Home

Een willekeurige kaalslag in het tv-aanbod helpt Hilversum zeker niet vooruit

Hilversum en Den Haag houden elkaar al veel te lang gevangen in een wurggreep van bestuurlijk onvermogen en onderling wantrouwen.

Als er bezuinigd moet worden in Den Haag is de publieke omroep in deze eeuw al snel de pineut. Het tweede kabinet-Balkenende: 80 miljoen euro. Rutte I: 200 miljoen. Rutte II: 100 miljoen. Rutte III: 60 miljoen. Het kabinet-Schoof: 100 miljoen.

De lijst is niet eens volledig, maar zegt wel veel over de altijd sluimerende onvrede over het omroepbestel in vrijwel alle fractiekamers op het Binnenhof, overigens zonder dat het vaak leidt tot lang houdbare voorstellen om daar echt wat aan te doen.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Altijd worden bezuinigingen gekoppeld aan de vaag geformuleerde wens dat er ‘efficiënter’ gewerkt dient te worden, immer ook ‘met behoud van kwaliteit’. Maar als er dan eens een concreet plan komt, is de dienstdoende bewindspersoon vaak alweer vertrokken voordat het echt uit de verf komt. Teken aan de wand: de huidige BBB-bewindsman Gouke Moes is alweer de zesde op mediazaken sinds januari 2022. Niet zo gek dat ze in Hilversum niet weten waar ze aan toe zijn.

Ook nu is het beeld weer uitermate mistig. De huidige bezuinigingsronde was gekoppeld aan het plan om negen omroepverenigingen plus de twee aspirant-omroepen bestuurlijk samen te voegen in maximaal vijf ‘omroephuizen’. Dat alles uiteraard vanuit de verwachting dat het efficiënter kan.

Niets daarvan is al gerealiseerd. Vorige maand liet Moes aan de Kamer weten dat de omroepen er niet in zijn geslaagd overeenstemming te bereiken over de hervorming. Hij werkt daarom zelf aan een wetsvoorstel, maar dat verwacht hij ‘in de loop van 2026’ af te hebben. Voor de goede orde: Moes is demissionair en dus op weg naar de uitgang.

Intussen ligt de ingeboekte bezuiniging nog wel op tafel. Ongetwijfeld in de hoop dat de formerende partijen D66 en CDA zich een hoedje schrikken, maakten Avrotros en BNNVara deze week bekend dat ze geen andere mogelijkheid zien dan een reeks populaire programma’s de nek om te draaien. Dinsdag meldde zich ook de NOS met de mededeling dat het maar de vraag is of het schaatsen en het eredivisievoetbal behouden blijven.

Dat is een beproefde methode, want zodra het concreet wordt – en er boze mailtjes komen van bezorgde kiezers – is een Kamermeerderheid meestal niet meer zo daadkrachtig. Die wil bezuinigen op managers, niet op veelbekeken consumentenprogramma’s.

Zo houden Hilversum en Den Haag elkaar gevangen in een wurggreep van bestuurlijk onvermogen en onderling wantrouwen. Voor het komende kabinet is dat niet het grootste probleem – de omroepsubsidie bedraagt 0,2 procent van de rijksbegroting – maar het kan gedurende de rit toch veel chagrijn schelen als het kabinet aan het begin knopen doorhakt en heel precies aan Hilversum laat weten wat er wordt verwacht.

Voor D66 en CDA, partijen die campagne voerden tegen de bestuurlijke stilstand, is het in elk geval geen optie om Nederland te laten zitten met een omroepbestel dat honderd jaar geleden bij de verzuilde samenleving paste, maar nu al zeker 25 jaar elke logica ontbeert.

Eén ding is daarbij zeker: de nu aangekondigde willekeurige kaalslag in het programma-aanbod is op geen enkele manier een oplossing.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next