Home

Christenen worstelen in Syrië: 'We prediken vrede, maar zijn doelwit van geweld'

In Syrië is veel gefeest nadat dictator Bashar Al Assad vorig jaar was verdreven. Maar tegelijkertijd zijn minderheden niet meer zo zeker van hun toekomst in het land. Zoals de christenen, die in één klap hun angsten voor het nieuwe Syrië bevestigd zagen.

Het had een normale kerkdienst moeten zijn, die 22 juni 2025. Een rustige zondag, mooi weer, de temperatuur zou later bijna 30 graden aantikken. Maar toen klonk er plotseling geweervuur bij de ingang van de kerk, gevolgd door een keiharde explosie.

"22 doden vielen er", zegt priester Boutros Bashara van de Grieks-orthodoxe Mar Elias-kerk tegen oorlogsjournalist Hans Jaap Melissen in Damascus. "Ik had een van hen kunnen zijn. Maar ik stond wat verder af van waar die man zich opblies en ik kwam eigenlijk goed weg." Hij rekent zichzelf ook niet tot de tientallen gewonden die er vielen.

De explosie scheurde bij hem wel iets anders open: de angst in zijn hart. "We prediken vrede, hebben zelfs geen enkel mes hier, maar we zijn toch het doelwit van geweld. We weten natuurlijk wat er in Irak is gebeurd met de christenen." In dat buurland werd in 2003 dictator Saddam Hussein verdreven, waarna jihadisten dodelijke aanslagen pleegden op kerken. De christelijke gemeenschap in Irak werd daarna alleen maar kleiner, doordat velen het land verlieten.

In de dagen na de val van Al Assad stroomde Damascus ook vol met jihadisten, die hun leider Ahmed Al Sharaa naar het presidentieel paleis hadden begeleid. President Al Sharaa is zelf de voormalige leider van het Nusrafront, een groep die banden heeft met Al Qaida. Wel verbrak hij jaren geleden al de banden met die terreurbeweging.

Maar vertrouwt de priester nog op de belofte van de nieuwe president dat ook de minderheden worden beschermd? "Ik geloof in zijn goede bedoelingen. Ik denk alleen dat er verschillende richtingen zijn binnen de regering, sommigen zijn strenger in de leer dan anderen. En dat is allemaal nog niet uitgekristalliseerd en veroorzaakt problemen."

Na de aanslag wees de regering naar IS als dader, al eiste een andere radicale club - Ansar Al Sunna - het bloedbad op. Dat is een organisatie die qua gedachtegoed niet ver afstaat van een deel van de achterban van de nieuwe Syrische leiders. "Ik denk dat ze niet helemaal de controle hebben over de buitenlandse strijders", zegt priester Bashara voorzichtig. "Maar verder wil ik er niet veel over zeggen."

Maloula is wellicht het bekendste christelijke bolwerk in Syrië. Het is een bergdorp op zo'n 50 kilometer van Damascus en een van de laatste plekken waar nog Aramees wordt gesproken, zoals Jezus dat ook zou hebben gedaan. Tijdens de Syrische burgeroorlog was Maloula enige tijd ingenomen door jihadisten van het Nusrafront.

Hanan Bashir, een christelijke vrouw, loopt door een rustige straat vlak bij een van de kloosters van Maloula. Zij weet nog goed hoe de jihadisten in 2013 binnenvielen. "Dat was heel erg, al ben ik zelf na een dag gevlucht."

Ze moet er nog steeds aan wennen dat de mensen van toen nu aan de macht zijn in Syrië. "Zo gaat politiek. Ik geloof wel dat hij (Al Sharaa) is veranderd. Daarom was het goed om te zien dat hij in het Witte Huis werd ontvangen. Maar ik blijf bang voor bepaalde groepen. Losse fundamentalisten die gekke dingen willen doen."

De situatie in Maloula oogt rustig. De politie patrouilleert in het pittoreske dorpje waar niet alleen christenen, maar ook moslims wonen. In een van de kloosters wordt wijn verkocht die ooit nog door jihadisten werd stukgeslagen. Volgens Owis, een bezoeker uit Damascus, moet Maloula vooral een voorbeeld zijn. "De overheid wil door middel van het bekende Maloula laten zien dat ze om minderheden geeft." Intussen zijn er juist in het afgelopen jaar in Syrië veel slachtoffers gevallen onder andere minderheden, zoals de alawieten, de druzen en de Koerden.

Vandaag arriveren meerdere bussen en auto's met toeristen in het dorp. Syrische scholieren, maar ook buitenlanders. Zelfs een Nederlander, de twintigjarige Dalion, die op Texel woont. "Ik vind het als christen bijzonder om Maloula te bezoeken. Iedereen is ook vriendelijk. Mensen vinden het leuk om toeristen te zien, dat is voor hen een teken van hoop."

Terug in Damascus begint op zondagochtend de dienst in de getroffen kerk. Alleen niet in het hoofdgebouw, waar bouwvakkers nog bezig zijn met het herstellen van de schade van de aanslag, maar in een ondergrondse zaal op het terrein.

"De renovatie moet met Kerst klaar zijn", zegt priester Bashara. "De explosie heeft het gebouw laten schudden, maar niet ons geloof. Van oorsprong is het christendom gebouwd op martelaren. We hadden er 22 die dag en hebben onlangs 22 kinderen gedoopt, als symbool om de spiraal van ellende om te buigen."

Bezoekers, die langs opvallend weinig beveiliging het terrein op komen, tonen zich ook strijdbaar, al geeft een oudere vrouw toe dat haar kinderen inmiddels allemaal Syrië hebben verlaten. Ook priester Bashara heeft weinig hoop voor de toekomst. "Ja, er zijn al veel kerkgenoten vertrokken. Dat is niet alleen vanwege de veiligheid, maar ook vanwege de slechte economie. Er zijn duizenden mensen ontslagen na de machtsovername."

Bashara sluit niet uit dat hij zelf ook vertrekt. "Zal ik mijn paspoort aan u geven, zodat u een visum voor mij regelt?"

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next