondencentrum Beverwijk, gaf de afgelopen tijd meerdere interviews waarin hij terugblikte op de nieuwjaarsbrand in het Volendamse ’t Hemeltje — dit jaar 25 jaar geleden. Hij vertelde over rijen slachtoffers. Over de intensive care die vol lag. Over de lessen die de brandwondenzorg ervan geleerd had.
En net toen hij dacht dat zijn laatste interview gepubliceerd was, werd Van Zuijlen door een collega gebeld over ‘Zwitserland’. In skioord Crans-Montana was in een bar een brand uitgebroken. Inmiddels, anderhalve dag na het incident, is duidelijk dat circa veertig mensen zijn omgekomen en meer dan honderd gewond geraakt. Ruim twintig gewonden zijn voor meer dan 60 procent verbrand – dat is levensbedreigend.
Van Zuijlen, inmiddels medisch directeur van het brandwondencentrum in Beverwijk, schoot meteen in actie. Zijn ziekenhuis heeft, net zoals het Maasstad Ziekenhuis in Rotterdam en het Martini Ziekenhuis in Groningen, aangeboden slachtoffers op te vangen. In totaal zijn zes Nederlandse bedden beschikbaar.
„Er moet een hoop afgestemd worden”, zegt Van Zuijlen. Hoeveel bedden zijn er vrij? Kunnen we die ook aanbieden? Gaat de minister akkoord? „Het lukte nu om in no time klaar te staan om hulp aan te bieden.”
Zover bekend zijn er geen Nederlanders onder de slachtoffers. Mocht Zwitserland daadwerkelijk een beroep doen op Nederland, dan zullen slachtoffers waarschijnlijk per vliegtuig vervoerd worden. Dat is „tricky”, zegt Van Zuijlen.
„Als je opstijgt daalt de luchtdruk in de cabine. Hierdoor kunnen de longen vollopen met vocht.” Toch wordt in dit soort situaties bijna altijd voor vliegen gekozen. „Je wil zo snel mogelijk behandelen.”
In de eerste paar dagen is het vooral belangrijk dat iemand overleeft, zegt Van Zuijlen. En dus kijkt een arts „verder dan brandwonden” alleen. In de ergste gevallen zijn die „niet het meest dodelijk”. Soms zijn de luchtwegen zélf verbrand, die moeten dan met een buisje gezekerd worden zodat iemand kan blijven ademen. De grote hoeveelheid vocht die iemand ‘lekt’ vormt ook een risico. „Soms moet je iemand in een nacht wel 20 liter vocht toedienen.”
De eerste dagen kun je wonden de kans geven om zelf te genezen, zegt Van Zuijlen. Maar derdegraads brandwonden – waarbij zowel de opperhuid als de lederhuid verbrand zijn – herstellen nooit uit zichzelf. Met operaties kan ‘goede’ huid van het lichaam gebruikt worden om de beschadigde delen ‘dicht’ te krijgen.
Populaire locaties hiervoor zijn het bovenbeen en de hoofdhuid. Klinkt gek, die laatste optie, maar „dan scheer je iemand kaal en zodra het haar weer terug gegroeid is, zie je de littekens niet meer.” Cru gegeven: als iemand meer brandwonden heeft, heeft ‘ie per definitie ook minder goede huid om die brandwonden mee te behandelen. Donorhuid kan slechts tijdelijk helpen. „Dat werkt goed als ‘verband’, maar je lichaam zal dat uiteindelijk altijd afstoten.”
Het kan maanden duren voordat iemand het ziekenhuis verlaat. „Een lichaam dat 80 procent verbrand is krijg je niet zomaar ‘dicht’.” Vaak krijgt iemand infecties. Na een coma moeten de spieren aansterken. En dan zijn er de littekens. „Die gaan nooit meer weg.” Dat heeft ook een psychologisch effect.
De brand in Zwitserland is, zegt Van Zuijlen, een ”extreem” contrast. Feest, en dan in één keer het zwartste wat je je maar kunt voorstellen. Maar net zoals in Volendam laat de arts het leed niet te veel onder zijn huid kruipen. „Het feit dat mensen vreselijk letsel hebben, daar kan ik niks aan doen. Waar ik wel wat aan kan doen: helpen ze beter te maken.”
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC