De Oostzeeveerboot Estonia zonk in 1994 door een afgebroken boegklep, blijkt uit nieuw onderzoek naar de scheepsramp. Onderzoekers kwamen drie jaar na dato al tot die conclusie, maar vanwege verhalen rond de Estonia werd in 2020 een nieuw onderzoek ingesteld.
De Estonia zonk op de avond van 27 september 1994. De 155 meter lange Oostzeeveerboot was met 989 opvarenden onderweg van de Estse hoofdstad Tallin naar de Zweedse hoofdstad Stockholm.
In een documentaire over de ramp uit 2020 kwamen beelden voorbij van gaten in de romp van de Estonia. Die leidden tot speculaties over een ontploffing of een mogelijke aanvaring voorafgaand aan de schipbreuk. Daarop werd door onderzoekscommissies uit Estland, Finland en Zweden een nieuw onderzoek ingesteld.
Die onderzoekers zijn nu tot de conclusie gekomen dat de gaten in de romp veroorzaakt zijn door rotsblokken op de zeebodem. Daarmee blijven de conclusies van het oorspronkelijke onderzoek naar de ramp uit 1997 overeind.
Door hoge golven brak de boegklep van het schip, oordeelden onderzoekers uit de drie landen destijds. Hierdoor kon een enorme hoeveelheid water het autodek binnenstromen. De Estonia maakte slagzij en was binnen een half uur gezonken.
Bij de scheepsramp kwamen 852 mensen om het leven. Daarmee staat het zinken van de Estonia te boek als de op een na dodelijkste zeeramp in Europa in vredestijd. Alleen bij de scheepsramp met de Titanic kwamen meer mensen om het leven.
Source: Nu.nl algemeen