Na de titel in de Duitse Formule 3 met Laurens Vanthoor in 2009 deed Van Amersfoort Racing in 2010 opnieuw mee om het kampioenschap. “Er kwam een jonge Duitser met een hele grote autosportnaam op de deur kloppen: Daniel Abt”, vertelt Frits van Amersfoort in de fabriek in Zeewolde. Abt nam plaats naast Stef Dusseldorp, die bij Van Amersfoort Racing aan zijn tweede seizoen in de Duitse Formule 3 begon. “Het werd een topjaar. We waren het heersende team. Maar Daniel miste net het kampioenschap doordat we in de laatste race een technisch probleem hadden dat we achteraf gezien hadden moeten voorkomen.”
“Onze grootste concurrent was Tom Dillmann, die bij HS Engineering reed. Dillmann ging tijdens de laatste race aan de leiding en Daniel lag tweede. Dat was niet voldoende om kampioen te worden – Daniel moest winnen. En toen kwam Dillmann ineens zonder benzine te staan. ‘Mooi, de buit is binnen’, dachten we. Maar toen kwam Daniel ook stil te staan. Dat zijn momenten die je nooit meer vergeet. Ik voelde me ongelofelijk schuldig, want het kwam door iets technisch. De lambdasonde was kapot en die hadden we eigenlijk moeten vervangen. We merkten voor de start al iets geks en toen hadden we eigenlijk actie moeten ondernemen. Maar dat hadden we nagelaten. Gelukkig nam de familie Abt het heel sportief op. Die kennen als geen ander het klappen van de autosportzweep.”
Inmiddels werd er op meerdere fronten tegelijk gestreden. Naast de Duitse Formule 3 was Van Amersfoort Racing in die jaren ook actief in de Formula Renault 2.0 Northern European Cup en de ADAC Formel Masters, waarin Kevin Magnussen een van de coureurs was. “Een gecompliceerd puzzeltje”, geeft Van Amersfoort toe. “Het Formule Renault-team draaide best wel goed. Misschien niet qua resultaten, maar we hadden wel steeds goed gefinancierde coureurs, zoals Jeroen Mul, Dennis van de Laar en Meindert van Buuren. Maar mijn hart heeft altijd bij de Formule 3 gelegen, en dat zal ook nooit veranderen.”
Over de Formule 3 gesproken: “In 2011 hebben we opnieuw een enorme stap gemaakt, met Richie Stanaway en Hannes van Asseldonk. Het was weer een succesvol jaar. Richie behaalde dertien overwinningen en werd kampioen.” De Duitse Formule 3 begon echter langzaam maar zeker aan relevantie in te boeten. Gerhard Berger, destijds president van de FIA Single Seater Commission, was niet gelukkig met alle verschillende F3-kampioenschappen en lanceerde in 2012 een nieuw Europees Formule 3-kampioenschap. Van Amersfoort: “Daar had de Duitse F3 enorm veel last van, net als de Britse F3. Uiteindelijk is dat ook de reden geweest dat de Duitse F3 ter ziele is gegaan.”
In 2012 werd Van Amersfoort Racing nog tweede in de Duitse Formule 3 met Lucas Auer, nota bene het neefje van Berger. “Lucas was in die tijd een beetje een verwend nest. Hij moest opgeleid worden en Gerhard vroeg aan mij of ik van Lucas een groot kampioen kon maken. In het begin ging het helemaal niet. Maar onze engineer Rik Vernooij kon hem op een gegeven moment toch zo kneden dat hij ging doen wat hij moest doen. De bom barstte tijdens een test op Zandvoort. Lucas reed al na één rondje zijn neus kapot, waarna we er eigenlijk allemaal geen zin meer in hadden. Toen hebben we een goed gesprek gevoerd met Lucas: ‘Ik weet niet wat je aan het doen bent, maar dit gaat echt helemaal fout.’ En toen begon hij ineens te veranderen, en werd hij een winnaar.” Zo kwam het toch nog goed met Auer, die nog altijd actief is als coureur.
Van Amersfoort maakte zich ondertussen op voor deelname aan het Europees Formule 3-kampioenschap. “Ik zag het wel zitten om Europees F3 te gaan doen en Ronald van de Laar wilde de auto’s wel financieren. We hadden daarvoor de Dallara F312 nodig. In het Duitse kampioenschap bleven ze met de F311 rijden en omdat we die auto’s en motoren toch hadden, vroeg ik Jeroen de Jong of hij dat team wilde managen. Het kampioenschap was natuurlijk nog niet half zo sterk als het ooit geweest was, maar we konden de auto’s blijven gebruiken en haalden er wat inkomsten uit.” Ter voorbereiding op het Europees F3-avontuur nam Van Amersfoort Racing eind 2012 met Lucas Auer en Dennis van de Laar deel aan de laatste races in Hockenheim. In 2013 moest het team op volle toeren draaien. “Maar dat bleek nog niet zo makkelijk. Dennis was een van de rijders, maar ik zocht nog een tweede. En die bleek niet zo eenvoudig te vinden – zeker niet één met geld.”
“Uiteindelijk leerde ik Mans Grenhagen kennen”, vertelt Van Amersfoort. “Een coureur uit Zweden die een goed seizoen had gereden in de Spaanse Formule 3. Maar hij is misschien wel de grootste schandvlek uit de geschiedenis van Van Amersfoort Racing geworden.” Van Amersfoort had ongelooflijk veel moeite gedaan om Grenhagen in de tweede auto te krijgen, maar vanaf het begin liep het moeizaam. “Er was niet genoeg geld en de bereidheid om serieus aan het werk te gaan ontbrak eigenlijk ook volledig. Maar zo zijn we het seizoen wel begonnen, want je moest nu eenmaal met twee auto’s rijden.”
Al vrij snel bleek dat Grenhagen een verkeerde keuze was. “Ik heb nog nooit een coureur ontmoet met zo weinig motivatie. Terwijl hij — en dat is natuurlijk het probleem — zelf dacht dat hij geweldig was. Maar Europees Formule 3 is toch even een andere klasse dan Spaans Formule 3. Ik had hem nooit moeten nemen. Het werd een doffe ellende.”
“Ik was zelfs nog naar Mallorca gevlogen om die deal te sluiten. Maar dat de Grenhagens daar woonden, was eigenlijk een teken aan de wand.” De familie Grenhagen stond in eigen land namelijk slecht bekend. Mans werd halverwege het seizoen aan de kant geschoven. “Hij heeft me zo’n twee ton gekost. Ik heb nog een rechtszaak tegen hem aangespannen die ik glansrijk heb gewonnen. Maar toen heb ik geleerd dat een Nederlandse rechter je wel gelijk kan geven, maar niet met je meegaat naar Zweden om het geld te halen.” Een deurwaarder in Zweden kreeg de opdracht het geld te innen. “Die klopte aan bij de familie Grenhagen, maar er werd natuurlijk niet opengedaan. Want die woonden daar niet meer.” Van Amersfoort schakelde zelfs nog een privédetective in. “Die vertelde me dat ik er mijn vingers maar beter niet aan kon branden, omdat het gevaarlijk zou kunnen worden. Toen wist ik genoeg: dat was een verloren zaak.”
Na een paar weekenden met slechts één auto te hebben gereden, nam Sven Müller het stoeltje van Grenhagen over. “De familie Müller had niet veel geld, maar het was beter dan niets. Sven was het seizoen begonnen bij Otto Schwadtke, maar dat liep niet. Drie races voor het einde stapte hij bij ons in.” Müller maakte indruk. “Sven was wél een goede gast. We sloten het seizoen af met een podium in Hockenheim. Toen dachten we: kijk, we kunnen het dus wel — als we maar een goede rijder in de auto hebben.”
Van Amersfoort had voor het seizoen 2014 in de Europese Formule 3 al deals gesloten met Gustavo Menezes en Jules Szymkowiak, toen Max Verstappen zich aandiende. “De twee auto’s die ik had, waren al bezet door Menezes en Szymkowiak. Maar ineens – het was februari 2014 – kwam daar Max.” Opnieuw speelde Huub Rothengatter – met wie het in 1975 allemaal was begonnen en die er later voor zorgde dat Jos Verstappen bij Van Amersfoort Racing ging rijden – een sleutelrol. “Hij kwam met Max aanzetten. In 2013 was Max wereldkampioen karting geworden en in de winter was hij volop gaan testen met auto’s. Vooral met Formule Renaults, een klasse waarin wij toen niet meer actief waren. Dat deed hij vooral bij Franse teams, maar ook bij Kaufmann. En in december 2013 testte hij ook met een Formule 3-auto in Valencia, met Motopark.”
Jos Verstappen was ervan overtuigd dat Max Formule Renault moest gaan rijden. “Vooral omdat hij vanuit die hoek heel veel goede aanbiedingen had gekregen. Maar ik vond gewoon dat Max bij ons moest gaan rijden. Waarom? Omdat hij de zoon van Jos was en Huub erbij betrokken was.” Om vast wat race-ervaring in de autosport op te doen nam Verstappen in januari en februari deel aan de Florida Winter Series. Van Amersfoort: “Dat was een winterkampioenschap dat was opgezet op initiatief van Lawrence Stroll, met als achterliggende gedachte dat Lance dat kampioenschap moest winnen. Maar wat daar gebeurde, stond Jos helemaal niet aan. Ik ben er zelf nooit bij geweest, maar heb van Huub gehoord dat de nadruk wel héél sterk op Stroll lag. Jos was behoorlijk boos over hoe het daar allemaal was gelopen.”
Volgens Van Amersfoort was dat het moment waarop hij en Rothengatter hun punt konden maken. “Dat was de gelegenheid om te zeggen: Max moet meteen in de Formule 3 gaan rijden. Want zo zie je maar weer dat je in een eenheidsklasse – wat de Formule Renault natuurlijk ook is – overgeleverd bent aan politiek. In de Formule 3 had je destijds veel meer vrijheid. Nu niet meer, maar toen wel. En we hadden natuurlijk een super engineer met Rik. Maar Jos vond het nog steeds geen fijn idee om Max bij ons te stallen.” Dat had volgens Van Amersfoort ook een praktische reden. “Jos zat in een lastig pakket, voor zover ik dat begreep. De financiën waren niet meer zoals ze ooit waren, omdat Max in de kartsport enorm veel geld had gekost. En een seizoen in de Formule 3 ophoesten doe je niet zomaar even.” Rothengatter zag het echter helemaal zitten met Max. “Huub wilde het financieren, maar hij wilde ook op zijn manier controle houden. Alleen: als manager of vader heb je niet altijd die controle over een team – zeker niet bij een Frans team in de Formule Renault.” Intussen naderde de deadline voor de inschrijving voor het Europees F3-kampioenschap. “Ik weet het nog goed: Huub kwam de werkplaats in Huizen binnen. We keken elkaar aan en zeiden: we gaan het nu doen. Want als we het nu niet doen, dan gaat het niet meer.”
Er was echter één probleem: er was geen auto. “Dus Huub maakte ter plekke geld over waarmee we een auto konden kopen. Volkswagen was nog steeds betrokken. We waren niet meer hun fabrieksteam, maar het contact was goed. Ik durfde daardoor wel te zeggen: dan regel ik voor Max een motor die niets kost.” Van Amersfoort belde Volkswagen Motorsport-baas Jost Capito en kreeg het voor elkaar. “We hadden een gratis motor voor Max.” Intussen was Rob Niessink weer volledig aan boord, die een beter contact had met Jos en vooral ook met Raymond Vermeulen, die op dat moment ten tonele verscheen. “En zo is die deal in elkaar geplakt. Er werd een auto besteld, er kwam een motor, we betaalden het inschrijfgeld en gingen aan de slag. Het pleit was beslecht: Max ging bij ons Europese Formule 3 rijden.”
“We zijn toen als een gek aan het werk gegaan. De auto die we besteld hadden, kon niet op tijd geleverd worden voor de eerste test, dus we hebben een chassis geleend van een Engels team. De roll-out – en dat zal ik nooit meer vergeten – hebben we uiteindelijk gedaan in een woonwijk langs de A27 die toen nog in aanbouw was. Er lagen al straten, maar er stonden nog geen huizen. Die geleende auto hadden we snel in elkaar gezet, maar een echte roll-out hadden we nog niet gedaan en daar konden we ook niets meer voor regelen. Dus hebben we, met toestemming van de politie en de gemeente, een roll-out gedaan op de openbare weg. Meteen daarna hebben we die auto ingeladen en zijn we naar Most, in Tsjechië, gereden voor een privétest. Dat lag op de route naar Boedapest, waar de eerste officiële test plaatsvond. In Most ging het al super en het verhaal van Boedapest is bekend: daar stond hij na de eerste dag al bovenaan.”
“Het was een donkergrijze auto met oranje accenten, met de naam Max erop en de woorden Remember This Name op de achtervleugel”, herinnert Van Amersfoort zich. “In het begin ging het hartstikke moeizaam. Max was natuurlijk supersnel, maar wij vertrouwden op een verkeerde koppeling. Jos heeft toen heel veel gedaan om die auto zo ver te ontwikkelen dat hij echt top werd. Hij was de coach van Max, maar zat er technisch ook bovenop. Bovendien kende hij enorm veel mensen in de autosport. We reden met een koppeling van Sachs en die bleek niet goed genoeg. Met hulp van Jos stapten we over op een koppeling van AP. Het eerste weekend was qua prestaties meteen geweldig, want Max stond direct op het podium in Silverstone, maar we hadden ondertussen ook nog regelmatig technische problemen. Het tweede weekend was in Hockenheim, waar hij op zondag zijn eerste Formule 3-race won. Maar die ochtend was er een probleem met een kabelboom. We hadden pole, maar onderweg naar de grid viel Max stil. De wereld was te klein, maar het team heeft die kabelboom in no-time vervangen, waardoor hij later op de dag alsnog kon winnen.”
"Jos was de coach van Max, maar zat er technisch ook bovenop."
Foto door: Motorsport Images
“We kregen steeds meer grip op de auto en toen kwamen die beroemde zes overwinningen op rij, op Spa en de Norisring. Het tij was gekeerd. Op een gegeven moment kregen we een belletje van Jos: ‘Kunnen jullie naar Limburg komen? We hebben jullie wat te vertellen.’ Daar hoorden we dat Max in 2015 direct vanuit de Formule 3 naar de Formule 1 zou gaan. Dat kwam voor ons als een enorme schok, maar we vonden het natuurlijk ook fantastisch. We kregen meteen het verzoek om de auto in Red Bull-kleuren te spuiten, en dat hebben we uiteraard direct gedaan. Ik heb de foto’s nog van de eerste keer dat die auto in Red Bull-kleuren bij ons voor de deur stond.”
Na die indrukwekkende zegereeks ging het echter weer wat moeizamer. “Het dieptepunt kwam op de Nürburgring in augustus, toen de motor kapotging en Max meerdere gridstraffen kreeg omdat die moest worden gewisseld. Achteraf gezien had Max gewoon kampioen moeten worden, maar door dat motorprobleem ging het mis.” Er ontstond een gespannen situatie. “Er is kort gesproken over uit elkaar gaan, maar uiteindelijk hebben we dat niet gedaan. Vooral omdat Raymond ervan overtuigd was dat midden in een seizoen overstappen naar een ander team ook slecht is voor een rijder. Maar die kapotte motor blijft een litteken. We vragen ons nog steeds af hoe dat precies is gebeurd. Dat weten we tot op de dag van vandaag niet.” De race erna was in Imola. “En dat was weer zo’n wedstrijd die alleen Max kan rijden. In die tijd was het niet gebruikelijk dat je in de Formule 3 van achter naar voren reed. Max startte als elfde, nadat hij zich eigenlijk naar pole had getraind, en werd gewoon tweede. Hij vloog – zoals Max altijd vliegt op Imola – mede doordat hij getergd was door die straf.”
De samenwerking werd afgesloten met de Grand Prix van Macau. “Macau heeft natuurlijk een bijzonder schema. Op donderdag rijd je een vrije training en een kwalificatie, en op vrijdag opnieuw een vrije training en een kwalificatie. Op zaterdag staat vervolgens de kwalificatierace op het programma. In die tweede kwalificatie ontstond er hevige bonje aan de pitmuur tussen Rik en Jos. Macau is een stratencircuit en een stratencircuit komt steeds meer naar je toe. Er komt gaandeweg meer rubber op het asfalt en de baan wordt steeds sneller. Je moet er dus voor zorgen dat je op de baan bent en blijft, want het risico in Macau is altijd dat er een rode vlag komt. Daarna moeten alle auto’s weer de pitstraat uit en dat duurt zo lang dat je simpelweg ronden verliest.”
De deelname aan de Grand Prix van Macau leverde niet het gewenste resultaat op.
Foto door: Motorsport Images
“Max was op zich goed op dreef met die auto, maar die tijd kwam maar niet. Op dat lange rechte stuk heb je gewoon een tow nodig. Rik wilde dat Max buiten bleef. ‘Die tijd komt echt wel, Jos. Maak je niet ongerust.’ Maar Jos wilde hem binnenhalen om nog dingen aan de auto te veranderen. Rik weigerde en vroeg zelfs via de boordradio aan Max: ‘Wil je binnenkomen?’ Het antwoord was nee en uiteindelijk kwalificeerde hij zich als derde voor de kwalificatierace op zaterdag.” Door een gridstraf voor het missen van het sein om naar de weegbrug te gaan, werd dat de vijfde startplaats.
“In de kwalificatierace ging het helemaal mis. Hij lag tweede na de start, maar wilde winnen. Toen ging hij net te ver en crashte hij, waardoor hij op zondag achteraan moest beginnen. Maar hij had die kwalificatierace helemaal niet hoeven winnen. In Macau moet je soms verder denken dan die race op zaterdag. Als hij zondag als tweede was gestart, had hij de hoofdrace waarschijnlijk kunnen winnen. Maar hij wilde per se ook op zaterdag winnen, ging daarbij iets te ver en reed de auto plat.” Verstappen moest de hoofdrace daardoor vanaf de 24ste plaats aanvangen. “Hij werd nog zevende. Leuk, maar natuurlijk niet zoals het had moeten zijn.”
Hoewel 2014 voor Van Amersfoort Racing in de eerste plaats het jaar van Max Verstappen is, is het ook om een andere reden een belangrijk jaar voor het team. “Ik had nog steeds een goede relatie met Gerhard Berger en die belde me in oktober 2014 op. ‘Frits, je moet nu naar Ibiza komen.’ Ik vroeg: ‘Is het dan goed dat Rob meegaat?’ ‘Ja.’ Dus wij naar Ibiza en daar werden we voorgesteld aan Guy Laliberté, de oprichter van Cirque du Soleil. En Guy heeft een zoon, Kami, die aan het karten was. Hij zei: ‘Ik wil het beste voor mijn zoon, maar ik heb van Gerhard gehoord hoe lastig het is om een team van de grond af op te bouwen.’ Vervolgens is Guy voor de helft eigenaar geworden van Van Amersfoort Racing.”
De kennismaking met de Canadese miljardair kwam op het juiste moment. “Het was intussen financieel gezien heel zwaar geworden. Een verstandig mens had zich waarschijnlijk failliet laten gaan. Maar ik was niet zo verstandig, dus dat wilde ik niet. Het was elke keer kiele-kiele. Als ik kijk naar wat in vijftig jaar mijn grootste talent is geweest, dan is dat waarschijnlijk het ene gat met het andere vullen, om te overleven. Maar het werd op een gegeven moment wel heel penibel. Ook omdat de professionalisering in de sport hand over hand toenam. En als zo’n mogelijkheid zich dan aandient, weet je gewoon dat je die moet grijpen. Laliberté bracht heel veel geld in. Daardoor zitten we nu ook hier, in dit pand in Zeewolde. Die werkplaats in Huizen vond hij te klein.”
De samenwerking met ‘Canada’ werd in goede banen geleid door Niessink. “Rob kon, als het nodig was, ook op de rem trappen. We hadden immers te maken met een partij die geen verstand had van autosport. Onze opdracht was helder: ervoor zorgen dat Kami lekker kon racen, het naar zijn zin had en uiteindelijk een autosportcarrière kon opbouwen. Zo kwamen we ook in de Formule 4 terecht.”
Kami Laliberté won met Van Amersfoort Racing een Formule 4-race op Zandvoort.
2015 werd het eerste jaar van Van Amersfoort Racing in de Formule 4. Een van de andere coureurs was Mick Schumacher. “Mick was al het karten en wilde de autosport in. Ik kreeg een belletje van Peter Kaiser, die het verkennende werk deed voor de familie Schumacher. Zo kwamen we tot een deal. En we waren in staat om in dat eerste F4-jaar meteen vier auto’s in te zetten.” Joey Mawson, Mick Schumacher, Harry Newey en Kami Laliberté waren de rijders. “Harry kwam ook via Gerhard, die natuurlijk Adrian Newey kende. Zo werden die deals ineens heel eenvoudig. Waar het daarvoor moeizaam ging, liep het nu bijna vanzelf.” Het eerste F4-jaar was succesvol. “Joey gaf echt gas, Mick deed het wat minder, Harry nog minder en Kami nog minder. Maar die Kami bleek uiteindelijk geen enorme amateur, zoals we aanvankelijk dachten. In 2017 heeft hij zelfs nog een race gewonnen op Zandvoort.”
Van Amersfoort Racing werd na de komst van Laliberté een serieus bedrijf. “We moesten ineens iets doen wat we vroeger niet deden: verantwoording afleggen. Ook moesten we structuur aanbrengen – in de administratie, het personeelsbestand en de contracten. Ik werkte vroeger niet eens met een budget. Ik keek gewoon of er nog wat geld op de bank stond. Zo ja, dan ging het wel. Zo nee, dan was het even moeilijk.”
Er brak een succesvolle periode aan in de Formule 4 met namen als Felipe Drugovich en Liam Lawson, maar ook in de Europese Formule 3 met Charles Leclerc. “Charles kwam hier rijden dankzij de hulp van Guy. Die deal hebben we op kerstavond 2014 in elkaar gedraaid. Rob en ik hebben tot acht uur ’s avonds op de zaak gezeten om alles rond te maken met Nicolas Todt, de manager van Leclerc. 2015 werd het jaar van Charles. Dat was een superseizoen, en ook in F4 reden we met mooie namen. En zo kom je ineens weer in een goede flow terecht, simpelweg door de aanwezigheid van geld en mogelijkheden.”
Charles Leclerc reed in 2015 voor Van Amersfoort Racing.
Foto door: Press Image
Bijna had er naast Verstappen nóg een Formule 1-kampioen op de lijst met oud-coureurs gestaan. “Ik had intussen de familie Norris leren kennen. Die waren ook geïnteresseerd in ons. Ik zag het wel zitten in Lando, maar we moesten wel met een fikse korting komen om hem over te halen om bij ons te komen rijden, omdat inmiddels wel bekend was hoe goed hij was. Ik denk dat we van onze kant uiteindelijk net iets te lang hebben gewacht, want op een gegeven moment had Norris al getekend bij Carlin.”
Intussen had Harry Newey de stap van de Formule 4 naar de Formule 3 bij Van Amersfoort Racing gemaakt. “En Adrian begon zich er natuurlijk ook mee te bemoeien. Van hem hebben we geleerd om structuur in het racen aan te brengen. Zakelijk hadden we die structuur inmiddels wel, maar op het circuit ging het er nog niet zo gestructureerd aan toe. Het draaide toch vooral om de data die in de hoofden van de engineers zaten.” Newey zag dat dit beter kon. “Van Adrian hebben we geleerd om een compleet bestand aan te leggen met allerlei gegevens, zoals welke rondetijden er gereden worden bij welke baantemperatuur en luchtdruk, zodat je later kunt teruggrijpen op wat je eerder hebt gedaan.”
In 2017 kwam er een einde aan de carrière van Kami Laliberté. “Die jongen leverde niet en uiteindelijk gaf hij de brui eraan. Tussen twee races door is hij vertrokken. De investeringen die Laliberté in het team heeft gedaan, waren echter blijvend. Hij heeft ons een mooie erfenis nagelaten. Maar Rob en ik kwamen er wel weer alleen voor te staan en dat was niet eenvoudig”, aldus Van Amersfoort. Maar in 2021 kwam Rafael Villagómez bij het team. De Mexicaan reed, naast zijn seizoen bij HWA Racelab in de FIA Formule 3, met Van Amersfoort Racing in de Euroformula Open. “Villagómez senior had gezien dat zijn zoon in de Formule 3 vooral meereed, terwijl hij in de Euroformula Open regelmatig op het podium kon komen. Hij zag dat het bij HWA niet fantastisch liep en had zijn zinnen gezet op het zelf eigenaar worden van een team.”
Zijn oog viel op Van Amersfoort Racing. Er werd een nieuwe bv opgericht: Van Amersfoort Racing International. Met dit bedrijf werden het F2- en F3-team van HWA Racelab overgenomen, met goedkeuring van Bruno Michel. De activiteiten in de Formule 4 en Formula Regional bleven onder de oude bv vallen. “Maar in oktober 2022 bleek dat Villagómez ook interesse had in ‘Old VAR’, zoals we het een tijdje noemden. We zijn toen naar de post-season test van de F3 in Jerez gegaan en daar hebben we de deal beklonken.”
Met dank aan Villagómez is Van Amersfoort Racing nu actief in de FIA F2 en F3.
Foto door: James Sutton / Formula 1 / Formula Motorsport Ltd via Getty Images
“Als ik er nu op terugkijk, vraag ik mezelf wel eens af hoe ik het al die jaren in godsnaam heb volgehouden,” zegt Van Amersfoort. “En dat is dan toch vooral dankzij Rob geweest. Zonder Rob was het echt misgegaan. Maar ook door als team succesvol te zijn. Succes opent deuren die anders gesloten blijven. Max Verstappen is daar het beste voorbeeld van. We zaten in financiële nood, maar dankzij Max zijn we er weer bovenop gekomen. En door zijn succes kwamen we bij Guy Laliberté terecht, die voor de helft eigenaar werd en flink investeerde.”
Na Laliberté volgde dus Rafael Villagómez senior, die tegenwoordig volledig eigenaar is van Van Amersfoort Racing. “Rob en ik mogen onszelf een pluim geven. We hebben met Van Amersfoort Racing een succesvol raceteam neergezet – en dankzij de verkoop van het team hebben we nu ook een pensioen.” Wat er na dit jaar komt? Lachend: “Goede vraag. Ik heb geen idee.” Van Amersfoort en Niessink blijven in elk geval als adviseur betrokken. “Ik kan helpen bij het begeleiden en opleiden van mensen, maar ook bij het transport van de raceauto’s. En ik zal heus nog wel op het circuit komen, zolang ik gezond blijf. Maar de echt belangrijke financiële beslissingen worden nu door anderen genomen. En dat is prima zo.”
Wat zou jij graag willen zien op Motorsport.com?
- Het Motorsport.com-team
Source: Motorsport