Na de wereldtitel in 2019 kwamen de handbalsters jarenlang niet verder dan de kwartfinales, maar woensdag op het WK in eigen land doorbraken ze die vloek. Nu wacht vrijdagavond topfavoriet Noorwegen. "We zijn nog niet tevreden en willen meer."
Met ongeloof keek Dione Housheer de laatste vijf minuten van de kwartfinale tegen Hongarije naar het scorebord en haar teamgenoten. "Ik dacht: we zijn er gewoon bijna", zegt ze na afloop met het ongeloof nog hoorbaar in haar stem. "Eindelijk overleven we die kwartfinale."
Housheer was er in 2019 al bij toen Nederland wereldkampioen werd, maar was toen voornamelijk reserve. Nu is ze een van de belangrijkste spelers van het team dat eindelijk weer mee gaat strijden om de medailles. Dat was sinds 2019 niet meer gebeurd.
"Het was ons doel om het finaleweekend te halen. Dat het dan nu eindelijk lukt, is heel lekker", zegt Housheer. Ze was met acht goals topscorer in de wedstrijd tegen Hongarije.
"Al in de voorbereiding wisten we dat dit dé wedstrijd van het toernooi zou worden", vertelt keeper Yara ten Holte, die wederom uitblonk. "Dat gaf meer spanning en druk. Maar des te lekkerder is het dat ik nu hier met een glimlach kan staan."
In de halve finale wacht Nederland een clash met Noorwegen, de regerend olympisch kampioen. Bondscoach Henrik Signell zag niet elke wedstrijd van de aankomende tegenstander. "Maar ik heb genoeg gezien om te zeggen dat ze héél goed zijn."
Toch ziet de Zweed kansen om de topfavoriet te verslaan. "Wij zijn nog niet te tevreden en willen meer", zegt hij. "Natuurlijk wordt het heel lastig. Niemand verwacht dat we van ze winnen. Maar dat is juist een goede uitgangspositie."
Op de laatste vijf WK's stond Nederland tegenover Noorwegen. Nederland won één keer, in het succesjaar 2019. Op de daaropvolgende WK's was Noorwegen steeds te sterk.
"Wij nemen een geweldig gevoel mee van de twee laatste wedstrijden (tegen Frankrijk en Hongarije, red.) en spelen in eigen huis met het publiek achter ons", zegt Housheer. "Dat geeft ons zo veel energie. Dus Noorwegen, kom maar op."
Source: Nu.nl algemeen