In de Westerschelde is een tot nu onbekende uitgestorven soort spitssnuitdolfijn ontdekt, meldt het Natuurhistorisch Museum Rotterdam donderdag. De internationale onderzoeksgroep presenteert de prehistorische botten na jaren onderzoek en is enthousiast over "ongekende hoeveelheid schedels".
De presentatie van de nieuwe soort, Flandriacetus gijseni, volgt op jarenlang onderzoek. De soort leefde 8,1 tot 7,5 miljoen jaar geleden en vormt een nieuwe tak van de stamboom.
Expedities op de Westerschelde leverden de afgelopen jaren meerdere fossielen op. Daarbij werden onder meer losse botten van walvissen, mammoeten, neushoorns en "bijna puntgave" walvisschedels gevonden.
Van de nieuwe spitssnuitdolfijn zijn maar liefst negen schedels bekend. Sommigen zijn bijna helemaal compleet. Het nauwkeurige onderzoek aan deze "ongekende hoeveelheid schedels" maakt duidelijk dat de nieuwe soort veel tanden had en nog niet diep dook. Dit in tegenstelling tot de hedendaagse spitssnuitdolfijnen: die hebben geen tanden en zwemmen diep om inktvissen op te zuigen.
De nieuwe soort is door al deze details een van de uitgestorven soorten spitssnuitdolfijnen waar we het meest van weten. De onderzoekers beperken zich daarom niet alleen tot de strikte wetenschappelijke beschrijving. Op basis van de hoeveelheid schedels stellen zij voorzichtig dat de Flandriacetus gijseni in kleine scholen in het ondiepe water van de Oernoordzee op vis joeg.
De compleetste schedel van Flandriacetus gijseni is vanaf donderdag te zien in de vaste tentoonstelling Oerwalvissen in het Natuurhistorisch Museum Rotterdam.
Source: Nu.nl algemeen