We moeten de uitstoot van CO2 en andere vormen van vervuiling niet alleen belasten, maar er ook voor zorgen dat consumenten profiteren van duurzaam gedrag. Keer daarom een "duurzaamheidsdividend" uit, luidt het advies van een belangrijke kabinetsadviseur.
Het huidige verduurzamingsbeleid is volgens de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) niet rechtvaardig genoeg. Veel subsidies, bijvoorbeeld voor de aanschaf van elektrische auto's of warmtepompen, komen terecht bij mensen met relatief veel geld.
Armere mensen komen vaak niet in aanmerking voor steun, bijvoorbeeld doordat ze een huurwoning hebben of omdat ze een elektrische auto ook met subsidie niet kunnen betalen. Daarnaast weten veel mensen met een kleinere portemonnee de subsidies simpelweg niet te vinden.
Daarom moeten beleidsmakers van tevoren veel nadrukkelijker kijken naar de socio-economische gevolgen van duurzaam beleid, stelt de Rli in een woensdag gepubliceerd advies. Een bestaand "beleidskompas" dat Haagse ambtenaren daarbij moet helpen wordt door vier op de vijf van hen niet gebruikt.
Het is niet alleen belangrijk dat iedereen mee kan met de verduurzaming, maar ook dat mensen en bedrijven met voldoende middelen daartoe worden verplicht, stelt de Rli. "Alle mensen die kunnen verduurzamen, zullen hun bijdrage moeten leveren, zeker als ze een grote ecologische voetafdruk hebben", staat in het advies.
De raad pleit daarom voor verplicht hogere energielabels voor huurwoningen, verplichte aanschaf van een (hybride) warmtepomp bij vervanging van cv-ketels en een verbod op het gebruik van pfas in producten als pannen.
Nu zijn vervuilende producten vaak nog de goedkoopste optie voor consumenten, bijvoorbeeld in de supermarkt. Via belastingen moeten producten een "ware prijs" krijgen, waar de kosten van die vervuiling in is meegerekend, vindt de Rli. Maar dat kan ook problemen opleveren, want met name arme mensen zullen merken dat het leven daardoor duurder wordt.
De oplossing: gebruik de opbrengsten van zulke belastingen om een "duurzaamheidsdividend" uit te keren aan alle burgers. Wie relatief duurzaam leeft, gaat erop vooruit. Wie veel vervuilende producten koopt, is netto juist geld kwijt.
"Daarmee stimuleer je duurzamere productie en gaan mensen dus ook meer duurzame producten kopen, zonder daar negatieve koopkrachteffecten van te ondervinden", zegt Rli-voorzitter Jan Jacob van Dijk tegen NU.nl.
Het advies sluit aan bij een van de suggesties die het Nationaal Burgerberaad Klimaat eerder deze week deed. Ook die groep burgers stelde voor vervuilende producten zwaarder te belasten en de opbrengsten uit te keren als "klimaatbonus".
Zo'n burgerberaad is zelf ook een goed voorbeeld van hoe de overheid burgers kan betrekken bij het (klimaat)beleid, zegt Van Dijk. Nu is burgerparticipatie volgens hem vaak nog een "afvinklijstje". "Waar overheden naar de burgers toe gaan en zeggen: 'Ik moet met u de inspraak gaan doen, maar eigenlijk ben ik niet zo geïnteresseerd in wat u vindt.' Dan heb je een heel groot probleem."
Door burgers écht te laten meebeslissen, voorkom je later ook slepende procedures bij de rechter en kan de verduurzaming juist sneller gaan, zegt hij.
Voor het vertrouwen in de overheid is het ook belangrijk dat duurzaamheidsbeleid stabiel en voorspelbaar is, stelt de Rli. De raad noemt als slechte voorbeelden het afschaffen van de salderingsregeling en het uitstel van de invoering van zero-emissiezones in binnensteden.
Veel ondernemers hadden al investeringen in schoon vervoer gedaan voordat die milieuzones plotseling toch werden uitgesteld. "Daarmee beloon je slecht gedrag", zegt Van Dijk. "Daarmee beloon je uiteindelijk ook dat het permanent ter discussie kan blijven staan of we dit soort dingen gaan doen. Het rechtvaardigste is ook op dat soort terreinen een rechte rug te blijven houden."
Source: Nu.nl economisch