Home

Tijdens missies draagt hij een brief van zijn moeder onder zijn uniform: ‘Lieve zoon, je bent mijn enige kind’

Tommy Wieringa is schrijver en columnist voor de Volkskrant.

Laten we hem Marco noemen, infanterist in Oekraïense dienst. Onlangs stapte hij over naar de Special Forces om geheime missies achter het front te volbrengen: ‘Want als ik dan toch de rest van mijn leven door de bossen achter Russen moet aanrennen, kan ik het maar beter goed doen ook.’

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Oekraïense moeder, Nederlandse vader – daar geboren, opgegroeid onder de rook van Rotterdam. We ontmoetten elkaar eerder toen we zijn eenheid terreinwagens leverden, en afgelopen zomer interviewde ik hem in Kyiv voor de Human-documentaire Konvooi (uitzending 22 en 29 december, half negen op NPO2).

Nu spreken we af in het Hilton Garden Inn bij Leiden. Hij is in Nederland om zijn moeder te bezoeken. Al na een dag wilde hij terug naar het front. Wakker ’s nachts, zweten en hartkloppingen, paniek.

Een vriend pleegde zelfmoord toen hij gewond thuis zat. Hij begon te malen en zette zijn dienstpistool tegen zijn slaap. ‘Pas als je tot rust komt, word je gek.’

De nachten zijn het ergst. ‘Ik heb nachtmerries dat ik doodga. FPV’s (type drones, red.)zien me en blazen me op, of dat ik met de auto in een greppel terechtkom en er niet uit kan tijdens een aanval. Ik weet niet meer wat de realiteit is.’

Frontkoorts.

Bij elk vliegtuig boven zijn moeders huis hoort hij inkomende KAB-raketten, zelfs een passerende scooter jaagt zijn cortisol-waarden door het dak. Hij gaat zeker eerder terug, pas in de oorlog komt hij weer op adem. ‘Hier in deze vrijheid kan ik niet leven… Met alcohol erbij ga je helemaal rare dingen denken. Het is zo gemakkelijk om een leven te beëindigen…’

Zijn tijd zit er bijna op, denkt hij, hij heeft al zoveel vrienden verloren en is al zo vaak aan de dood ontsnapt, het kan niet lang meer duren.

Van het gezoem van drones krijgt hij storing. ‘O man, als ik dat hoor, die gewapende muskiet… Je rent door het bos, je moet naar de lucht kijken, naar drones en artillerie, maar ook naar mijnen op de grond. Soms moet je rennen, dan weer stilstaan, om steeds hun coördinaten te verstoren zodat ze niet kunnen corrigeren op je locatie.’

Word je in het bos gezien door een drone, blijf dan doodstil staan, adviseert hij, drones jagen het liefst op bewegende doelen. (Een vogelaar herkent dit als de strategie van de roerdomp, die bij gevaar in de ‘paalstand’ schiet, rechtop en onbeweeglijk.)

Tijdens missies draagt hij een brief van zijn moeder onder zijn uniform, Lieve zoon, je bent mijn enige kind…

Marco en zijn vriendin wilden kinderen, maar hun huis in Andriivka is verwoest en hij raakte impotent door de jammingsystemen waarmee dronesignalen worden verstoord. ‘Ze hebben mijn lul gekookt jongen. In het begin gebruikten ze 50 megahertz, nu is het al 1.500. Je voelt je brein smelten als het aangaat.’

Bij het afscheid kijkt hij omhoog naar de roestbruine reus van het Corpus-museum naast het hotel. ‘Daar kun je de binnenkant van de mens bekijken, toch?’ Hij knikt en steekt een sigaret op. ‘Ik heb genoeg binnenkanten van mensen gezien.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next