is socioloog en columnist van de Volkskrant.
Het was onvermijdelijk: bij de positief ontvangen BNNVara-documentaire over schrijfster Lale Gül kwam mij meteen de documentaire van diezelfde omroep voor de geest over een eerdere afvallige moslima – Ayaan Hirsi Ali. Alleen al de titels maken duidelijk dat de teneur van Ik leef mijn eigen leven tegengesteld is aan die van De heilige Ayaan. Zo welwillend en meelevend als Gül wordt benaderd, zo kwaadaardig in 2006 Hirsi Ali.
Zij werd voorgesteld als een ijdeltuit en oplichtster, wat zuivere stemmingmakerij was aangezien zij het haar aangewreven asielleugentje allang had opgebiecht en familieleden op wie researcher Sinan Can zijn valse beeld had gebaseerd hun verklaring introkken. Niettemin was het effect van deze NSB-praktijk desastreus: Hirsi Ali, wegens islamitische doodsbedreigingen zwaar beveiligd, verloor haar Nederlanderschap en moest het land uit.
De verklaring voor het verschil in bejegening lijkt mij dat Hirsi Ali voor de VVD in de Tweede Kamer zat en als islamcritica wereldwijd indruk maakte. Gül is even kritisch over de patriarchale religie, maar haar verhaal blijft dicht bij haar ervaringen als dochter in een conservatief Amsterdams moslimgezin. Een politieke carrière heeft zij tot nu toe niet, evenmin lijkt zij een loopbaan te ambiëren als ideologe van het vrije Westen.
Een carrière als schrijfster daarentegen wel. En hier blijkt dat de documentaires weliswaar verschillen maar dat de hoofdpersonen veel ervaringen delen. Want toen Gül, die zichzelf kenschetst als progressief, voor haar column een ruimere lezerskring zocht dan die van Het Parool liep zij naar eigen zeggen tegen een muur. Alleen bij De Telegraaf was ze welkom.
Net zo liep Hirsi Ali een kwarteeuw geleden tegen een muur op bij de PvdA, waar ze werkte bij het wetenschappelijk bureau. Die partij moest van islamkritiek niets hebben, verhief de behoofddoekte Amsterdamse ambtenares Fatima Elatik tot vrouwelijk boegbeeld en zette twee latere Denk-oprichters in de Tweede Kamer. Bepaald geen keuze voor onze meest vooruitstrevende moslims. En zeker niet voor geloofsverlaters.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Het is een pijnlijk feit. De liefde jegens onderdrukten waarvoor progressieve Nederlanders zich graag op de borst kloppen vergaat zodra die onderdrukten anders denken dan zijzelf. Zo demonstreerden in 2005 zich feminist achtende academica’s tegen de opening door Hirsi Ali van het Academisch Jaar van de Universiteit van Amsterdam en in 2006 nogmaals, toen zij in Westerbork een expositie opende over de nazi-vervolging van homoseksuelen. Argument: Hirsi Ali zou wel eens iets kritisch kunnen zeggen over de islam. Dat mocht niet, en gezien de scheldpartijen die Gül om haar Telegraaf-column over zich heen krijgt mag het nog steeds niet.
Het ontbreken van linkse islamkritiek veroorzaakt zowel maatschappelijk (de groei van extreemrechts) als individueel veel ellende. Neem het reactionaire standpunt inzake de hoofddoek waarin westerse progressieven zich al vanaf de machtsgreep van ayatollah Khomeini in Iran hebben vastgebeten. Terwijl moslimmannen met hun haardos mogen pronken, moeten vrouwen en meisjes zich zodanig bedekken dat er geen lokje is te zien. (Met wat voor vrouwbeeld dat moslimjongens opzadelt laat ik hier buiten beschouwing.)
Wie hoofdbedekking weigert, riskeert uitstoting door familie en vrienden of zelfs eerwraak. Maar in plaats van de heldinnen te steunen die zich met pijn en moeite losmaken van dit seksistische voorschrift, zet GroenLinks-PvdA een moslima met compleet bedekt kapsel als topvrouw op de lijst voor de Tweede Kamer. Een klap in het gezicht van wie haar haar in de wind wil laten waaien.
Ik leef mijn eigen leven toont hoeveel leed dit aanricht. Want waar kunnen de geloofsverlaters (m/v) terecht? Niet bij de door de overheid gefinancierde Nationaal Coördinator tegen Racisme en Discriminatie met zijn islamofobie-obsessie. Voor afvalligen is Lale Gül een voorbeeld en een steunpilaar. Contact met Gül en een chatgroep moeten de eenzaamheid verlichten waarin zij door hun verlangen naar een vrij leven belanden. Als zij boeken signeert, vertellen lezeressen in tranen hoe zij hen inspireert.
Maar signeren kan niet meer; Gül, die onthoofdingsfilmpjes ontving met háár hoofd erin gemonteerd, stond ten tijde van de film onder een even streng beveiligingsregime als indertijd Hirsi Ali. Onder zo’n regime is een normaal leven uitgesloten. Terecht roept de documentaire dan ook mededogen op. De prijs van Güls vrijheid is onvrijheid.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns