Home

Datacenters zijn niet meer weg te denken: 'Maar we moeten selectiever zijn'

Onze wereld wordt steeds digitaler en daar hoort de komst van steeds meer datacenters bij. Maar waar willen we ze hebben en welke bedrijven mogen ze bouwen? Daar zijn scherpere keuzes voor nodig, zeggen experts.

Je kunt dit artikel lezen dankzij een datacenter. Als je straks overschakelt naar Instagram of een vraag stelt aan ChatGPT, zet je opnieuw datacenters aan het werk. Net als het internet zijn ze niet meer weg te denken uit ons leven.

Ook in Nederland groeit het aantal datacenters, net als het bijbehorende energieverbruik. Vooral de opkomst van kunstmatige intelligentie (AI) zal de komende jaren voor een verdere stijging zorgen, verwachten zowel het Internationaal Energieagentschap als Nederlandse netbeheerders.

Daarmee vraagt de sector ook steeds meer ruimte op het volle stroomnet. Doordat de benodigde elektriciteit voorlopig niet volledig duurzaam is, zorgt de groeiende energievraag voor CO2-uitstoot. Daarom staat Nederland voor de moeilijke keuze welke soorten datacenters wel en niet wenselijk zijn, zeggen experts.

"Natuurlijk hebben we datacenters nodig, anders kunnen we onze digitale transformatie niet doorzetten", zegt Kristina Irion, die aan de Universiteit van Amsterdam de milieu-impact van datacenters onderzoekt. "Maar we moeten selectiever zijn. Wat voor soort datacenters hebben we nodig, welke behoefte vervullen ze en wie is de eigenaar?"

Grofweg zijn er in Nederland twee soorten datacenters. Microsoft en Google hebben hyperscaledatacenters waar hun eigen diensten op draaien. Minder bekende namen als Digital Realty, Equinix en EdgeConneX bouwen colocatiedatacenters. Bedrijven kunnen daar ruimte huren om hun eigen servers te plaatsen en digitale diensten aan te bieden.

Zulke colocatiedatacenters bedienen niet alleen sectoren als de overheid, de zorg en het onderwijs, maar ook tal van bedrijven. Die kunnen via deze datacenters veel efficiënter digitale diensten aanbieden dan in eigen serverruimtes verspreid over het land.

Veel directe werkgelegenheid bieden deze datacenters niet, zeker afgezet tegen het ruimte- en energieverbruik. Maar ze zijn wel nodig voor de digitale diensten die we gebruiken. "Iedereen wil internet kunnen gebruiken, niemand wil uitzicht op een datacenter", zo vatte adviesbureau Stratix het vorig jaar samen. "Die twee wensen zijn niet tegelijk realiseerbaar."

In het onlangs verschenen kabinetsadvies van voormalig ASML-topman Peter Wennink staat dat Nederland meer datacenters nodig heeft om concurrerend te blijven. Zonder digitale infrastructuur verdwijnt bedrijvigheid over de grens, waarschuwt hij. "Dat gaat niet alleen over de infrastructuur zelf: ook het kennisecosysteem dat zich rondom zo'n knooppunt bevindt, brokkelt langzaam af."

Maar volgens wetenschappers is het onduidelijk in hoeverre Nederlandse datacenters daadwerkelijk lokale bedrijven en klanten bedienen. Zo is bijvoorbeeld niet bekend wie de huurders in colocatiedatacenters zijn. Zijn dat lokale start-ups of buitenlandse techbedrijven waar Nederland juist minder afhankelijk van wil worden?

Een actueel voorbeeld: in het Amsterdamse havengebied bouwt Pure DC drie grote datatorens, die meer stroom gaan verbruiken dan 100.000 huishoudens. Eén klant zal het volledige complex huren, maakte het datacenterbedrijf vorige week bekend.

Het is onduidelijk wie die klant is en wat voor diensten in het datacenter gaan draaien. Gezien de benodigde miljardeninvestering in IT-apparatuur moet het een groot techbedrijf zijn.

"Je zou, ook in de vergunningen, veel beter moeten kijken naar wat er nou eigenlijk gebeurt in die datacenters. Waar dragen ze aan bij?", zegt Fieke Jansen, onderzoeker aan het critical infrastructure lab van de Universiteit van Amsterdam.

"Er zijn nu geen mogelijkheden om te zeggen: die bitcoinmijn wil ik niet. Of: als jullie hier alleen de metaverse (de virtuele wereld van Facebook, red.) gaan draaien, dan vinden we het niet de moeite waard dat een stad geen huizen meer kan bouwen."

De provincie Groningen wil bij toekomstige datacenters inderdaad strengere criteria gaan handhaven. Op het nieuwe bedrijventerrein Oostpolder, bij de Eemshaven, komt straks 50 hectare beschikbaar voor de bouw van datacenters.

Dat is eigenlijk tegen de zin van de Provinciale Staten, die met een ruime meerderheid stemden om datacenters uit te sluiten van het gebied. Maar de voorbereidingen voor het bedrijventerrein waren al te ver gevorderd om dat nog te doen, bleek uit een juridische analyse in opdracht van de provincie.

Zo'n grote wijziging in het plan zou bij de rechter mogelijk geen stand houden. "Dat konden we ons niet permitteren", blikt gedeputeerde Pascal Roemers (PvdA) terug. Daardoor kunnen de datacenters er toch komen, maar wel pas als een flink deel van het terrein is gevuld met andere bedrijven. Ook moeten ze een gesloten koelwatersysteem krijgen en mogen ze geen dieselgeneratoren gebruiken als de stroom uitvalt.

Daarnaast hebben Provinciale Staten met een nieuwe motie opgeroepen om alleen datacenters toe te staan die grotendeels in publieke handen zijn en die bijdragen aan Nederlandse of Europese digitale autonomie. Daar wil de provincie straks als grondeigenaar inderdaad rekening mee houden, zegt Roemers. "Wij kunnen daar wel op sturen."

Toch kan Google even verderop in de Eemshaven óók zijn enorme datacenter blijven uitbreiden. "Zonde", vindt Roemers, die wijst op de Omgevingsvisie van de provincie. Daarin staat dat bij datacenters het principe 'nee, tenzij' wordt gehanteerd. Maar het grote terrein van Google werd al in 2017 aangewezen als datacenterlocatie. "Dan kun je er niet zo veel meer tegen doen."

Source: Nu.nl economisch

Previous

Next