Max Pam is schrijver en columnist van de Volkskrant.
Niets is zo moeilijk als het toegeven van een fout. Hoewel, op de middelbare school had ik een leraar die aan het eind van het jaar een overzicht gaf van al zijn fouten, wat hij volgens mij alleen maar deed om zich ten opzichte van de klas superieur te kunnen voelen. Maar over het algemeen hebben mensen moeite om een fout toe te geven. Eerst ontkennen, dan een uitvlucht zoeken, vervolgens berusten en ten slotte al of niet ruiterlijk erkennen – dat is de weg, al wordt de laatste halte vaak niet bereikt.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Net als mensen vinden kranten het ook vaak lastig een fout toe te geven. De rubriek herstel, abuis, correcties & aanvullingen of hoe ze ook allemaal mogen heten, zijn meestal afgedrukt in kleine lettertjes en te vinden onderaan op een achterafpagina. Lang geleden heeft een hoofdredacteur van De Telegraaf eens opgemerkt: ‘Als wij schrijven dat iemand rood haar heeft en hij heeft geen rood haar, dan moet hij zijn haar maar laten verven. Wij zijn te groot om te rectificeren.’ Het was Henri Goeman Borgesius die dat gezegd zou hebben over een stuk van Henk van der Meijden op de showpagina, maar als dit bon mot door zijn voorganger J.J.F. Stokvis is gebezigd, wil ik met alle liefde rectificeren. Een latere hoofdredacteur heeft overigens toegegeven: ‘De Telegraaf is een krant die alles wat uitvergroot. Dat pakt niet in alle gevallen even gelukkig uit.’ Zo zie je maar: er is vooruitgang, zelfs in de journalistiek.
Ik kom erop vanwege het rectificatiedrama dat zich tijdens de kabinetsformatie heeft afgespeeld bij NRC. Zoals u weet, kostte het verkenner Hans Wijers de kop, toen verslaggever Hugo Logtenberg optekende dat Dilan Yesilgöz door Wijers een leugenaar was genoemd. Dat zouden ook andere bronnen bevestigen, waarbij de verslaggever om zijn woorden te staven privé-appjes had doorgeploegd. De ophef groeide aan, veel boze brieven volgden, de hoofdredactrice verdedigde de zaak, een columnist ging vierkant achter de verslaggever staan en de ombudsman van de krant gaf zijn zegen, hoewel hij erkende dat een en ander eleganter had gekund. Ondertussen kwam uit dat de bewuste kwalificatie niet door Wijers was uitgesproken, maar door een ander, terwijl de aangevoerde bronnen vooral uit lucht bleken te bestaan.
De kwestie zou misschien zijn overgewaaid als de Volkskrant niet had uitgezocht hoe het werkelijk zat. Pas toen moest NRC voluit rectificeren, met allerlei naargeestige implicaties. Of het journalistieke onvermogen van de hoofdredactrice en haar verslaggever publieke gevolgen gaat krijgen, is onbekend, maar het meest heb ik te doen met Herman Staal, de ombudsman van NRC. Hij moest zijn eerste rechtzettingen nog een keer rectificeren.
Op zichzelf is het te prijzen dat sommige kranten een ombudsman hebben aangesteld om te reflecteren op de eigen werkzaamheden, maar het wordt problematisch wanneer die ombudsman of -vrouw een redacteur is uit de eigen gelederen. Zo’n ombudsman zit in een onmogelijke positie. Hij moet een oordeel geven over de eigen krant en over wat de redacteuren daarin publiceren, maar tevens moet hij op de een of andere manier ook solidair zijn met zijn werkgever. Niet alleen is hij een slager die zijn eigen vlees keurt, het is ook zwaar collega’s in het openbaar af te branden, zelfs al zouden zij het hebben verdiend.
In het verleden heb ik die spagaat bij verschillende ombudsmannen van kranten zien optreden. Ik ken zelfs een ombudsman die zijn stukken eerst aan de hoofdredacteur moest voorleggen, die er soms nog wat in veranderde, omdat hij al te forse kritiek schadelijk achtte voor de krant. Naar mijn idee kan een ombudsman pas werkelijk functioneren als hij buiten de organisatie staat die hij moet beoordelen en zonder last of ruggespraak kan schrijven over wat hem is bevallen en wat hem niet is bevallen. Zoals het in de praktijk dikwijls gaat, begint de ombudsman eerst iets aan de lezers ‘uit te leggen’ – alsof die niets weten – om vervolgens te concluderen dat er misschien iets fout is gegaan, maar dat je de krant zoiets niet al te zeer moet verwijten. Ik chargeer, maar daarbij is het mij weleens opgevallen dat freelancers van buiten door de ombudsman veel harder worden aangepakt dan eigen redacteuren, wat vermoedelijk onbewust gebeurt.
In 2019 stopte redacteur Jean-Pierre Geelen als ombudsman bij deze krant. Tegen Villamedia zei hij dat hij had geadviseerd geen opvolger aan te wijzen. Hij vond dat de hoofdredactie zelf als eindverantwoordelijke moet reageren op kritiek. Wat Herman Staal bij NRC is overkomen, lijkt Geelen gelijk te geven. Niettemin heeft de Volkskrant, toevallig in dezelfde tijd dat Wijers ten val kwam, een ombudsvrouw aangesteld – redactrice Loes Reijmer. Ze begon enthousiast en ik wens haar veel succes, maar ik benijd haar niet.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.