Honda was in 2025 een van de twee fabrikanten die door de MotoGP-concessies de meeste ontwikkelingsvrijheden hadden. Daar werd goed gebruik van gemaakt, want de RC213V werd tijdens het seizoen regelmatig van nieuwe onderdelen voorzien. Ook mocht Honda door de concessies werken aan het motorblok, iets wat Ducati, KTM en Aprilia niet mochten vanwege de bevriezing van de motorontwikkeling. Het leidde tot meerdere upgrades op dit gebied, die de Japanse motorfiets eindelijk competitief maakten qua acceleratie en topsnelheid.
In combinatie met de solide basis die de RC213V bij de start van het seizoen al had, leidde de doorontwikkeling tot het beste MotoGP-seizoen van Honda sinds 2019. Johann Zarco boekte een knappe overwinning in de regenrace in Frankrijk, gevolgd door een podiumplaats in de droge Britse GP. Later in het jaar haalde Joan Mir het podium in de droge races in Japan en Maleisië. Mede door deze resultaten eindigde Honda als vierde in het constructeurskampioenschap met 285 punten, bijna vier keer zoveel punten als het merk in 2024 behaalde.
Als testrijder speelde Aleix Espargaró een belangrijke rol in het ontwikkelingswerk van Honda in 2025. De ervaren Spanjaard, die eind 2024 stopte als fulltime rijder, denkt dat vooral het motorblok van doorslaggevend belang was voor de competitiviteit van de motorfiets. "Het vele materiaal dat we hebben geïntroduceerd, de honderden ronden die ik reed om dingen te testen en hoeveel we aan de motor hebben veranderd in de laatste zes maanden zijn echt geweldig", zegt Espargaró, die denkt dat Mir en teamgenoot Luca Marini veel meer moeite hadden gehad zonder het verbeterde motorblok.
Johann Zarco zorgde voor het grootste succes van Honda door de Franse GP te winnen.
Foto door: Marc Fleury
"Als ik me de situatie voorstel zonder het testteam, dan was die heel anders geweest. Begrijp me niet verkeerd: het komt niet door mij, maar doordat we de mogelijkheid hadden om vele dingen te testen", benadrukt Espargaró. "Honda heeft veel dingen meegebracht voor Joan en Luca. We hadden gedurende het seizoen bijvoorbeeld drie updates van het motorblok, en nu hebben we een blok dat supersnel is. Als Joan en Luca nu met het motorblok van het begin van het seizoen hadden gestreden, dan zouden ze niet eens in de top-tien staan."
Met die conclusie is Mir het overigens niet helemaal eens. De Spanjaard, die afgelopen seizoen voor het eerst sinds 2021 een podiumplaats behaalde, erkent wel dat het verbeterde motorblok een belangrijke rol speelde in de progressie van Honda. Toch hamert hij er ook op dat de RC213V op andere vlakken eveneens verbeterd is, waardoor de progressie in zijn ogen niet alleen toe te schrijven is aan het motorblok. "Het is wat mij betreft niet één ding", stelt Mir, die met 96 punten op de vijftiende plaats eindigde in het kampioenschap.
"Met de positie waarin we hiervoor verkeerden, was het geen kwestie van één ding veranderen. Het was een kwestie van de aero, het motorblok, de grip en de elektronica verbeteren, en beter begrijpen wat er gebeurde", vervolgt Mir. "Maar de vermogensafgifte en het karakter van de motor werkten voor mij heel goed om een verschil te maken met de andere Honda's. Ik ben gevoeliger voor de controle over de gashendel. De andere rijders kunnen waarschijnlijk beter omgaan met minder verbinding, en ik heb daar meer moeite mee. En qua gevoel met de voorkant om betere remstabiliteit te hebben, zit ik nu op een goed niveau, ook al is het nog niet fantastisch."
Wat zou jij graag willen zien op Motorsport.com?
- Het Motorsport.com-team
Source: Motorsport