Vier op de tien Nederlanders kampen met gevoelens van angst en depressie. Een kwart van de Nederlanders heeft een psychische stoornis. Twee deskundigen vertellen aan NU.nl hoe we dat kunnen oplossen met de al bestaande middelen.
Volgens deskundigen is het belangrijk onderscheid te maken tussen twee groepen. De eerste groep heeft klachten die lijken op angst of depressie, maar geen diagnose. De tweede groep heeft wél een vastgestelde angst- of depressieve stoornis.
Bij een vastgestelde angst- of depressieve stoornis wordt gesproken over een psychische aandoening. Het onderscheid tussen de twee groepen is belangrijk, omdat deskundigen voor elke groep een andere aanpak zien. Eén oplossing voor alle mentale problemen bestaat daarom niet.
"Allereerst is het belangrijk goed te onderzoeken welke factoren tot een psychische stoornis leiden", zegt Gert-Jan Hendriks, hoogleraar aan de Radboud Universiteit en gespecialiseerd in de behandeling van angststoornissen en depressie, tegen NU.nl.
Een psychische stoornis ontstaat door een combinatie van factoren zoals stress, DNA of thuissituatie. "Als je weet welke factoren een hoofdrol spelen, kan je vooraf inschatten of iemand een psychische stoornis gaat krijgen", legt Hendriks uit.
Ook Claudi Bockting, hoogleraar klinische psychologie aan het Amsterdam UMC, ziet daarin een oplossing. "We moeten investeren in onderzoek naar nieuwe vormen van preventie, zodat mentale klachten bij jongeren niet uitgroeien tot echte mentale aandoeningen."
Verder is het volgens Hendriks belangrijk gevoelens van angst en somberheid niet te zien als 'zwak'. Veel belangrijker is het praten over deze gevoelens te normaliseren.
"Iedereen kent gevoelens van angst en somberheid", zegt Hendriks. "Het is belangrijk dat bespreekbaar te maken. Niet alleen voor jongeren, maar ook voor ouderen." Die boodschap zou volgens Hendriks via overheidscampagnes of voorlichting op scholen overgebracht kunnen worden.
Bij ouderen worden zulke stoornissen minder snel herkend. Volgens Hendriks komt dat doordat hulpverleners vaak niet weten hoe angst of depressie zich bij ouderen uit. "Om te voorkomen dat klachten chronisch worden, is ook hier voorlichting nodig aan familie en hulpverleners." Ook hier ziet Hendriks mogelijkheden voor overheidscampagnes of gastlessen voor hulpverleners.
Die gastlessen, overheidscampagnes en voorlichting kosten geld. "Maar op de lange termijn verdient dat zich terug", zegt Hendriks. "Als je weet waarom ouderen een psychische stoornis ontwikkelen, kan je preventief handelen. Op de lange termijn scheelt dat klauwen met geld, doordat ouderen voordat ze een stoornis hebben behandeld zijn."
Al deze oplossingen zijn geschikt voor mensen in het voorstadium van een psychische stoornis. Maar ook voor mensen die de diagnose al gekregen hebben, zien beide deskundigen oplossingen in het Nederlandse zorglandschap.
Volgens Bockting begint dat bij het serieus nemen van psychische stoornissen. "Op dit moment gaat minder dan 10 procent van het zorgbudget naar mentale aandoeningen. Dat verklaart mede waarom er zulke lange wachtlijsten zijn."
Ze zou graag zien dat het budget voor geestelijke gezondheidszorg (ggz) omhooggaat. Met een hoger budget kan je volgens Bockting makkelijker de wachtlijst voor jongeren met mentale problemen wegwerken. Veel ggz-instellingen hebben momenteel een lange wachtlijst.
Ook zien de deskundigen een oplossing in het toepassen van behandelingen waarvan bewezen is dat ze werken, in plaats van leunen op "omslachtige, onbewezen behandelingen". Dat gaat volgens de deskundigen nog niet overal goed, bijvoorbeeld in de jeugdzorg.
De jeugdzorg in Nederland is erg versnipperd. Door marktwerking zijn er momenteel duizenden aanbieders. Steeds meer deskundigen vragen zich af of dit systeem wel past bij de geestelijke gezondheidszorg.
"Er is veel kennis over goede behandelingen bij angst en depressie. Maar die kennis wordt niet overal gebruikt", vertelt Hendriks. "Hulpverleners mogen zelf veel bepalen over hun eigen manier van behandelen."
Volgens Hendriks is meer samenhang nodig. Het grote aantal instellingen moet overzichtelijker worden. Aanbieders moeten laten zien dat ze volgens vaste regels en richtlijnen werken. Die regels bestaan al wel, maar niet iedereen volgt ze.
Ook het toezicht schiet volgens hem tekort. "Gemeenten beslissen welke instellingen mogen beginnen. Maar zij weten vaak niet goed wat kwaliteitszorg is. Daarom is meer structuur en beter toezicht nodig om de jeugdzorg te verbeteren."
Source: Nu.nl algemeen