Precies 25 jaar geleden kwamen veertien jongeren om bij een cafébrand tijdens de jaarwisseling in Volendam. Ruim tweehonderd anderen raakten gewond. Twee betrokkenen delen hun ervaringen met NU.nl. "Best veel mensen durven er nu pas over te praten."
Jan Kwakman (51) en Lou Snoek (41) verloren familie en vrienden bij de brand. Snoek raakte zelf voor 67 procent verbrand. Maar er is ook leven na de ramp.
"Tot 0.15 uur is de sfeer gewoon goed. Allemaal bekenden, gezellige muziek, niets aan de hand", herinnert de dan 26-jarige Kwakman zich. Hij zit met vrienden in een van de cafés in de kelder van café 't Hemeltje. Hij doet rond middernacht een rondje boven. "Ik voel me niet zo lekker", zegt zijn vriendin als hij weer beneden komt. Ze gaan om 0.15 uur de deur uit en lopen naar de taxi's. Vlak na Kwakmans vertrek gaat het mis.
Snoek is nog in 't Hemeltje en ziet het gebeuren. Rond de bar worden sterretjes uitgedeeld. "Doordat er wat sterretjes bij elkaar werden gehouden, ontstond een steekvlam." De niet-geïmpregneerde kerstversiering vliegt in brand en het hele plafond hangt daar vol mee.
Hij besluit naar een van de kroegen beneden te gaan. Als hij opstaat van zijn kruk, is het al helemaal mis. "Alles wat ik nu vertel, gebeurde in een split second." Dat kun je in onderstaande video van een experiment van onderzoeksbureau TNO goed zien:
Het vuur verspreidt zich razendsnel. "Ik ben omgevallen doordat mijn pitje uitging vanwege het zuurstofgebrek", zegt Snoek. "En met mij eigenlijk iedereen die daar binnen was." Hij voelt op dat moment berusting: "Als dit het is, dan is dit het." Hij is dan net zestien jaar geworden. Maar na korte tijd komt hij weer bij doordat iemand een raam heeft ingeslagen.
Dan breekt de chaos pas echt los. Net als alle anderen wil Snoek zo snel mogelijk de uitgang bereiken. Hij ligt met zijn hoofd bij de grond en neemt een ademteug. "Ik moet het binnen deze ene ademteug doen", schiet het door zijn hoofd. Het licht is uitgevallen, de ruimte staat vol rook en iedereen wil weg. Mensen worden vertrapt.
Snoek bereikt een deur. Met een paar anderen wacht hij op hulp en wordt hij nat gehouden tot er een ambulance komt. "Maar er is een tekort aan ambulances die avond, dus ik ben uiteindelijk met een aantal mensen in een bouwbusje naar het ziekenhuis gebracht."
Het nieuws over de brand gaat inmiddels rond in het dorp. Kwakman hoort het via een buurmeid die aanklopt bij de ouders van zijn vriendin. "De Hemel staat in brand!" Kwakman pakt gelijk zijn telefoon. Na overleg met zijn vader gaat hij naar huis, want broer Nico is onbereikbaar.
Thuis blijft de familie Kwakman bellen. Als een politieagent opneemt, weten ze zeker dat het mis is. De vader zei het al direct toen hij over de brand hoorde. "Dan heb ik er eentje minder in huis", zou hij gezegd hebben. "Hij wist: die van mij gaat niet weg totdat iedereen beneden is." Hij krijgt gelijk.
"Nico is gevonden met nog iemand in zijn armen", zegt Kwakman. Beiden dood. "Nico is, was, iemand die voor iedereen klaarstond." Als 't Hemeltje-barman wist hij in het donker de weg. Daardoor lukte het hem om zeker twee mensen levend uit het café te halen voordat hij zelf aan de hitte bezweek.
Nico is gestorven doordat zijn longblaasjes geknapt zijn. De temperatuur is opgelopen tot minstens 500 graden. "De schoenen van de kinderen zaten vastgesmolten aan de vloer", weet Kwakman.
Die avond gaat zijn vader nog naar het café om zijn overleden zoon te identificeren. Nico ziet er "toonbaar" uit. Maar de dag erna is alles anders. "Hij was opgeblazen als een ballon." Dat komt door de warmte die na een brand doorwerkt in het lichaam. Het is volgens Kwakman te vergelijken met een brandblaar op je vinger.
Daarom besluit Kwakman om niet naar het lichaam van zijn broer te gaan kijken. Zijn laatste herinnering aan Nico is van 0.10 uur, toen ze elkaar gelukkig nieuwjaar wensten.
Terug naar Snoek, die na zijn ziekenhuisopname zeven weken kunstmatig in coma wordt gehouden. "Omdat in die eerste weken de meeste operaties plaatsvinden." Als hij bij bewustzijn zou zijn, zou hij enorm veel pijn hebben. "Met name omdat het hele lichaam één grote open wond is."
Snoek hoort in het ziekenhuis dat een vriend en een jarenlange klasgenoot dood zijn. Ook Nico kende hij goed. "We hadden hetzelfde vakantiebaantje." Hij stort zich vol overgave op zijn herstel: alles wat een kind kan, moet hij opnieuw leren. "Voor het eerst weer leren zitten, lopen, eten." Hij wil zo snel mogelijk het ziekenhuis uit. Daar focust hij op. "Pas later komt het mentale gedeelte waarbij je meer gaat nadenken."
"Mag ik alsjeblieft weer aan het werk?", vraagt Kwakman een week na de brand. Alle meelevende gesprekken bij de bakker en slager zijn goedbedoeld, maar ook zwaar. Hij werkt bij een Volendams bedrijf en mag weer aan het werk van de baas: "Maar neem de tijd en als het niet gaat, ga je naar huis."
"Die eerste maand word je eigenlijk geleefd", zegt Kwakman. Hij is niet alleen bezig met zijn eigen situatie, maar ook met die van anderen. "Mijn zwager, die barkeeper was, lag bijvoorbeeld in het brandwondenziekenhuis in Beverwijk. Ingepakt als een mummie."
Zijn vader heeft een eigen zaak. "Dan moet je door, of je wil of niet." Zijn vader voelt zich soms een therapeut voor zijn klanten. "De mensen stonden te huilen in de winkel." Kwakman kon goed over de ramp praten met zijn vader, die een half jaar erna een hartinfarct krijgt en overlijdt. "'Dat is doorgaan, doorgaan, doorgaan en niet de tijd nemen om het te verwerken', zei de dokter."
Aan Snoek zie je nog altijd dat hij verbrand is. Hij heeft littekens, geen haar en mist vingers. "Maar ze hadden heel lang verwacht dat ik het niet zou overleven. Dat heeft mij wel geholpen om de situatie te accepteren."
Snoek was vooraf een beetje bang hoe mensen op zijn nieuwe uiterlijk zouden reageren. Maar zijn neefjes, nichtjes en eigen kinderen kijken er niet raar van op. "Het is vanzelfsprekend voor hen." Door zijn nieuwe uiterlijk heeft Snoek ook geleerd dat uiterlijk niet het allerbelangrijkste is. "Dan moet je het van andere dingen hebben en ik denk dat dat je doet groeien als persoon."
Het helpt ook dat hij niet de enige is. "Hoe raar dat ook klinkt." Maar Kwakman herkent dat. "Als je zoiets als individu meemaakt, sta je er alleen voor. Nu heb je zo veel lotgenoten dat je toch van elkaar kunt leren."
"Wij merken dat er best veel mensen zijn die eigenlijk nu pas durven te praten", zegt Kwakman. Zoals mensen die niet gewond raakten, maar er wel bij waren. "Maar ieder verhaal mag verteld worden", benadrukt Snoek.
"Vergeten doe je het nooit, maar op een gegeven moment krijgt het een plaats", zegt Kwakman. Ze hopen dat het anderen ook lukt om de ramp een plek te geven. "Het leven is te mooi om te laten liggen", zegt Snoek.
Source: Nu.nl algemeen