is socioloog en columnist van de Volkskrant.
Afgelopen voorjaar beschreef Kevin Toma in deze krant dat hij, hoe gruwelijk de beelden ook waren, toch was blijven kijken naar een stierengevecht. Toma beperkte zich in zijn essay tot observaties over zichzelf, maar kop en intro suggereerden dat wij allen ons verlustigen aan beelden van bloedende stieren met stervende ogen en lichamen vol messteken: ‘In Tardes de soledad is elk stierengevecht een tergend trage sterfscène. Waarom kunnen we niet wegkijken?’
Een geërgerde lezeres schreef: ‘Het onschuldige woordje ‘we’ rukt op in de Nederlandse taal. (...) We? Ik kijk, als ik het kan vermijden, nooit naar stervende dieren in films.’ Ik had dezelfde reactie, en het was niet voor het eerst dat ik dacht: spreek voor jezelf! Al jaren erger ik me aan het misbruik in kranten en tijdschriften van het woordje ‘wij’. Soms is zo’n ‘wij’ onschuldig, bijvoorbeeld uit gemakzucht; vaak is het manipulatief – in levenslessen bijvoorbeeld.
Om met een onbenullig voorbeeld te beginnen: de ‘we’ waarmee kortgeleden NRC een artikeltje inleidde over de sokkenoorlog die klaarblijkelijk woedt tussen millennials en gen Z. ‘Waarom hechten we zoveel waarde aan dat kleine, ogenschijnlijk saaie lapje stof?’, eindigde de alinea.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Nu vermoed ik dat nogal wat mensen over sokken denken zoals ik: ze moeten lekker zitten, lang genoeg zijn, warm en goed van kleur. ‘We’ vinden sokken bepaald niet allemaal zo belangrijk als de schrijfster beweert. Met haar ‘we’ verhief ze een onderwerp dat louter interessant is voor modeslaafjes tot een vraagstuk waarvan álle NRC-lezers wakker liggen. En dat terwijl uit haar tekst zonneklaar blijkt dat de sok-obsessie een tamelijk specifieke, sociologisch af te bakenen groep treft.
Zelfs op deze onschadelijke ‘wij’ reageerde mijn hoofd met een ferm ‘Ik niet, hoor!’ Idem dito bij een NOS-stukje quasi-kennis rond Black Friday. Stelling: de enorme kortingen die dag zijn bedrog, want er gaat meestal een prijsverhoging aan vooraf. Dat ‘wij’ er toch in vliegen, legde de omroep uit, komt door een psychisch mechanisme in ‘ons’ brein. Brein en verstand zijn bij de NOS kennelijk verschillende instanties. Het Journaal toonde wat pubers die zich op de kortingen verheugden, maar de volwassen vox pop verklaarde vrolijk zo suf niet te zijn. Dus: ‘wij’?
Vooral in zorgelijke beschouwingen over de stand van wereld en land willen auteurs en opiniemakers teneinde zwaarwegende vragen te beantwoorden nogal eens terugvallen op de suggestie van een ‘wij’. ‘We’ zijn verslaafd aan consumptie dan wel aan ‘onze’ telefoon. ‘We’ hebben steeds kortere lontjes. ‘We’ bewegen te weinig.
Na de verkiezingen betoogde Volkskrant-opiniemaker Gabriël van den Brink: ‘Hoewel democratisch leiderschap als gevolg van een lange evolutie onze voorkeur heeft, zijn we in tijden van onzekerheid of grote nood geneigd om ons lot in handen te leggen van een autocraat.’ ‘Corporate antropoloog’ Jitske Kramer verkondigde in NRC dat ‘wij, als wij het niet meer zo goed weten, verlangen naar een leider die ons redt. Ook als die een onzinverhaal vertelt of anderen de schuld geeft.’
Het zijn niet de geringste generalisaties waaraan hier met een air van wetenschappelijke zekerheid uitdrukking werd gegeven – als ware dit een universele wet, zoals dat onze hartslag stijgt bij inspanning. Beide uitspraken zijn aantoonbaar onjuist. Ik dacht meteen aan de Oekraïners, stervend in de strijd tegen een autocraat.
Maar ik heb een tweede bezwaar. ‘We’ is hier de ganse mensheid – op één na: de auteur zelve. Want met hun ‘we’ democratiseren Van den Brink en Kramer hun bewering, maar tegelijk snapt de lezer dat de auteurs zelf zo dom niet zijn. Deze ‘wij’ is niet gemakzuchtig maar oneerlijk: de auteurs suggereren een gezamenlijkheid die er niet is. Met haar term ‘onzinverhaal’ distantieert Kramer zich onbedoeld al van ‘wij’ – het zijn de anderen die onzin voor wijsheid houden.
Tenzij het de majesteit is die het zegt, wil ik als ik ‘we’ lees graag weten wie ‘we’ zijn: Ajax-fans, babyboomers, boeren, Nederlanders, vrouwen? De meest valse ‘wij’ is de klassieke dominees-wij, die verkondigt dat wij allen zondig zijn, dat in ons allen een nazi schuilgaat, dat wij van de wereld een zootje hebben gemaakt. ‘Ons laagje beschaving is flinterdun’, las ik kortgeleden in deze krant.
Niet alleen echte dominees genieten ervan de medemens te geselen; ook filosofen en wereldverbeteraars zijn er dol op. De omgekeerde boodschap kan ik trouwens even slecht lijden: dat ‘wij’ in essentie deugen. Wij verschillen namelijk nogal.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns