Het wordt komend jaar nóg interessanter om in België te tanken. Nederland en Duitsland verhogen hun accijnzen op brandstof, maar onze zuiderburen zijn dat vooralsnog niet meteen van plan. Inkomsten voor Nederlandse pomphouders en de overheid drogen daardoor op.
Tanktoerisme naar België, Luxemburg en Duitsland is al decennialang een nationale sport. Maar de verschillen aan de pomp zijn nu zo groot dat zelfs mensen in Midden-Nederland geld besparen met een 'dagje uit' over de grens. Mede door andere goedkope producten zoals tabak zwelt het tanktoerisme aan.
Volgens de ANWB is de gemiddelde benzineprijs in België momenteel 1,57 euro per liter. In Nederland is de pompprijs gemiddeld 1,84 euro. Langs de snelweg ligt de prijs zelfs op 2,12 euro. Daar legt de overheid vanaf januari 5,5 cent bovenop, wat de prijs afgerond 2,18 euro per liter maakt.
Een vlugge rekensom bewijst dat je niet meer in de grensstreek hoeft te wonen voor een goede deal. Gooi je je tank in België bijna vol met 45 liter, dan is je winst in januari met de gemiddelde pompprijs 14,85 euro.
Rijdt je auto 15 kilometer op 1 liter, dan kun je ruim 140 kilometer heen en terug rijden om te besparen. Ook vanuit Utrecht of Zuid-Holland bespaar je geld, vooral als je ook andere aankopen doet.
"Je kunt ook tabak kopen en naar de drogisterij en supermarkt gaan voor besparing", vertelt energie-econoom Hans van Cleef van onderzoeksbureau EqoLibrium. De besparingen blijven volgens hem tientallen euro's. Omrijden kost natuurlijk tijd, maar hij begrijpt ook waarom Nederlanders de reis maken. "De accijns op brandstof begint absurd te worden."
Het verhogen van accijnzen is voor regeringen een populaire manier om nog snel wat inkomsten te genereren.
Ook in Duitsland en Luxemburg gebeurt dat volgend jaar, vertelt Erik de Vries, directeur van de branchevereniging voor tankstations NOVE. "Gemiddeld gaat de literprijs benzine met 3 cent omhoog in Duitsland, dus het prijsverschil met Nederland groeit nog steeds."
De Vries sprak met Belgische collega's die nog in onzekerheid zijn over accijnsverhogingen. De volgende verhoging staat gepland voor 2027 vanwege strengere EU-wetgeving, maar de Belgische regering kampt met een aanzienlijk begrotingstekort, waardoor het aantrekkelijk wordt om de brandstofprijzen op te schroeven.
"België profiteert nu al wel van de belastinginkomsten op de relatief goedkope brandstof en tabak", stelt De Vries. Het land meldde afgelopen zomer dat het een recordbedrag aan brandstofaccijnzen had opgehaald: bijna 6 miljard euro.
Ondertussen meldde NOVE dalende cijfers voor zowel benzine als diesel. Nederlanders tankten in een jaar tijd 6 procent minder benzine en 11 procent minder diesel. "Auto's worden steeds zuiniger en we rijden ook vaker elektrisch, maar tanken over de grens speelt zeker een rol."
De accijnsinkomsten dalen mee, dus de accijnsverhoging kan averechts werken voor de overheid. Die ontvangt jaarlijks ongeveer 9 miljard euro aan tankinkomsten. "Er verdwijnen naar schatting honderden miljoenen naar het buitenland door de prijsverschillen", zegt De Vries.
De NOVE-directeur vindt net als Van Cleef dat de accijnzen op brandstof "een doodlopende weg" zijn. Rekeningrijden is volgens de directeur en econoom de beste oplossing, omdat weggebruikers dan per gereden kilometer belasting betalen in plaats van via zware brandstofbelasting.
D66 en CDA willen rekeningrijden daarom doorvoeren in het volgende kabinet. Het plan is om rijden tijdens spitsuren duurder te maken per kilometer dan rijden tijdens rustige uren. De partijen willen wel in een kabinet met de VVD, dat tegen rekeningrijden is. Als het plan niet doorgaat moeten de accijnzen op brandstof de komende jaren verder omhoog.
Source: Nu.nl algemeen