Toen Estavana Polman en Lois Abbingh voor het eerst in Oranje speelden, stelde het Nederlandse handbal nauwelijks iets voor. Nu nemen ze groots afscheid op een WK in eigen land. "We moesten geld bij elkaar sprokkelen om überhaupt een wedstrijd te spelen."
Stilzitten is niets voor de 33-jarige Polman. Toch kijkt ze aanvankelijk in alle rust toe terwijl het handbalfestijn in Ahoy wordt opgebouwd en Abbingh met de pers praat.
Dat verandert als de vrij summiere bonus van het gewonnen WK in 2019 ter sprake komt. Een deel daarvan ging naar het hotel in Japan, omdat daar tijdens het feestje in de nacht rode wijn op de matrassen was beland.
"Ho, dan moet je óók opschrijven dat dit allemaal niet in míjn kamer is gebeurd", onderbreekt Polman het gesprek met een lach. "Iedereen denkt altijd dat dit soort dingen bij mij gebeuren. Dat is niet waar."
De 33-jarige Abbingh knikt bevestigend en houdt de lippen op elkaar. Het is een van de vele herinneringen die de twee delen bij het Nederlandse team. Samen maakten ze bekend na het WK in eigen land te stoppen als international.
Rond hun debuut zaten Polman en Abbingh ruim vijftien jaar geleden bijna vaker aan vergadertafels dan dat ze daadwerkelijk konden handballen. Er was praktisch niets, zegt Polman. "We moesten geld bij elkaar sprokkelen om überhaupt een WK of EK te kunnen spelen."
Ze herinnert zich dat shirtjes en kledingtassen werden doorgegeven, want geld voor nieuwe setjes was er niet. Ze speelden in het bezwete shirt van hun voorgangers. "Maar heel eerlijk: het maakte me allemaal niets uit", vertelt Polman. "Ik was al zó trots dat ik bij het grote Oranje zat."
Nu komen jonge speelsters wat dat betreft in een gespreid bedje terecht. Ze hoeven niet na te denken waar ze gaan trainen en slapen en ook aan publiciteit is geen gebrek. Zelfs Shownieuws is met een cameraploeg van de partij.
En dan spelen ze ook eens in een uitverkocht Ahoy. "Dit is iets dat we samen hebben bereikt, ook met spelers die al gestopt zijn. Daar ben ik heel trots op", zegt Abbingh terwijl ze om zich heen kijkt. Polman: "Ja, ze zijn nu een beetje verwend. Maar geloof mij: beter verwend dan verwaarloosd."
De reis van Polman en Abbingh kende niet alleen hoogtepunten. De successen zorgen voor hogere verwachtingen. Maar na vijf medailles op rij op EK's en WK's, inclusief het historische WK-goud van 2019, bleef een nieuwe podiumplek de laatste jaren uit.
Voor Abbingh voelde dat keer op keer als een teleurstelling. "Bij de gewonnen medailles heb ik zóveel geluk gevoeld. Dat was al het harde werk waard", zegt ze. "Na 2019 heb ik op toernooien evenveel gegeven, maar er voor mijn gevoel niks voor teruggekregen."
Bij Polman speelde fysiek ongemak een grote rol na het succes in 2019. Ze lag er drie keer lange tijd uit met een knieblessure en miste de Olympische Spelen van Tokio in 2021. Op de andere toernooien stond ze er wel, ook als ze eigenlijk niet fit was.
"Ik vond het altijd een eer om voor Oranje uit te komen en voelde een bepaalde verantwoordelijkheid", zegt Polman. "Ik gíng gewoon. Achteraf was het misschien niet verstandig om die toernooien te spelen, maar tegelijkertijd was deze hele reis zo vet. Ik had het niet willen missen."
Polman heeft het WK van 2019 jarenlang aangewezen als haar absolute hoogtepunt bij Oranje. Daar is ze op teruggekomen. "Tuurlijk is dat een bekroning op al het harde werk. Het is het bewijs dat we het goed hebben gedaan."
"Maar sinds kort zeg ik ook weleens tegen Lois: 'Kijk hoeveel jongens en meisjes we hebben geïnspireerd om te gaan handballen'. We hebben het handbal op de kaart gezet. Dat is voor mij nog veel meer waard dan een gouden medaille."
Ook Abbingh wijst niet naar haar winnende goal in de laatste seconde van de WK-finale tegen Spanje, maar naar de verhalen die nog jaren op verjaardagen en aan de ontbijttafel worden verteld. "We hebben zó veel meegemaakt. Dat zijn herinneringen voor het leven."
Een van die herinneringen blijft die kwestie met de rode wijn. Abbingh, lachend: "Ja, geef mij maar de schuld. Ik loste het als aanvoerder wel weer op. Iemand moet de verstandigste zijn." Na een korte stilte: "Behalve na een gouden medaille. Dan draag ik die rol graag over."
Polman, sarcastisch: "Dan ben ik in één keer de verstandigste."
Source: Nu.nl sport