Nu de rol van Desi Bouterse in Suriname is uitgespeeld, is een staatsbezoek van de Oranjes mogelijk. Maar de huidige president is een partijgenoot. ‘Ik kan me voorstellen dat je nog even gewacht zou hebben met dit bezoek.’
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over justitie en het Koninklijk Huis.
Als koning Willem-Alexander en koningin Máxima maandag in Paramaribo president Jennifer Simons begroeten, zijn zij de eerste Oranjes sinds 1978 die de Republiek Suriname bezoeken. In dat jaar brachten koningin Juliana en prins Bernhard een staatsbezoek aan de in 1975 onafhankelijk geworden voormalige kolonie.
Dat was een tegenbezoek nadat de eerste president van Suriname, Johan Ferrier, een jaar eerder Nederland had bezocht. Bij die gelegenheid had hij Juliana en Bernhard uitgenodigd. De gebeurtenissen in Suriname vanaf de militaire staatsgreep door Desi Bouterse in 1980, de daaropvolgende Decembermoorden in 1982 met hun juridische nasleep en Bouterses tienjarig presidentschap (2010-2020), maakten verdere bezoeken van het Koninklijk Huis onmogelijk.
Hoewel 47 jaren zijn verstreken, viel de afgelopen weken in de Surinaamse gemeenschap in Nederland te beluisteren dat dit staatsbezoek eigenlijk nog te vroeg komt. President Simons is lid van de NDP, de partij van Bouterse. Hoewel de zowel in Nederland (voor cocaïnehandel) als in Suriname (voor de moorden) bij verstek veroordeelde oud-president in december 2024 is overleden, was het beter geweest even aan te kijken hoe de regering van president Simons – zij is pas sinds 16 juli dit jaar aan de macht – zich ontwikkelt, aldus de kritische kanttekeningen.
Zo zegt Kathleen Ferrier, dochter van de eerste president en voormalig CDA-Kamerlid, desgevraagd: ‘Ik kan me voorstellen dat je nog even gewacht zou hebben met dit bezoek, bijvoorbeeld tot het voorjaar, om de regering in Suriname de gelegenheid te geven beter duidelijk te maken wat het beleid wordt op een aantal terreinen.’
Noraly Beyer, voormalig journalist-presentator bij de Wereldomroep en de NOS, zei tegen de Volkskrant grote moeite te hebben met de populariteit van de NDP. Simons was een aanhanger van de revolutie van het eerste uur. ‘Ze bouwt voort op een erfenis van moord, zonder zich daarvan rekenschap te geven’, aldus Beyer.
In de omstandigheid dat de schaduw van Bouterse zo lang over het jonge land heeft kunnen hangen, speelt Nederland ook een rol. Justitie wilde hem in 1997 laten oppakken, toen Bouterse een bezoek bracht aan Brazilië. Buitenlandse Zaken hield dat tegen. Toenmalig minister Hans van Mierlo had volgens diens biograaf Hubert Smeets ‘gerede twijfel’ of het wel tot uitlevering zou komen. Van Mierlo vreesde een ‘averechts effect’ als Nederland, de voormalig kolonisator, te hard van stapel zou lopen.
Op 30 juni, tijdens het jaarlijkse gesprek met de Nederlandse pers, kreeg Willem-Alexander de vraag of hij zou openstaan voor een staatsbezoek naar aanleiding van de 50-jarige onafhankelijkheid van Suriname. Hij antwoordde dat daarvoor een uitnodiging nodig is van het ontvangende land. ‘En dat is niet het geval.’ Koningin Máxima vulde aan: ‘We moeten nog afwachten.’
Die uitlatingen zijn met terugwerkende kracht een bevestiging van de algehele indruk dat dit staatsbezoek pas op het laatste moment tot stand is gebracht. De uitnodiging zou uiteindelijk, na diplomatiek overleg, pas in september komen. Het programma van het koninklijk paar liet, heel ongebruikelijk, tot een week geleden nog op zich wachten. Een staatsbezoek is het hoogste eerbewijs tussen twee landen en kent doorgaans een lange aanloop, van soms wel twee jaar.
Komt het bezoek te vroeg, of juist te laat? Dat de koning pas zes dagen na de viering van de onafhankelijkheid – op 25 november – in Suriname aankomt, roept herinneringen op aan het staatsbezoek van toenmalig koningin Beatrix, prins Claus en hun oudste zoon Willem-Alexander aan Indonesië in 1995. Ook die voormalige kolonie vierde 50 jaar onafhankelijkheid, op 17 augustus, maar de koningin arriveerde uiteindelijk vier dagen later in Jakarta. Daarop kwam veel kritiek. President Soeharto keek bij de begroeting van het koninklijk gezelschap veelzeggend op zijn horloge.
In Suriname valt dezer dagen evenwel te beluisteren dat het land organisatorisch een combinatie van viering en staatsbezoek niet had aangekund. Bovendien was namens Nederland demissionair minister-president Dick Schoof vorige week dinsdag aanwezig bij de feestelijkheden, terwijl in 1995 premier Wim Kok zich beperkte tot een videoboodschap.
De kwestie van excuses aanbieden voor het koloniale verleden was toen nog niet opgelost, terwijl de Nederlandse overheid dat inmiddels – bij monde van premier en koning – ruimhartig heeft gedaan. Willem-Alexander opende niet voor niets op 25 november in Amsterdam het nieuwe Suriname Museum, dat ruim aandacht schenkt aan slavernij en kolonialisme.
In Paramaribo wordt er ook op gewezen dat Simons’ voorganger, president Chan Santokhi, in september 2021 al zinspeelde op een uitnodiging aan koning Willem-Alexander. In februari dat jaar nam de Tweede Kamer een motie aan van Denk-Kamerlid Tunahan Kuzu, met het verzoek een staatsbezoek af te leggen ‘in het kader van de 46-jarige onafhankelijkheidsviering van Suriname’.
Premier Mark Rutte zei dat hij behoudens corona ‘geen belemmeringen’ zag, maar waarschuwde wel dat zo’n bezoek ‘jaren voorbereiding’ zou kosten. Het was ook de periode waarin Bouterse, president-af maar nog altijd invloedrijk, onomwonden zei: ‘Rutte moet oprotten.’
Voor het Nederlandse staatshoofd is het bezoek belangrijk, omdat hij hiermee in persoon opvolging geeft aan zijn toespraak bij Keti Koti op 1 juli 2023. Nadat Rutte op 19 december 2022 namens de regering (dus ook de koning) spijt had betuigd voor het slavernijverleden, herhaalde Willem-Alexander een half jaar later die excuses. Hij was vlak daarvoor, met Máxima en prinses Amalia, op de Caribische eilanden geweest en eerder al (maart 2020) op staatsbezoek in Indonesië.
De ‘verandering in denken’, zoals Ruttes omschrijving luidde, leidde voor Willem-Alexander onder meer tot het besluit de Gouden Koets niet langer te gebruiken op Prinsjesdag, vanwege het zijpaneel ‘Hulde der Koloniën’. Zijn boodschap was: ‘De Gouden Koets zal pas weer kunnen rijden als Nederland daar klaar voor is. En dat is nu niet het geval.’ Met Máxima organiseerde hij in paleis Huis ten Bosch bovendien ‘verzoeningsgesprekken’ met vertegenwoordigers van talrijke organisaties over het koloniale verleden.
Wat extra indruk maakte, was de ‘persoonlijke dimensie’ die Willem-Alexander aan zijn toespraak tijdens Keti Koti gaf. ‘Slavenhandel en slavernij worden erkend als een misdaad tegen de menselijkheid. De stadhouders en de koningen van het Huis van Oranje-Nassau hebben hier niets tegen ondernomen’, zei de koning. ‘Voor het overduidelijke gebrek aan handelen tegen deze misdaad tegen de menselijkheid, vraag ik vandaag op deze dag dat we samen het Nederlandse slavernijverleden herdenken, vergiffenis.’
Volgens Ferrier was dat ‘heel bijzonder’ en ‘een helend moment’. Zij ziet het staatsbezoek als ‘een onderlijning’ van dat verzoek om vergiffenis en hoopt op ‘het letterlijke einde aan het tijdperk-Bouterse’. In het programma van het staatsbezoek is meteen maandagochtend een moment opgenomen waarin president en koning een ‘persverklaring’ afleggen. Later op de dag spreekt Willem-Alexander in de Nationale Assemblée en zijn er de gebruikelijke toespraken bij het staatsbanket. Ongetwijfeld zal daarin nader op de gedeelde geschiedenis worden ingegaan.
De koning laat door de Universiteit Leiden onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek doen naar de rol van het Huis van Oranje-Nassau in het koloniale verleden. Dat moet volgend najaar zijn afgerond. Onderzoeksleider Gert Oostindie (Ferrier is lid van de commissie die het onderzoek begeleidt) repte eerder al in zijn boek De parels en de kroon. Het koningshuis en de koloniën (2006) van ‘een profijtelijke betrokkenheid van de Oranjes bij het kolonialisme’.
Met het benadrukken van het ‘gebrek aan handelen’ zette Willem-Alexander ook een streep door de mythe dat zijn voorvader koning Willem III eigenhandig een einde aan de slavernij zou hebben gemaakt, ook wel de Emancipatie genoemd. Willem III deed niets meer of minder dan in 1863 zijn handtekening zetten onder de wet die dit mogelijk maakte. Suriname telde op dat moment 34 duizend tot slaaf gemaakten op een bevolking van ruim 60 duizend zielen. ‘Er zijn geen aanwijzingen dat de opeenvolgende koningen zich actief inzetten voor de afschaffing van de slavernij’, concludeert Oostindie.
Niettemin werd volgens hem ‘een opmerkelijk script’ geschreven. De Emancipatie werd uitgevent als een gunst van de koning aan de koloniën. In liederen werd Willem III lof toegezwaaid: ‘Hij maakte ons, arme negers, vrij/ van schande en slavernij!/ God zegen koning Willem Drie/ voor zoveel gunstbewijs!’ En: ‘Fri, fri now we’re fri/ dankzij koning Willem III’. Zo werden bevrijding van de ketenen en dankbaarheid jegens de Oranjes in een rechtstreeks verband gebracht, een referentie die na 1975 ‘in het luchtledige’ kwam te hangen, aldus Oostindie.
Een ander opmerkelijk feit is dat de Oranje-vorsten door de historie heen niet scheutig zijn geweest met bezoeken aan hun koloniën. Willem I, II en III, noch koningin Wilhelmina reisde ooit af naar de overzeese gebiedsdelen. Suriname kreeg voor het eerst bezoek van een Oranje in 1943, toen Juliana (nog prinses) een week in het land verbleef. Het was een van de tientallen reizen die de ondernemende Juliana maakte vanuit Canada, waar zij de oorlogsjaren doorbracht.
Ze keerde in Suriname terug als koningin, met prins Bernhard, in 1955 en 1965. Dat waren ‘koninkrijksbezoeken’, omdat Suriname nog deel uitmaakte van het Koninkrijk der Nederlanden. In 1965 onthulde Juliana in Paramaribo het beeld Mama Sranan van kunstenaar Jozef Klas. Deze ‘Moeder Suriname’ houdt vijf kinderen vast, de verbeelding van de vijf bevolkingsgroepen in Suriname. Namens Willem-Alexander en Máxima worden daar maandag twee kransen gelegd.
Juliana’s oudste dochter Beatrix was in 1966 in Suriname, vier maanden na haar huwelijk met prins Claus. Nog weer negen maanden later werd Willem-Alexander geboren. ‘Toen in 1967 werd aangekondigd dat de prinses zwanger was, begonnen we hier direct te rekenen’, zei daarover oud-parlementsvoorzitter Emile Wijntuin in 2013 tegen Trouw. ‘Het klopt als een bus: Willem-Alexander is verwekt in Suriname.’ Wijntuin stond in 1975 naast Beatrix toen zij met Claus opnieuw in Suriname was, nu voor de afkondiging van de onafhankelijkheid.
Het genoemde eerste (en tot nu toe enige) staatsbezoek, van Juliana en Bernhard, duurde een volle week: van donderdag 9 tot en met woensdag 15 februari 1978. Juliana-biograaf Jolande Withuis schrijft daarover: ‘De teleurstelling van de Surinaamse bevolking, dat ze de onafhankelijkheid niet persoonlijk ter plekke bijwoonde, maakte ze goed door aan het land drie jaar later als eerste buitenlandse staatshoofd een officieel staatsbezoek te brengen.’
Waar de suggestie dat Willem III persoonlijk de slavernij zou hebben afgeschat ‘een fabeltje’ is, schrijft ook Withuis, was het enthousiasme van de Surinaamse bevolking voor het bezoek van Juliana dat niet. President Ferrier vond het moeilijk Juliana ‘als buitenlands staatshoofd te zien’. Ze werd ‘massaal verwelkomd’. Op 25 november 1975 had Juliana in Den Haag de ‘Acte van Erkenning’ getekend.
Willem-Alexander en Máxima houden niet van lange staatsbezoeken en beperken hun aanwezigheid tot drie dagen. Tijdens het eerder aangehaalde gesprek met de schrijvende pers in juni zei Willem-Alexander over Suriname: ‘Ik ben er nog nooit geweest. Niet officieel en niet onofficieel. Mijn moeder heeft altijd gezegd dat Suriname het mooiste land was dat ze ooit heeft bezocht. Ik hoop Suriname te beleven op de manier waarop mijn moeder het heeft beleefd.’
Luister hieronder naar onze politieke podcast De kamer van Klok. Al onze podcasts vind je op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant