Eind november viel Shaqueel van Persie twee keer in bij Feyenoord, waar zijn vader Robin van Persie trainer is. In aanloop naar de Klassieker zat de spits weer op de bank. Hoe gaan vaders om met hun zoon in een trainer-spelerrelatie? ‘Gelul houd je altijd.’
is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
Een proftrainer die zijn zoon laat debuteren: dat is voer voor speculaties, een oneindige stroom clickbait. Het kan leiden tot roddel en achterklap in de kleedkamer. De verwachtingen, de vergelijkingen, de zweem van voortrekkerij.
‘Je moet echt heel zeker weten dat hij het aankan’, zegt Jan van Dijk, die eind vorige eeuw zijn oudste twee zonen liet debuteren bij FC Groningen, door de telefoon. ‘Anders ben je niet goed bij je hoofd.’
De familie Van Persie weet er inmiddels alles van. Feyenoord-trainer Robin van Persie liet zijn zoon Shaqueel eind vorige maand twee keer invallen. Sindsdien krijgen vader en zoon in de media voortdurend vragen over hun band en samenwerking.
Zondag tijdens de Klassieker ontbreekt Shaqueel van Persie waarschijnlijk in de selectie. Feyenoord moet zich oprichten na de zeperd tegen FCSB van donderdagavond (4-3), terwijl Ajax nieuwe moed heeft gekregen door de winst bij Qarabag (2-4) op woensdag. Er staat, kortom, gigantisch veel op het spel.
Kun je als trainer objectief kijken naar je eigen kind? Het is een vraag die vaak wordt gesteld.
‘Ik denk het wel’, zegt Van Dijk. ‘En je hebt ook je assistenten, die hem elke dag zien trainen. Als iedereen het er unaniem over eens is dat hij het aankan, zou het belachelijk zijn om hem de kans niet te geven, omdat je zijn vader bent. Profvoetbal is business, je moet punten halen, dus je laat je beste spelers spelen. Maar je loopt een risico als het verkeerd uitpakt; dan zijn de verhalen niet van de lucht en wordt de familieband er vaak bij gehaald.’
FC Groningen speelde in de eerste divisie toen Van Dijk zijn tienerzonen Dominique en Gregoor twee maanden na elkaar hun entree liet maken in het eerste elftal. Het wantrouwen onder supporters was groot: er werd gesproken over ‘FC Van Dijk’. Trainer Jan zou zijn zonen te veel voortrekken.
Volgens Van Dijk zelf is de remedie simpel: ‘Ze behandelen als ieder ander. En presteren.’
Net als voor Shaqueel van Persie, wiens vader jarenlang topscorer van het Nederlands elftal was, lag er een pittige erfenis voor de broers Van Dijk. Als strategisch slimme, strijdlustige middenvelder groeide Jan van Dijk in de jaren tachtig uit tot een clubheld bij FC Groningen. Gregoor was zijn evenbeeld als voetballer, Dominique eerder zijn tegenpool.
Van Dijk senior: ‘Ze hielden in Groningen van mijn speelstijl. Dominique was een sierlijke, technisch begaafde middenvelder. Ik denk dat hij daardoor minder ver is gekomen dan Gregoor. Men verwachtte bij een Van Dijk een heel ander type, een stofzuiger, een bikkelaar.’
Waar Gregoor zich in het basiselftal knokte en populair werd, had de twee jaar oudere Dominique meer moeite om zich te manifesteren. Van Dijk: ‘Ik liet hem spelen als ik verwachtte dat we meer de bal hadden, maar na de promotie naar de eredivisie hadden we die een stuk minder.’
Dominique verkaste in 2001 naar Cambuur. ‘Hij moest weg, onder mijn vleugels vandaan; de verwachtingen drukten op hem. Misschien had dat al eerder gemoeten.’
Dominique van Dijk blijkt aanvankelijk lastig traceerbaar voor dit stuk. Hij was als voetballer al reislustig, zette een eigen modemerk op en had zijn buik vol van de voetbalwereld, zo is te lezen in oude interviews.
Gregoor van Dijk geeft na benadering via Instagram direct zijn telefoonnummer. ‘Dominique was de beste voetballer van ons drie’, vertelt hij onomwonden. ‘Hij heeft mij óók gevormd. In onze jeugd moest ik steeds achter hem aan, ik móést wel tackles maken, anders kon ik hem niet stoppen.
‘Onze start in het eerste was anders. Ik zette een tackle in en er werd geklapt. Dominique speelde verder vooruit, hij moest elke wedstrijd het verschil maken, anders vonden ze het niks. Dat werd een heel ding, die kritiek raakte hem. Ik was onbevangen, Dominique is meer een denker.’
Jan van Dijk: ‘Het werd moeilijk voor Dominique, maar ook voor mij. Ik had soms moeite om het ene moment zijn vader te zijn en het andere zijn trainer. Het loopt toch in elkaar over.’
Ook voor Gregoor werd het moeilijk, toen zijn vader en hij in 2001 naar Roda JC gingen en aldaar een slechte start beleefden. Gregoor: ‘Op mij kwam ook kritiek. Hij speelt omdat zijn vader trainer is, hoorde je dan. Dat was een vervelende fase.’
Jan van Dijk werd vlot ontslagen. Zijn opvolger Georges Leekens zei tegen Gregoor van Dijk dat hij zich geen zorgen hoefde te maken, dat er voor hem niets zou veranderen. Vervolgens begon de middenvelder een half jaar op de reservebank.
Gregoor van Dijk: ‘Leekens wilde zichzelf een beetje populair maken door de zoon van de vorige trainer waar zo veel kritiek op was te slachtofferen. Beetje makkelijk, om dat met een jongen van 19 te doen.’
Misschien had er voor Gregoor meer in gezeten als hij bij Roda JC alles had gespeeld, al groeide hij later nog uit tot aanvoerder van FC Utrecht.
Jan van Dijk werkte daarna niet meer samen met zijn oudste zonen, maar momenteel werkt hij wel met een jongere zoon, Noah, bij amateurclub BSV Limburgia. ‘Het was niet gepland. Hij zat in het tweede en pakte zijn kans toen een verdediger een kruisbandblessure opliep. Hij is er nooit meer uitgegaan, kan dit niveau makkelijk aan.
‘Maar je merkt ook bij de amateurs dat er toch wordt gekeken naar die bloedband. Als hij een fout maakt, dan prikkelt me dat toch extra, merk ik.’
Daar kan Gérard de Nooijer over meepraten. De trainer stelt bij HSV Hoek, koploper in de Tweede Divisie (het hoogste amateurniveau) zijn zoon Yanilio op als linksback. Eerder werkte hij bij profclub FC Dordrecht al samen met oudste zoon Bradley, eveneens een linksback, de positie waar De Nooijer senior als prof ook soms speelde.
Gérard de Nooijer: ‘Het grootste probleem is de buitenwacht, die hebben hun favorieten op die positie. En als die niet spelen, wordt de familieband erbij gehaald. Mijn antwoord is dan heel simpel: ja klopt, Yanilio staat altijd als eerste op het wedstrijdformulier. Dan weten ze niet wat ze moeten zeggen.
‘Uiteindelijk zeg ik toch maar voor de zekerheid dat ik de keeper altijd als eerste opschrijf. Maar goed, gelul houd je altijd.’
Hij beoordeelt zijn zonen als ieder ander, bezweert hij. ‘Ik stuur hem net zo veel beelden op als een andere speler, steek net zo veel tijd in hem als in zijn concurrent. Als hij niet goed staat te verdedigen, dan zeg ik dat. Ik denk daar echt niet over na.’
Harder juichen bij een doelpunt van zijn zoon zal De Nooijer ‘never nooit’ doen. ‘Ze scoren niet vaak, dat scheelt. Maar zonder gekheid: er gebeurt altijd iets vanbinnen als je zoon een goede voorzet geeft waaruit wordt gescoord. Dan geniet je – maar dat zal ik nooit uiten.’
Hoofdtrainers zijn rare wezens, stelt De Nooijer. ‘Trainer ben je altijd. Ik had met Bradley weleens aanvaringen over zijn levenswijze. Hij dacht dat de wereld aan zijn voeten lag, was met verkeerde dingen bezig. Ik zei dan: je bent je carrière aan het vergooien.
‘Op de club hoorde hij dat van me, en thuis zat ik hem als vader ook weer op zijn nek. Werd ik aan tafel ineens heel boos om hoe hij met zijn sport omging. Dat botste. Nu doe ik dat niet meer. We zijn allebei wijzer geworden.’
De zoon kan ook te veel druk voelen. Daley Blind blikte in de documentaire Voetbalsporen terug op de interland Turkije-Nederland uit 2015. Zijn vader Danny was bondscoach, en het ging helemaal mis: Nederland verloor met 3-0, Blind junior had een negatief aandeel in de eerste twee doelpunten. Zijn vader kwam onder druk te staan en werd later ontslagen.
Daley Blind: ‘Ik speelde een dramatische wedstrijd, dat neem ik mezelf nog steeds enorm kwalijk. Je vader is bondscoach, en dan speelt zijn eigen zoon, die het zo goed mogelijk wil doen, een draak van een wedstrijd. Je voelt je zo verantwoordelijk, zo schuldig tegenover je vader. Je wilt misschien wel te veel laten zien, te belangrijk zijn voor het elftal. Voor je vader.
‘Misschien bracht het onbewust ontzettend veel druk mee. Op dat moment kon ik het blijkbaar niet aan.’
Die nacht voelde Daley zich ‘zo verantwoordelijk en klote’ dat hij het hotel doorzwierf en uiteindelijk bij zijn vader aanklopte. ‘Zijn baan stond op het spel. Ik voelde me geroepen om naar hem toe te gaan en ‘sorry’ te zeggen.’
Het kan ook anders gaan. Nebojsa Gudelj werd in 2012 aangesteld als trainer van NAC, dat op een degradatieplaats stond. Hij maakte zijn zoon Nemanja belangrijk, met handhaving in de eredivisie en een transfer van Nemanja naar AZ tot gevolg.
‘Het is nog steeds de grootste uitgaande transfer van NAC ooit’, zegt Nebojsa Gudelj. ‘Het was een goede test voor Nemanja, er lag meer druk bij hem dan bij mij.’
Toch worstelde Gudelj senior soms met de familieband. ‘Wij zijn extreem hecht, kunnen ook emotioneel zijn. Ik heb daarover gesproken met psycholoog Paul van Zwam, hoe ik daar beter mee kon omgaan.’
Gudelj senior wilde ook zijn jongste zoon Dragi bij de selectie halen. ‘Samen met twee andere talenten. Dan konden ze meer trainen, kregen ze meer weerstand. Daar kwam meer commentaar op, van jeugdtrainers. En dan kreeg je verhalen van: hij trekt zijn zoon voor.’
Ook aan Dragi Gudelj had NAC geld kunnen verdienen. ‘Hij is een goede speler geworden in Spanje. Ik had gewoon het beste met NAC voor.’
Toen Nebojsa Gudelj in 2014 werd ontslagen bij NAC, sprintte zoon Nemanja na een goal voor AZ naar de camera en toonde zijn dijbeen; daarop prijkte een flinke tatoeage van het hoofd van zijn vader.
Gudelj senior: ‘Dat was heel emotioneel, heel mooi. Typisch Nemanja, die haalt daar energie uit. Maar ik zeg je: ik heb hem nooit bevooroordeeld. Als trainer heb je niet eens tijd om je zoon meer aandacht te geven, je bent alleen maar bezig het hele team en de komende tegenstander te analyseren.’
Het is ook wat Van Persie bezweert. Tegen de NOS zei hij: ‘Ik ben met mijn werk bezig en Shaq ook. Niks meer en niks minder. Hij is een van mijn spelers, zo benader ik hem en zo wil hij benaderd worden.’
Dat de Van Persies nu samenwerken is enigszins door toeval ontstaan. Een jaar geleden was Van Persie senior nog trainer bij SC Heerenveen, maar na het ontslag van Brian Priske kwam Feyenoord bij hem terecht. Zoon Shaqueel speelde allang in de Feyenoord-jeugd en werd gezien als groot talent, maar tobde met blessures.
Afgelopen zomer trok Feyenoord twee nieuwe spitsen aan: Casper Tengstedt, die in de ogen van Van Persie nog stappen moet maken, en Cyle Larin, die geblesseerd raakte. Shaqueel van Persie scoorde in twee oefenwedstrijden en mocht daarna invallen tegen Celtic en Telstar.
Afgelopen week gaf Van Persie tegen PEC Zwolle en FCSB de voor 6 miljoen euro aangeschafte Tengstedt weer speeltijd. De Deen scoorde in beide duels. Ook Larin is terug.
Van Persie senior, grijnzend: ‘Ik zie al mijn spelers als mijn kinderen. Ik heb niet één zoon, maar 25.’
Gregoor van Dijk snapt dat Van Persie dat zegt. ‘Als zijn zoon bij de selectie zit, dan bespreken ze natuurlijk al vooraf hoe ze die middag gaan spelen. Maar hij kan niet zeggen: ik heb het er al met Shaqueel over gehad. Dat pikt niemand, en dat is logisch. Maar ook een beetje naïef.’
Uiteindelijk kun je geroddel moeilijk tegengaan, is de conclusie van Gregoor van Dijk. ‘Dat is wel iets om rekening mee te houden. Mijn broer Dominique heeft het echt zwaar gehad. Die konden ze gewoon niet plaatsen.’
Dominique van Dijk blijkt tegenwoordig in Antwerpen te werken, in een chique kledingzaak. Hij laat via zijn broer weten bereid te zijn tot een gesprek. In een knap pak serveert hij cappuccino en vertelt openhartig over de valse start van zijn nimmer tot volledige bloei gekomen voetballoopbaan.
Na ruim een half uur concludeert hij: ‘Het is bijna dertig jaar geleden, ik kan er inmiddels ergens wel om lachen. Maar ik merk ook dat er nog steeds een littekentje zit dat niet helemaal geheeld is. Ik was totaal niet voorbereid op wat er ging komen, toen mijn vader me erin gooide.’
Dominique van Dijk spreekt over ‘een hetze’ die tegen hem werd gevoerd door de supporters van FC Groningen en de plaatselijke media, omdat hij niet kon voldoen aan het beeld dat er van ‘een Van Dijk’ bestond.
‘Gaf ik ook nog een interview samen met mijn vader aan Hans Kraay junior. Dat waren grappige gesprekken. Hij vroeg: ben je beter dan je vader? Ik zei lachend dat ik drie keer zo goed was. Nou, toen had ik het gedaan in Groningen.
‘Dan heb ik ook nog een filosofische inslag, ik had meerdere interesses buiten het voetbal, ik reisde veel. Ik was totaal onherkenbaar voor mensen in het stadion. Ze wilden een nuchtere Van Dijk die een stofzuiger was op het middenveld. Die liep er wel, maar die was twee jaar jonger.’
Zijn vader was de held als speler, hij werd de gebeten hond. ‘Ik was arrogant, verwaand, ik kreeg echt van alles naar mijn kop: vreselijke ziektes, ‘homofiel’ was nog het aardigst. Ik ben een type dat alles hoort in het veld, iedere zucht. Ik ging daar niet beter van spelen.’
De discussie kwam op gang: moet die vader zijn zoon wel opstellen? Dominique van Dijk leed eronder. ‘Ik kon niet tegen die druk die meekwam. Ik werd opgewacht door onze eigen supporters. Die zeiden: hou je grote bek, ga eens scoren. Dat is niet fijn voor iemand van 19 jaar oud, kan ik je vertellen.’
Hij werd zelfs persona non grata, zijn vader zag het ook. ‘Die zei: Dominique wordt niet gedoogd in Groningen. Dat zag hij goed. Daar is mijn karakter door gevormd, ook als mens. Ik ben van nature geen gesloten jongen, maar ben het wel meer geworden. Nu we praten, komt het er toch uit allemaal.’
Hij neemt zijn vader niets kwalijk, al had hij weinig steun aan hem. ‘Mijn ouders gingen scheiden, hij was niet veel meer thuis. We waren karakterologisch sowieso niet echt een match.’ Dominique voetbalde nog tien jaar bij Cambuur, RKC en Volendam. Er had meer ingezeten wellicht, met een andere start.
Zijn conclusie: het is makkelijker om niet onder je vader te spelen. ‘Bij een andere club was er rond Shaqueel van Persie geen discussie geweest. Hij is spits, hij zal echt moeten gaan scoren. Feyenoord heeft nog meer spitsen, dus je kunt ook in de kleedkamer gedoe krijgen. Het is echt het prettigst voor een jonge speler om zo min mogelijk discussie te hebben.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant