De Nederlandse handbalsters zijn er vrijdagavond niet in geslaagd om de finale van het WK in eigen land te bereiken. De wereldkampioen van 2019 was in de halve eindstrijd niet opgewassen tegen topfavoriet Noorwegen: 25-35.
Nederland duwde Noorwegen op voorhand in de favorietenrol en liep tegen de regerend olympisch kampioen ook al snel achter de feiten aan. Dat kwam niet omdat de ploeg van bondscoach Henrik Signell veel fouten maakte, maar vooral door de onbetwiste kwaliteiten van Noorwegen.
Halverwege leidde Noorwegen met 14-18. Dat was in 2019 op het WK ook precies de ruststand bij Nederland-Noorwegen. Toen boekte Oranje een zeldzame zege op de Noorse ploeg en veroverde het later in het toernooi de eerste wereldtitel.
Zo'n scenario zat er in een uitverkocht Ahoy geen moment in. Noorwegen liet na rust geen steken vallen, terwijl Oranje juist minder uit de kleedkamer kwam. Binnen enkele minuten was de marge al acht goals. Die achterstand bleek onrepareerbaar.
Door de nederlaag tegen Noorwegen is brons het hoogst haalbare voor Nederland. In de strijd om de derde plek wacht zondag om 14.30 uur een wedstrijd tegen Frankrijk. Dat land werd eerder in de hoofdfase nog door Nederland verslagen (26-23).
Voor Lois Abbingh en Estavana Polman wordt de wedstrijd tegen Frankrijk hun laatste in het shirt van Oranje. Zij hopen bij Oranje af te zwaaien met hun zesde medaille op een groot toernooi.
Abbingh en Polman speelden eerder in het toernooi meer een rol in de schaduw van de jongere generatie, maar de twee kwamen tegen Noorwegen meer aan spelen toe. Het tweetal kondigde voor het toernooi gezamenlijk aan na het WK te stoppen bij Oranje.
Na Nederland-Frankrijk vindt zondag ook de finale in Ahoy plaats. Daarin neemt Noorwegen het op tegen Duitsland, dat voor het eerst sinds 1993 in de finale van een WK staat. Duitsland won vrijdag in de halve finale met 29-23 van titelverdediger Frankrijk.
Source: Nu.nl algemeen