Home

Schaatsers heersen niet richting Spelen: 'Toppers moeten we beschermen'

De Nederlandse schaatsers hebben weliswaar alle olympische tickets binnengesleept. Toch is na vier wereldbekerweekenden de conclusie dat Nederland op opvallend veel afstanden een bijrol heeft gespeeld. En dat er zeker bij de mannen maar een handvol medaillekandidaten zijn. Een analyse.

Kjeld Nuis is nooit te beroerd om zijn mening te geven over het Nederlandse schaatsen. Zeker niet in een weekend waarin de Nederlandse mannen op de 5 kilometer in Hamar bijna een olympische startplek verloren.

"Ik denk dat de selectiecommissie van de KNSB over twee weken bij het olympisch kwalificatietoernooi met pampers om op de tribune zit", zegt Nuis zaterdag na zijn derde plek op de 1.000 meter. "Want ze zullen echt hopen dat de toppers geen valse start maken of vallen. Dan zitten ze met de gebakken peren."

De drievoudig olympisch kampioen erkent meteen dat hij niet geheel objectief is, want hij is zélf een van die toppers. Maar zijn punt is wel te begrijpen. Op basis van de eerste vier wereldbekers zijn er maar vier à vijf Nederlandse schaatsers aan te wijzen die bijna zekere medaillewinnaars zijn op de Olympische Spelen van Milaan. Femke Kok, Jenning de Boo en Joy Beune horen daar in ieder geval bij. Jutta Leerdam wellicht. En ja, ook Nuis.

Het zou voor de Nederlandse kansen in Milaan schadelijk kunnen zijn als een of meerdere toppers een foutje maken bij het kwalificatietoernooi (OKT) van eind deze maand. Want alleen daar kun je je plaatsen voor de Spelen. "Ik heb makkelijk lullen", zegt Nuis. "Maar waarom beschermen we de toppers niet? We kunnen ook nu al zeggen: de beste schaatsers gaan sowieso naar Milaan."

Deze discussie over de kwalificatieregels voor het schaatsen komt in elk olympisch seizoen wel een keer langs. Er mogen namelijk maar negen vrouwen en negen mannen naar de Spelen worden gestuurd. En Nederland heeft te veel goede schaatsers om die achttien tickets simpel in te vullen.

Toch ontstond er de afgelopen weken bij de World Cups in Salt Lake City, Calgary, Heerenveen en Hamar ook een ander beeld. Ja, Nederland is in de breedte nog steeds met afstand de sterkste schaatsnatie. Maar op een flink aantal afstanden deed Nederland niet of nauwelijks mee om de prijzen.

Bij de vrouwen speelt dat probleem niet. De Nederlandse schaatssters pakten 18 zeges in 26 races op de olympische afstanden. Bij de mannen zijn de statistieken totaal anders, met 3 keer goud in 26 wedstrijden.

Dat komt vooral door het Amerikaanse fenomeen Jordan Stolz, die op de 500, 1.000 en 1.500 meter en de massastart in totaal liefst veertien keer mocht juichen. Maar Stolz rijdt geen 5 en 10 kilometers en op die afstanden - jarenlang hét domein van de Nederlanders - stond vier weken lang geen enkele schaatser in het oranje op het podium.

Beau Snellink, die in maart in Hamar nog WK-zilver pakte op de 5.000 meter, werd zaterdag slechts veertiende op die afstand. Het was net genoeg voor de olympische startplekken voor Nederland, maar bood weinig hoop voor Milaan.

"Het voelt een beetje alsof we als Nederland falen", zei Snellink na zijn 5 kilometer. "Ik stel hier gewoon teleur. Ik ben zeven seconden langzamer dan bij de WK. Dat is iets om je voor te schamen."

Een dag later, na een derde plek op de ploegenachtervolging, benadrukte Snellink dat hij zichzelf en ploeggenoot Chris Huizinga nog steeds als medaillekandidaten ziet op de olympische 5 en 10 kilometer. "Als we goed in vorm zijn, kunnen we in Milaan gewoon weer op het podium komen. Dat hebben we vorig seizoen vaak genoeg laten zien."

Feitelijk klopt dat. En in de kleine twee maanden tot de openingsceremonie in Milaan kan er nog veel gebeuren. Maar bij de schaatsbond zullen ze het na vier wedstrijdweken stiekem misschien wel eens zijn met deze woorden van Nuis: "Laten we verdorie zuinig zijn op onze allerbeste schaatsers."

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next