Home

Lezersreacties: ‘Sociaal-emotioneel noodplan? Zoek iemand op die voor 1980 geboren is’

Het jaar 2025 stond in het teken van oorlogsdreiging, mondiale crises en voorbereiding op noodsituaties. De Volkskrant vroeg lezers om zijn of haar sociaal-emotioneel noodplan voor 2026 te delen. Een kleine greep uit de reacties.

Huisgenoten

Kijk, ik woon in een studentenhuis. Als student heb ik altijd de neiging (gehad) om dingen uit te stellen tot het laatste moment, de oh zo beruchte deadline. Helaas heeft het aanschaffen van een noodpakket geen concrete deadline en is het juist handig om die zo snel mogelijk in huis te halen. Wel heb ik voor de zekerheid een paar flessen water ingeslagen, maar met die daad ben ik nu waarschijnlijk al de meest voorbereide persoon in huis.

Na wat willekeurige huisgenoten gepeild te hebben ben ik namelijk tot de conclusie gekomen dat we voor 72 uur niet helemaal voldoende voorbereid zijn. Toen ik ernaar vroeg zei een huisgenoot dat ze misschien nog een paar crackers had. Voldoende water had ze niet. Een andere huisgenoot had geen water, maar wel bier. Voor sommige huisgenoten is het nog een optie om naar familie te fietsen die wel netjes een noodpakket in huis hebben.

Anderen zijn echter volledig afhankelijk van onze beperkte voorraad. In ieder geval ga ik me niet vervelen, daar heb ik mijn huisgenoten wel voor.
Paco Soentken, Zeist

Leren

Op straat, in huis, op het werk, in het openbaar vervoer, zelfs in de auto, echt overal staren mensen als verdoofd naar hun telefoonscherm. Gebocheld, in hun eigen bubbel scrollen ze van het ene naar het andere onzinnige filmpje dat zeker niet langer dan een minuut mag duren. De aandachtspanne is immers kort, het algoritme meedogenloos.

Opgegroeid in de analoge jaren zeventig, hoop ik eigenlijk stiekem op het uitvallen van het internet. Voor hen die later zijn geboren: als het internet uitvalt, en de eerste golf van paniek wegebt, adem dan rustig in en uit.

Zoek nu als eerst iemand op die voor 1980 geboren is, maar dat moet dan wel analoog; ga naar die persoon toe. Een appje sturen werkt nu niet, helaas. Je hebt gelijk wel de zwaarste stap genomen: echt contact maken. Proficiat!

Die persoon kan jou dan uitleggen wat contant geld is, hoe je Mens-erger-je-niet speelt in plaats van Candy Crush, hoe je een fikkie stookt en hoe je een vis vangt. Of hoe je een blik opent, nu Thuisbezorgd niet komt.

Hij of zij zal je een papieren boek tonen, misschien wel een kookboek of een wegenkaart mocht je uit huis gaan. Je gaat leren een band te plakken, misschien wel hoe een vlot of een hut te timmeren. Hoe een kaars werkt en dat je nu maar moet stoppen met vapen, nu opladen niet lukt.

Je gaat leren hoe je touwtje springt, een hinkelbaan maakt en misschien wel hoe je contact kunt maken door gewoon naar iemand toe te gaan, woorden te gebruiken, te luisteren en wie weet komt er wel een glimlach op je gezicht en vertel je jaren later: ‘Weet je nog, toen het Internet uitviel?’
G. Schurink, Volendam

Hoop

Een sociaal‑emotioneel noodplan begint voor mij niet bij angst, maar de vraag: voor wie ben ik er als het misgaat? In een wereld van oorlogstaal, klimaatstress, cyberaanvallen en onvoorspelbare politiek kies ik voor iets eenvoudigs: zorg voor elkaar.

In 2026 probeer ik drie zaken te borgen.

Ten eerste: verbondenheid. Een kleine kring van mensen met wie ik regelmatig echt spreek, ook als er geen crisis is. Zo ontstaat vertrouwen voordat het nodig is.

Ten tweede: mentale veerkracht. Ruimte voor rouw, twijfel en angst, maar ook de discipline om nieuwsconsumptie te begrenzen en dagelijks iets kleins te doen wat zin geeft: helpen, delen, troosten.

Ten derde: hoop als praktijk. Niet als naïef optimisme, maar als gezamenlijke keuze om te blijven bouwen aan rechtvaardigheid, inclusie en duurzaamheid, ook in het klein: een buur, een team, een klas.

Als systemen wankelen, blijven we elkaars noodvoorziening. Mijn plan voor 2026 is simpel: niemand hoeft het alleen te doen.
Martijn van der Weide, Rhenen

Tien dozen

Ik ben al jaren geleden begonnen met het aanleggen van noodpakketten. Ze waren allemaal (een stuk of tien) gevuld met woede, frustratie, ongeloof, wantrouwen, zwaarmoedigheid, cynisme én met een door onze onmachtige regering aangewakkerde angst.

Maar mijn laatste pakket in mijn voornoemde verzameling was vooral en tot de rand, gevuld met onmacht. Nadat ik weer een bericht las over onbegrijpelijke acties en plannen van deze en gene president of machtswellustig ego en op het punt stond de doos met onmacht uit de opslag te halen om die verder te vullen, bedacht ik me.

Ik haalde alle tien dozen uit de opslag, keerde ze één voor één om en vulde, een nu leeggekomen doos, met vriendelijkheid, behulpzaamheid, luisteren, aardigheid, humor en liefde. Het is soms best lastig die noodvoorziening op peil te houden, maar nood breekt wet.
Martin Bos, Ulvenhout

Vogels

Eén laatje in mijn denkbeeldige overlevingskabinet reserveer ik voor de vogels. Vogels kunnen je laten opveren uit de misère, zelfs wanneer die alomtegenwoordig is. Vogelvreugde kost geen cent. Kijk om je heen en je wordt blij.

Dankzij Maarten ’t Hart weet iedere Nederlander dat regenwulpen zich in een vlucht voortbewegen. Dat spreeuwen wolken vormen is ook bekend. Maar dat je een groep eenden in het water een vlot noemt?

Kippen in groepsverband heten een toom. Meeuwen zijn nauwelijks in toom te houden, daarom spreken vogelkundigen van een geruzie meeuwen. Meerdere uilen bij elkaar zijn een parlement en een verzameling kalkoenen is een bende. Een troep eksters duid je aan met tijding en een gezelschap vinken heet een charme. Waarom is onduidelijk, maar als patrijzen samenscholen spreek je van een klucht.

De mooiste naam voor een vogelgroep is het boeket fazanten en de onheilspellendste een moord kraaien. Hiermee zijn we aangekomen bij het nutteloze vogelfeitje dat zelfs de somberste sombermans zal opmonteren: vogelkundigen rekenen kraaien tot de zangvogels. De kraai een zangvogel! Dit bewijst natuurlijk dat ornithologen zélf vreemde vogels zijn, maar ook dat je, hoe groot de rampspoed ook is, altijd hoop moet houden… want werkelijk níets is onmogelijk.
Boudewijn Otten, Groningen

Buren

Water, wc-papier en een zaklamp. Allemaal items om het in geval van een noodsituatie 72 uur vol te houden. Toch gaat het in een crisissituatie niet alleen om wat je in huis hebt, maar ook om bij wie je zonder aarzeling kunt aankloppen.

Toen we nieuwe buren van Koerdische afkomst kregen, ging mijn Iraakse vader bij hen langs om een kopje suiker te vragen. Simpelweg om onze nieuwe buren het gevoel te geven dat ze altijd bij ons terechtkunnen, legde hij uit. Want als je bij elkaar kan aankloppen voor iets simpels, wordt de stap kleiner om elkaar te helpen wanneer dat nodig is.

Een goede buur is namelijk beter dan een verre vriend. Wat mij betreft begint een noodplan met iets kleins, zoals even aanbellen. Want voorbereid zijn doen we samen.
Dema Elya, Hellevoetsluis

Poëzie

In een emotioneel noodplan voor 2026 mag een stevige portie poëzie natuurlijk niet ontbreken. Dus stop naast een blik bonen en een wc-rol ook een paar favoriete dichtbundels in je noodpakket. Een klassieke versregel als ‘De zachte krachten zullen zeker winnen’ uit een sonnet van Henriette Roland Holst-van der Schalk helpt je er weer bovenop.

Een strofe als ‘Poëzie is een daad / van bevestiging. Ik bevestig / dat ik leef, dat ik niet alleen leef’ van Remco Campert houdt de moed er ook zeker in. En mochten de bonen op zijn, dan kun je altijd nog denken aan de ‘jonge sla in september’ van Rutger Kopland.
Onno-Sven Tromp, Amsterdam

Geen ChatGPT

Het aankomende jaar is net als elk voorgaand jaar weer volgens veel tijdschriften en nieuwspagina’s zoals CNN als een ‘keerpunt’ beschreven. Toch maak ik me dit keer meer zorgen dan voorgaande jaren.

Ik zit nu in mijn examenjaar en denk veel na over mijn studiekeuze en carrière. Maar welke van mijn passies wordt er nou niet vervangen door AI?

Reclames worden ‘gefilmd’ door Sora, posters worden ‘ontworpen’ door Midjourney en de volgende generatie ict’ers
‘programmeren’ door het aan ChatGPT te vragen. Deze loopbaan-blokkade, die veel creatieve jongeren zoals ik ervaren, is pijnlijk, zeker in combinatie met de overheid die ons steeds verteld om eten en geld op te sparen voor noodpakketten en een groeiende conservatieve cultuur die de vrijheid en gelijkheid van gender, etniciteit en geaardheid probeert af te breken.

Jezelf zijn wordt op elke manier moeilijker, maar toch zal ik in 2026 blijven leven op mijn manier, niet die van ChatGPT.
Noah Koevoet, Franeker

Drie pillen

Als die vreselijke oorlog die Navo-baas Mark Rutte ons in het vooruitzicht stelt echt uitbreekt... Als ik in het plantsoen de op Marktplaats onverkoopbare stoelen moet gaan opstoken en mijn vijftienjarige kat aan het spit moet gaan roosteren om nog iets eetbaars (?) te fabrieken... Als ik alle dekbedden, dekens en jassen nodig heb om in huis warm te kunnen blijven... Of als ik vanuit mijn huis op tweehoog in een rubberen bootje moet stappen (het klimaat is er ook nog)...,

Dan zou ik graag van de overheid een klein brievenbuspakje willen ontvangen met daarin drie pillen die snel en goed hun werk doen: twee voor volwassenen, want misschien wil mijn lief er ook wel eentje. En eentje voor poes Doerak, die dan voor deze ene keer bij ons in bed mag komen liggen.

Mij lijkt dit een heel overzichtelijk noodplan voor een 75-jarige.
Noeke van Duijne, Amsterdam

Perspectief

Als overheden oproepen tot noodpakketten, denk ik aan water, batterijen en zaklampen. Begrijpelijk. Maar als ik vooruitdenk richting 2026 en verder, gaat mijn aandacht vooral uit naar iets anders: het sociaal-emotionele noodplan dat we nauwelijks benoemen.

Ik merk dat perspectief verschil maakt. In mijn afgelegen huisje in Frankrijk, ver van het dagelijkse nieuws en de Nederlandse nervositeit, oogt de wereld minder acuut bedreigend. De onzekerheden zijn er ook, maar ze voelen minder opgejaagd. Dat leert mij hoe snel angst besmettelijk kan worden — en hoe belangrijk afstand soms is.

Voor mijn (klein)kinderen wil ik daarom vooral iets anders paraat hebben dan voorraden. Het vermogen om onzekerheid te verdragen zonder te verharden. De gewoonte om niet elk alarmerend signaal onmiddellijk te vertalen naar paniek of oordeel. En het besef dat vertrouwen, aandacht en verbondenheid geen luxe zijn, maar een vorm van veerkracht.

In mijn noodplan voor 2026 en verder staan dus eenvoudige dingen: een kleine kring mensen met wie ik rustig kan spreken, tijd om informatie te laten bezinken, en momenten waarop het nieuws even zwijgt. Misschien is dat wel de kern van voorbereiding: niet alles willen beheersen, maar leren mens te blijven wanneer de wereld onrustig wordt en je even terug te trekken in je eigen wereld.
Franck Verhoeks, Overberg

Reis in vergetelheid

De tijden van nood komt men het beste door met een reis in de vergetelheid: oudtestamentische psalmen, de Oostakkerse gedichten van Hugo Claus, het verzamelde werk van Arthur van Schendel.

Als de door drones afgevuurde kogels fluitend rakelings over het hoofd scheren, stopt men twee vingers in de oren en prevelt men een kosmisch gedicht van Hendrik Marsman.

Moet men door vuile plassen waden om ergens bij een boer een mand aardappelen te halen, doe dat dan op het ritme van een sonnet Simon Vestdijk.

Als de dijken met kruisraketten worden doorboord en de kelders onderstromen, klim dan met de verzamelde bespiegelingen van Rudy Kousbroek een tree hoger.

Het door Pé Hawinkels zo prachtig vertaalde werk van Thomas Mann tempert in behoorlijke mate honger en dorst.

Tegen alle ongemakken, ten slotte, is er, diep in een broekzak, het door de kleindochter geregen snoer van zelfgemaakte kraaltjes, waarvan elk afzonderlijk bolletje staat voor een nog te verzinnen strofe, die aan geen andere eis hoeft te voldoen dan dat zij rijmt: binnenrijm, gepaard rijm, gekruist rijm, eindrijm, noem maar op.

Laten we echter, gegeven de omstandigheden, niet te streng zijn: ook het vrije vers is toegestaan.
Alex van de Kerkhof, Beuningen

Schuilplek

Voorzichtig open ik het raam en kijk naar buiten. De hemel hangt grauwgrijs over de stad, het hoost en het stormt, donker gerommel in de verte. Voor even stel ik me bloot aan ‘de gevreesde werkelijkheid’.

Mijn woning is mijn schuilplek. Alles van waarde heb ik verzameld, mijn sociaal-emotionele noodplan: houvast en troost in een grote doos.

Ik sluit het venster, stook de houtkachel op en pak de doos uit: de liefde voor mijn vriendin, de kinderen en kleinkinderen (ik verwacht hen elk moment), vijftig jaar oude vriendschappen, mijn racefiets, het lezen en schrijven (ook aan de Volkskrant), mijn gitaar, Neil Young, podcasts, GUMMBAH. Foto’s van mijn dierbaren krijgen een speciale plek.

Ik ga zitten, kijk rond en luister. Buiten raast de wind en klettert de regen, binnen zingt Neil Young: ‘Don’t let it bring you down, it’s only castles burning…’

Ik wacht niet tot het voorbij is, ik blijf gewoon nog even. En mocht bijna alles uit- en wegvallen, dan hebben we altijd elkaar nog om vast te houden. De bel gaat.
Ruud Joppen, Nijmegen

Vasthouden

Poetin wijst het zoveelste vredesvoorstel af. In Gaza is een staakt-het-vuren, maar het doden gaat door. Onze regering dringt aan op de aanschaf van noodpakketten, zodat we ons in slechte tijden minstens drie dagen zelf kunnen redden.

Mijn hoofd loopt vol met herinneringen en emoties. Daarbij staat mijn vader vooraan. Hij wenste zijn kinderen een oorlog toe, want dan zouden we pas weten wat hij had meegemaakt in WOII. Dan zouden we dankbaar zijn voor het fijne leven dat hij ons gaf.

Hoezo fijn, met al zijn geweld? De littekens zijn nooit verdwenen. En nu, in deze onrustige tijd, branden ze opnieuw. Ik kan de bommenwerpers al bijna horen, ik tril door de dreun van een muur die omvalt, voel het gruis van plafonddelen op mijn hoofd.

Op zo’n moment wil ik alleen maar dood, nu. Niet al mijn kinderangsten laten uitkomen, wat vast nog veel verschrikkelijker is dan in mijn fantasie. Gewoon dood, weg, klaar.

Maar dan voel ik een hand tegen mijn rug. ‘Stil maar, je droomt’, zegt mijn geliefde. ‘Het is niet echt.’ Als er oorlog komt, hoop ik dat iemand me vasthoudt: mijn vrouw, mijn allang volwassen dochter. Dat we elkaar vasthouden. Liefde is de enige troost.
Odiel Reef, Capelle aan den IJssel

Domheid

Mijn sociaal-emotionele noodplan beschermt mij tegen de domheid het gebrek aan autonoom kritisch denkvermogen van medemensen. Het beantwoorden van de vraag ‘wie zegt (of doet) wàt en waarom’ geeft mij bescherming. Ik ervaar dat mensen die argumenten kunnen wegen vaak het algemeen belang dienen en zodoende de democratie kunnen onderhouden.

Onze overheid laat vaak zien hoe domheid haar beleid vormgeeft. Het betreft beleid waarbij kritisch denken niet heeft plaatsgevonden en niet is nagedacht over de mogelijke gevolgen. Dit is beleid dat vaak gebaseerd wordt op een foute ideologie. Neem vluchtelingenbeleid als voorbeeld. Of het is beleid dat zonder nadenken adviezen van lobbyisten opvolgt.

Neem als voorbeeld de financiering van wapenindustrie en de ophitserij van de bevolking. Het geeft te denken dat er sprake is van ondermijning van de democratie en dat het parlement niet ingrijpt.

Mijn noodplan beschermt mij zowel tegen onbetrouwbare mensen als tegen een ondemocratisch opererende overheid die ik niet serieus hoef te nemen.
Willem Bustraan, Amsterdam

Stap 3

Na het lezen van het boekje Bereid je voor op een noodsituatie en het zien van het Sinterklaasjournaal over noodpakketten, kreeg ik meerdere keren hoge nood met buikloop. Met angst en beven lukte het mij om een noodpakket (stap 1) en een noodplan (stap 2) te maken.

Omdat ik alleen ben en geen buren heb, kon ik bij stap 2 overal mijn naam invullen. Ik hoef niemand anders te waarschuwen.

De oproep in de Volkskrant wat mag in uw sociaal-emotionele noodplan voor 2026 niet ontbreken, blijkt voor mij de druppel die de emmer doet overlopen. Helemaal van het padje af waarschuw ik mijzelf dat ik nu echt in acute nood verkeer. Het moment voor mijn noodpakket en noodplan.

Nadat ik mijn noodpakket in drie dagen bij kaarslicht heb opgemaakt, vraag ik mij af wat stap 3 van het boekje met de subtitel ‘Denk vooruit’ ook alweer was. Driftig zoekend en met de nodige krachttermen vind ik tussen het oud papier het boekje met stap 3: praat met elkaar en help elkaar.

Terugdenkend had ik als honderdjarige, naast 8,5 miljoen boekjes, ook bijeenkomsten georganiseerd. Om in deze onzekere tijd mensen met elkaar actiever bij de voorbereiding op noodsituaties te betrekken.
Henk Hilstra, Texel

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next