Max Pam is schrijver en columnist van de Volkskrant.
Tijdens deze onvermijdelijke gezelligheidsdagen, die men geacht wordt in familiekring door te brengen, keek ik in bedrijven naar de vijfdelige documentaireserie Mr. Scorsese, over het leven en werk van de filmer Martin Scorsese. Het is een indrukwekkende serie (Apple TV) over een indrukwekkende regisseur die indrukwekkende films heeft gemaakt, zodat ik mij maar moeilijk kon losrukken en af en toe naar de andere kamer moest roepen: ‘Jahaaa, ik kom eraan!’
Scorsese groeide op in de New Yorkse wijk Little Italy, een ‘hotbed’ voor de maffia, waar lui als Lucky Luciano, Vito Genovese en Lupo ‘The Wolf’ de scepter zwaaiden.
Het gezin-Scorsese behoorde niet tot de harde kern, maar enkele familieleden werden gearresteerd wegens duistere zaakjes. Een keer moest het ook verhuizen, omdat het in de straat te gevaarlijk werd. Omdat hij astma had, bleef ‘Marty’ als kind een buitenstaander. Al vroeg werd hij gegrepen door de cinema, aanvankelijk uit nood: in de bioscopen kon hij vrij ademen, omdat die waren voorzien van airconditioning.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Zoals veel Italianen had Scorsese een nauwe band met zijn familie. In de serie zitten prachtige beelden van zijn ouders. Zo zegt zijn moeder, zo weggelopen uit een reclamespot voor pastasaus, dat zij geschokt was door de taal in een van Marty’s eerste films, Mean Streets. Het is ‘f*ck’ voor en ‘f*ck’ na, maar zo werd thuis helemaal niet gesproken. Op dat moment komt Scorsese’s vader ertussen om zijn zoon te verdedigen. Je hebt helemaal gelijk, zegt hij tegen zijn vrouw, thuis werd zo niet gesproken, maar zodra wij de deur achter ons dichttrokken en de straat opliepen, spraken we wel zo!
De geborgenheid van thuis tegenover de rauwheid van de straat loopt door al zijn films heen. De straat was een soort rivier, waar op de ene oever de kerk stond – een katholieke, uiteraard – en op de andere oever de bar waar de maffiosi zich verzamelden. In tijden van moord en doodslag trok men van de bar naar de overkant, waar de slachtoffers werden herdacht en de daders absolutie dachten te krijgen.
Het is tenslotte de priester die de jonge Scorsese uit het milieu trekt. Enige tijd leeft bij Scorsese het idee om zelf priester worden, maar hij heeft geluk dat zijn vader die roeping niet goedkeurt.
Hoe meer afleveringen ik zag, hoe meer het tot mij begon door te dringen dat alles bij Scorsese om familie draait. De familie tegen de buitenwereld. De familie tegen de maffia, terwijl de maffia zelf ook weer uit families bestaat. Ieder mens is lid van een familie, hoezeer hij daar ook buiten staat. Binnen de familie is het vader tegen zoons, broers tegen broers, mannen tegen mannen, mannen tegen vrouwen, vrouwen tegen vrouwen, en vooral ook mannen tegen mannen als hun eigen vrouw in het geding is. Tot de gelederen zich weer sluiten.
De relaties zijn razend ingewikkeld, maar uiteindelijk ook weer heel primitief. Freud had na zijn vertrek uit Oostenrijk beter naar Little Italy kunnen gaan dan naar Hampstead in Londen. Wat dat betreft was het instinct van veel van zijn volgelingen trefzekerder. Tegenwoordig wonen er zo’n 8.400 psychiaters in New York, zeg maar 1 op de 2.400 inwoners.
Bij Scorsese is alles familie. Zelfs de registratie van het Woodstock-festival (1970), waarvan Scorsese een van de editors was, kun je beschouwen als een film over familie. Scorsese dompelde zich helemaal onder in de geest van het festival: de bezoekers van Woodstock vormden één grote familie, weliswaar niet verbonden door bloed of DNA, maar door wat eigenlijk veel belangrijker is; door de wereld en uiteindelijk door de liefde. Dat familiegevoel zit zelfs in zijn grote flop, de musicalfilm New York, New York, al zou Frank Sinatra later van de titelsong een persoonlijke hit maken.
Scorsese was goed bevriend met Rob Reiner, de acteur die jarenlang de rol speelde van Michael ‘Meathead’ Stivic, de linkse schoonzoon uit de ook in Nederland uitgezonden televisieserie All in the Family. Voor velen is zijn tegenpool, de reactionaire Archie Bunker, nog steeds een begrip en zelf kan ik nooit naar Geert Wilders kijken zonder aan Archie Bunker te denken.
Voor de kerst werden Rob Reiner en zijn vrouw Michele door hun zoon Nick vermoord, een familiedrama dat zelfs naar Amerikaanse begrippen choquerend is. Een paar dagen geleden herdacht Scorsese zijn vriend in The New York Times.
Reiner speelde in The Wolf of Wall Street de rol van de vader die zijn zoon ziet verdrinken in het geld. Ook die film gaat uiteindelijk over familie. ‘Reiners dood vervult me met het grootste verdriet’, schreef Scorsese, waaraan hij toevoegde: ‘Wat er is gebeurd, is een obsceniteit, een afgrond in de menselijke werkelijkheid.’
Familie, misschien iets om over na te denken in het nieuwe jaar.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns