Donald Trump dreigt met luchtaanvallen op doelen in Venezuela. De Amerikaanse president zegt dat te doen vanwege drugssmokkel, maar dat is een flinterdun verhaal. Als Trump echt uit is op drugsbendes, zou een oorlog volgens experts een historische fout in de war on drugs zijn.
Als je de serie Narcos op Netflix weleens hebt gezien, ken je de beruchte namen waarschijnlijk wel. Het Calikartel onder leiding van de broers Gilberto en Miguel Rodriguez Orejuela, het drugsimperium van de Mexicaanse baron Miguel Ángel Félix Gallardo en natuurlijk het Medellínkartel van Pablo Escobar.
Toch zijn de kartels die in die serie zijn te zien verleden tijd. Komende week is het 32 jaar geleden dat Escobar werd doodgeschoten door de Colombiaanse politie. Het werd destijds gezien als een keerpunt in de zogeheten war on drugs, die in de jaren zeventig onder de toenmalige Amerikaanse president Richard Nixon werd afgekondigd.
Maar ruim dertig jaar na de dood van Escobar is pijnlijk duidelijk geworden dat die oorlog tegen de drugshandel weinig heeft opgeleverd. De productie van cocaïne neemt met het jaar nog altijd enorm toe. Door betere internationale samenwerking is de smokkel naar nieuwe afzetmarkten in onder meer Europa, Afrika en Azië in razend tempo toegenomen. En door lagere productiekosten is de straatwaarde van cocaïne almaar goedkoper geworden.
Dat de wereldwijde productie en smokkel van cocaïne floreert als nooit tevoren, wijst op een enorme mislukking van de war on drugs, zeggen deskundigen tegen NU.nl. "Het probleem is alleen maar in omvang toegenomen", zegt Brigitte Adriaensen, hoogleraar aan de Radboud Universiteit en gespecialiseerd in Latijns-Amerikaanse cultuur.
De vraag hoe dat heeft kunnen gebeuren, is niet eenvoudig te beantwoorden. Allereerst is het goed om te beseffen dat de drugsimperiums van het Colombia uit de jaren tachtig achterhaald zijn. Waar Escobar op zijn hoogtepunt drie kwart van de gehele wereldwijde cocaïnehandel in handen had, is de drugsmarkt nu veel meer versnipperd.
"Niet alleen de productie, maar ook de distributie en het smokkelen van drugs is door de jaren heen als een olievlek door Latijns-Amerika verspreid", zegt Havar Solheim. Hij is deskundige op het gebied van de Latijns-Amerikaanse drugscriminaliteit en verbonden aan de Universiteit Leiden. "Bijna iedere grote haven op het continent wordt gebruikt voor drugssmokkel."
Na de dood van Escobar zijn de grote, bekende kartels verdwenen. "Die maakten plaats voor tal van kleinere, mobielere bendes", vervolgt Solheim. Zulke kleinere bendes hebben vaak geen grote, bekende leider zoals de kartels uit de jaren tachtig. Ze zijn vaak horizontaler gestructureerd, wat betekent dat de macht binnen de netwerken als het ware is 'uitgesmeerd'.
Adriaensen vergelijkt de huidige structuur van kartels met die van multinationals. "Er is vaak een heel duidelijke corporatistische structuur", zegt zij. De leider van zulke bendes - de 'capo' - heeft een stuk minder macht dan de vroegere leiders en is bovendien makkelijk vervangbaar. "Politie en justitie kunnen zich beter focussen op de specialisten, zoals degene die de elektriciteitsvoorziening van de plantages regelt. Die zijn veel moeilijker te vervangen."
Daarnaast is er een hoop misgegaan in de bestrijding van drugshandel, zien Solheim en Adriaensen. Veel regeringen in Latijns-Amerikaanse landen zijn niet opgewassen tegen de macht van de nieuwe bendes, legt Solheim uit. Bovendien ontbreekt het aan effectieve samenwerking tussen verschillende landen. "De bendes zijn constant in beweging. Als er ergens harder wordt opgetreden, vertrekken ze naar een ander land", zegt hij.
Daarnaast is er een grote verantwoordelijkheid die de Verenigde Staten en Europa dragen in de mislukte strijd tegen de kartels, benadrukt Adriaensen. In het westen zit drugsconsumptie volgens haar nog altijd in de lift. "Europa staat op het punt om de VS in te halen als grootste afzetmarkt." Ook wijst ze op de grote instroom van "drugsdollars" in de Amerikaanse en Europese bankenwereld.
In de pogingen van zowel Latijns-Amerikaanse landen als de VS om de drugsbendes de kop in te drukken, zijn een hoop strategische fouten gemaakt, zeggen beide experts. Solheim: "Vanuit Washington werd wel geld geïnvesteerd in de lokale politie, maar vooral met als doel om de bendes met geweld aan te pakken. Maar als je het probleem bij de wortel wil aanpakken, moet je je ook focussen op complexere problemen."
Solheim doelt daarbij op structurele problemen als armoede en ongelijkheid. "Er zijn wijken waar heel veel kansarme mensen wonen en waar de staat nauwelijks actief is", zegt hij. "In die regio's kunnen bendes vrij hun gang gaan en nieuwe leden rekruteren." Ook Adriaensen ziet dat de drugswereld voor armere mensen nog altijd een "zeer aantrekkelijk alternatief" is.
De nadruk op een "militaire aanpak" van drugsbendes is volgens Solheim en Adriaensen een van de belangrijkste redenen dat de war on drugs is mislukt. Dat Trump nu concreet dreigt met militaire operaties tegen Venezuela lijkt erop te duiden dat Washington weinig van de gemaakte fouten heeft geleerd.
Een toonaangevende Amerikaanse denktank op het gebied van Latijns-Amerikaanse betrekkingen maakte onlangs gehakt van Trumps aanpak van drugskartels. "Van Pablo Escobar tot Joaquín 'El Chapo' Guzmán: ze houden het niet lang vol en Amerikaanse gevangenissen zitten vol met zulke drugsbaronnen." Maar intussen staan nieuwe leiders op en vloeien de drugs rijkelijk door de Amerikaanse en Europese markten, schrijft de denktank.
Solheim en Adriaensen denken dat Trump de war on drugs misbruikt om een eigen politieke agenda in Latijns-Amerika na te jagen. De Amerikanen beschouwen dat als hun eigen achtertuin en proberen er hun belangen te behartigen. Beide experts benadrukken dat er interessante grondstoffen in de Venezolaanse grond zitten.
Mocht Trump het wel écht op de drugsbendes gemunt hebben, dan lijkt hij niet van het verleden te hebben geleerd. De afgelopen halve eeuw wijst uit dat bruut geweld tegen de bendes niet de oplossing is.
Source: Nu.nl algemeen