Home

Nederland begint 'praatclub' met andere landen voor digitale onafhankelijkheid

Hoe zorgen we ervoor dat de Europese Unie minder afhankelijk wordt van technologie uit China en de Verenigde Staten? Nederland begint vandaag samen met andere EU-landen een samenwerking om oplossingen daarvoor aan te jagen.

Het overgrote deel van de technologie die in de EU wordt gebruikt, komt van buiten de grenzen van de unie. Daarmee zijn Europese overheden, organisaties en bedrijven zeer afhankelijk van digitale oplossingen uit het buitenland. Dat moet veranderen, vinden Nederland, Duitsland, Frankrijk en Italië.

Die vier landen beginnen vandaag het European Digital Infrastructure Consortium (EDIC) voor Digitale Gemeenschapsgoederen. Dat is een mond vol, maar het doel is volgens demissionair staatssecretaris Eddie van Marum (Digitalisering) simpel: "Europa digitaal autonoom maken".

"Het wordt een praatclub", zegt IT-expert Bert Hubert, die donderdagmiddag een lezing geeft tijdens de presentatie van het EDIC. "Met een praatclub kun je mooie dingen bereiken, als het maar niet blijft bij alleen praten."

Deelnemende landen werken samen aan de ontwikkeling van eigen Europese technologie. Dat gebeurt onder andere door kennis en middelen te delen. Een eerste voorbeeld daarvan is Mijn Bureau, een Nederlands alternatief voor de kantoorsoftware van Microsoft 365.

Het is nog wat onduidelijk hoe het EDIC bedrijven en organisaties ervan wil overtuigen van bestaande (Amerikaanse) diensten over te stappen op Europese alternatieven.

De noodzaak voor eigen Europese technologie wordt door de toenemende spanningen tussen de EU en de Verenigde Staten steeds groter. "Wat gebeurt er als onze afhankelijkheid een probleem wordt?", vraagt Dave Maasland van cybersecuritybedrijf ESET Nederland zich af. "Zie het zo: stel dat je buurman de keuken bezit, maar plotseling weigert eten te maken. Dan word je gedwongen zelf te koken."

Maasland is positief gestemd. "Europa is een continent van uitvinders", zegt hij. Alternatieven opzetten moet dus wel lukken. Hij hoopt alleen dat Europa meer gaat investeren in eigen technologie, want op dat gebied loopt de VS flink voor. "Zij hebben geleerd hoe ze uitvindingen kunnen opschalen, zodat je er bijna niet meer omheen kunt."

Het begint ermee dat Europese alternatieven net zo goed werken en even stabiel zijn als niet-Europese diensten, zegt Van Marum. "Deels moeten we daarvoor een inhaalslag maken, maar er zijn al Europese producten die de concurrentie prima aankunnen." Het EDIC hoopt organisaties daar vaker nadrukkelijk op te wijzen.

Dat Nederland een van de oprichters van het EDIC is, voelt mogelijk krom. In oktober werd bekend dat medewerkers van de Belastingdienst van een werkomgeving in eigen beheer overstappen op Microsoft 365.

"Bepaalde systemen kunnen nog niet overgezet worden naar een goed Europees alternatief", zegt Van Marum daarover. "Uitwijken naar Amerikaanse diensten zien we als een tussenstap, maar we blijven werken aan Europese autonomie."

Het wordt wel interessant om te zien of het EDIC zelf het goede voorbeeld gaat geven, zegt Hubert. "Hosten ze video's bijvoorbeeld op PeerTube in plaats van op YouTube? Gaan ze werken met Microsoft-formulieren voor inschrijvingen of hebben ze een alternatief? Wordt hun website gehost bij Amazon Azure of in eigen beheer?"

Naast de vier oprichtende landen zijn ook Luxemburg, Slovenië en Polen aangesloten. Van Marum verwacht dat er voor het einde van dit jaar tien EU-lidstaten meedoen.

Source: Nu.nl Tech

Previous

Next