Wetenschappers van het Amerikaanse Museum of Natural History hebben dit jaar zeventig nieuwe diersoorten ontdekt, waaronder knaagdieren en insecten. Sommige soorten werden waargenomen tijdens veldwerk, andere na bestudering van fossielen of museumarchieven.
In het Peruaanse Andesgebergte is dit jaar een nieuw soort buidelrat ontdekt. Het knaagdier is slechts 10 centimeter lang en heeft volgens wetenschappers een uitzonderlijk lange snuit. De nieuwe Marmosa-soort werd gezien op een hoogte van ruim 2.600 meter, wat eveneens bijzonder is. Vergelijkbare buidelratten worden zelden op zo'n hoogte waargenomen.
In het water op het Canadese Anticosti-eiland werd een nieuw soort zeelelie aangetroffen, een diertje dat is verwant aan zeesterren en zee-egels.
Bij watervallen in Congo Rivier zijn eerder dit jaar twee nieuwe soorten meervallen ontdekt. De familie van meervallen werd verder uitgebreid met een nieuwe soort uit Vietnam. In het jaar 2000 werd daar een zuignapmeerval gevangen door Wetenschappers van het Amerikaanse Museum of Natural History (AMNH). Een afbeelding van de zuignapmeerval vind je onderaan dit artikel.
De vis is pas eerder dit jaar goed onderzocht, waarna geconcludeerd werd dat het om een nieuwe soort ging. Op die manier werden in de archieven van de Californische Academie van Wetenschappen nieuwe spinnensoorten en een grote, nog onbekende schorpioen ontdekt.
Na bijna tien jaar kon tenslotte ook een nieuw soort reptiel worden geïdentificeerd. Het gaat om een hagedis met een bek die vergelijkbaar is met die van een python. Het fossiel ervan werd in 2016 ontdekt in Schotland en wordt beschouwd als een van de oudste en compleetste fossielen van een hagedis die er zijn.
"Deze ontdekkingen onderstrepen de rijke biodiversiteit van onze planeet en het belang van museumcollecties", zegt AMNH-vicepresident Cheryl Hayashi.
Source: Nu.nl algemeen