Zeven jaar na het fatale Stint-ongeval in Oss moeten twee bedrijven zich verantwoorden voor de strafrechter. Het OM stelt dat de producenten de technische gebreken kenden, maar de elektrische bolderkarren toch bleven produceren en verkopen. Vandaag start de rechtszaak.
Op 20 september 2018 reed een begeleider van een kinderopvangorganisatie met een Stint naar een spoorwegovergang in Oss. Ze probeerde te stoppen, maar de kar reageerde niet. De Stint reed onder de slagboom door en botste met een trein. Daarbij kwamen vier kinderen om het leven en raakten een vijfde kind en de begeleider zwaargewond.
Het ongeluk veroorzaakte een grote schok en kreeg landelijk aandacht. Al snel kwamen meer meldingen binnen over problemen met de Stint.
Twee bedrijven en twee leidinggevenden die verantwoordelijk waren voor de productie van de Stint, staan vanaf dinsdag voor de rechter. Volgens het Openbaar Ministerie (OM) wisten zij van de gebreken. Toch bleven ze de Stint maken en verkopen. Daarmee zouden ze de veiligheid van gebruikers in gevaar hebben gebracht.
De verdachten staan ook terecht voor valsheid in geschrifte. In documenten zou zijn vermeld dat de Stint aan de regels voldeed, terwijl dat niet zo was. In de handleiding stond dat ook, maar dat werd na het ongeluk aangepast.
Na het ongeval in Oss ontdekten onderzoekers dat de remmen niet goed werkten. Ook kon de Stint soms onverwacht versnellen. De bolderkar bleek daarnaast niet aan belangrijke veiligheidseisen te voldoen.
Later concludeerde de Inspectie Leefomgeving en Transport dat de Stint aan geen enkele veiligheidsvoorwaarde voldeed. De extra rem werkte niet goed en de handrem was te zwak. De Onderzoeksraad voor Veiligheid stelde in 2021 dat er te weinig aandacht was voor de veiligheid van het voertuig.
Uit de onderzoeken blijkt verder dat beoordeling van de Stint in 2011 niet goed is gegaan. Ondanks kritische adviezen mocht de elektrische bolderkar de weg op. Volgens de onderzoekers speelde de wens om nieuwe voertuigen snel toe te laten daarbij een rol.
Na het ongeluk werden alle Stints van de weg gehaald. Kinderopvanglocaties moesten meteen alternatieven zoeken, wat voor veel kosten zorgde.
In 2020 kwam een nieuwe versie van de Stint op de markt: de BSO-bus. Deze versie voldoet volgens inspecties wel aan de veiligheidseisen. Daarom mogen kinderopvanglocaties die nu wel gebruiken.
Op basis van de onderzoeksresultaten besloot het OM in 2023, vijf jaar na het dodelijke ongeval, tot strafrechtelijke vervolging. Oorspronkelijk zou de inhoudelijke behandeling van de strafzaak al in februari van dit jaar beginnen. Maar dat werd uitgesteld omdat er meer tijd voor de voorbereiding nodig was.
Dinsdag start de inhoudelijke behandeling van de strafzaak alsnog. De rechtbank kijkt dan naar de onderzoeken, de technische problemen en de rol van de bedrijven en leidinggevenden. Daarnaast komt het OM met een strafeis. De rechtbank heeft zes dagen uitgetrokken voor voor de behandeling van deze zaak.
De bestuurder van de Stint die in 2018 bij het ongeval in Oss betrokken was, werd niet vervolgd. Volgens het OM deed zij alles om de elektrische bolderkar te stoppen.
Source: Nu.nl Tech