Home

In België slapen gevangenen op de grond: ‘Er is geen hoop op beterschap’

In België zitten de gevangenissen zo vol dat meer dan vijfhonderd gedetineerden op de grond moeten slapen. Daarin schuilt ook een waarschuwing voor Nederland. ‘Verleg de lat niet. Zo begon het bij ons ook.’

is verslaggever binnenland van de Volkskrant.

In cel 506 stond vroeger één bed. Nu verblijven er drie mannen in de ruimte van 9 vierkante meter. ‘Wie het laatst binnenkomt slaapt op de grond’, zegt Abdel, terwijl zijn celgenoot demonstreert hoe dat eruitziet.

Hij ligt vannacht op het dunne blauwe matras dat onder het stapelbed vandaan wordt geschoven. Daar slaapt hij, ingeklemd tussen de zware celdeur en het houten bureau, zijn hoofd centimeters verwijderd van de toiletpot. ‘Soms wisselen we af’, zegt Abdel (46), die zijn echte naam niet wil noemen omdat zijn kinderen niet weten dat hij al tien dagen vastzit, hier in gevangenis de Nieuwewandeling in Gent.

Abdel is ‘van hier’. Zijn celgenoten komen uit Marokko en Frankrijk, de voertaal is Arabisch. De mannen zijn tot elkaar veroordeeld. Ze eten hier, slapen hier en verlaten de ruimte alleen voor de ‘wandeling’, zoals het luchten op de binnenplaats in België heet. ‘We zitten 22,5 uur per dag in deze cel.’

Een natuurdocumentaire op een kleine tv biedt afleiding. ‘We krijgen vier gratis zenders, voor de rest moet je betalen.’ Abdels celgenoten ‘paffen continu’ sjekkies, een afgesneden colablikje doet dienst als asbak. Abdel heeft ‘geluk’: drie keer per week heeft hij een extra ‘uitje’ naar de dialyse. ‘Ik had niet gedacht dat ik daar ooit blij mee zou zijn.’

Alles om ruimte te winnen

Cel 506 is geen uitzondering. De gevangenissen in België zijn zo overvol dat meer dan vijfhonderd van de dertienduizend gedetineerden op de grond moeten slapen – en dat aantal neemt met de week toe. ‘Overbevolking’, zoals het cellentekort wordt genoemd, is geen nieuw fenomeen. De problemen spelen al zeker twintig jaar, maar waren volgens betrokkenen nooit eerder zo groot. Zicht op verbetering is er amper. Een noodwet die sinds de zomer van kracht is, brengt maar een klein beetje verlichting.

‘Tetriscellen’, noemt directeur Ann De Meyer (50) ze tegenwoordig. Elke dag is het weer zoeken naar een vrije plek. Ze bedacht van alles om meer ruimte te creëren. Haar nieuwste vondst? Krukken in plaats van stoelen. ‘Ik heb ze net besteld.’

De Meyer was op haar 22ste de jongste gevangenisdirecteur ooit en zag van nabij hoe het zover kon komen. ‘Toen werd er al gesproken over capaciteitsproblemen’, lacht ze schamper. ‘Nu denk ik vaak: waar maakten we ons toen druk om?’

Toenemende agressie

Momenteel verblijven 424 mannen in de Gentse gevangenis. Meer dan dertig van hen sliepen afgelopen nacht op de grond. Ook de vrouwenvleugel is vol. Mensen weigeren is geen optie, legt De Meyer uit, ook al is er formeel slechts plek voor 299. ‘Als iemand wordt opgepakt of zich meldt om een straf uit te zitten, moeten er bedden worden vrijgemaakt.’

Rekening houden met wensen van gedetineerden is een luxe die het management zich niet meer kan permitteren, erkent de directeur als ze hoort dat Abdel de enige niet-roker is van zijn cel. De mannen kunnen het gelukkig goed met elkaar vinden, dat is niet iedereen gegeven.

Eén cipier – vaak jong en onervaren – is verantwoordelijk voor een vleugel met zestig cellen. Door personeelstekorten worden vrijetijdsactiviteiten al anderhalf jaar niet meer aangeboden. De gloednieuwe fitnesszaal is dicht. ‘Helaas zien we dat ook terug in de sfeer. De agressie onderling en tegen medewerkers neemt toe’, zegt De Meyer, zoekend naar de juiste sleutel om de zware deur te openen die toegang geeft tot de ‘strafcellen’.

Wie zich echt misdraagt, belandt hier. Afgezonderd van de rest. Anders dan in de rest van het gebouw hangt er een indringende geur in de smalle gang. De Commissie van Toezicht tikte de gevangenis meermaals op de vingers vanwege achterstallig onderhoud. ‘Hier scoren we slecht mee’, zegt de directeur. Er was een ploeg die continu onderhoud verrichtte. ‘Daar zijn we mee gestopt, nu alle cellen voortdurend bezet zijn.’

‘Puur overleven’

Gent is niet de enige gevangenis die kampt met overbevolking. De problemen spelen in heel België en houden Mathilde Steenbergen, directeur-generaal van het gevangeniswezen, regelmatig uit haar slaap. Zij begon ruim een jaar geleden aan deze functie in de volle overtuiging dat ze iets kon veranderen. Nu moet ze toegeven dat ze haar mensen weinig kan bieden. ‘Er is geen hoop op beterschap’, licht ze telefonisch toe. ‘En dat is moeilijk om te moeten erkennen.’

Naast de veiligheid van gedetineerden – vorig jaar werd een gevangene dagenlang mishandeld en misbruikt – staat nu ook die van het personeel op het spel. Dat werkt volgens Steenbergen al onder onaanvaardbare omstandigheden. ‘Soms vrees ik dat er eerst een dode moet vallen om echt iets te veranderen.’

Als voormalig gevangenisdirecteur was Steenbergen bekend met de problematiek. Maar dat het zo zou ‘ontsporen’ had ze niet verwacht. Elke dag staat in het teken van het vinden van een vrij matras. ‘Puur overleven’, noemt ze het.

Steeds strengere straffen

Het is wrang dat ze eerder als kabinetschef van de minister van Justitie medeverantwoordelijk was voor een maatregel die ertoe leidde dat het nog drukker werd. Straffen korter dan drie jaar waren omgezet in elektronisch toezicht, maar moesten onder de vorige minister toch weer worden uitgezeten. ‘Dat is een goed idee, omdat we een enorme strafinflatie zagen: rechters gingen steeds hoger straffen om iemand achter de tralies te krijgen.’

Steenbergen staat nog steeds achter die beslissing. ‘Maar die had niet doorgevoerd moeten worden voor straffen korter dan twee jaar.’ Want dat is de kern van het probleem: er werd steeds strenger gestraft, terwijl het aantal benodigde cellen niet genoeg toenam.

In enkel bijbouwen ziet Steenbergen geen structurele oplossing. ‘Met het tempo van vandaag heb je elke drie maanden een nieuwe gevangenis nodig. Er moet iets veranderen aan het systeem, maar dat wordt niet of veel te weinig gezien.’

Logistieke uitdagingen

De gevangenis in Gent kampt ook met een tekort aan personeel. Door een ‘pensioengolf’ staan voor de 188 voltijdbanen momenteel 23 vacatures open. Tel daar een groeiende gevangenispopulatie en zeventien langdurig zieken bij op en het is duidelijk waarom medewerkers het werk de afgelopen jaren meermaals neerlegden.

‘In oktober waren er zo weinig mensen dat gedetineerden geen bezoek konden ontvangen’, vertelt De Meyer. ‘Dat konden we gelukkig weer terugdraaien.’

De binnenplaats ligt bezaaid met lege flesjes, boterhammen en vellen papier. Door gedetineerden uit het raam gegooid, omdat de dagelijkse ronde van de vuilnisdienst ze niet snel genoeg gaat. ‘Of ze spoelen het door de wc. Die zit om de haverklap verstopt.’

De logistieke uitdagingen die meer dan honderd extra personen met zich meebrengen, vormen volgens de directeur een groter probleem dan de veranderde sfeer. ‘Vaak wordt vergeten dat al die mensen ook moeten eten en douchen.’ Het warm water is regelmatig op. De wasmachines draaien overuren.

Vandaag staan er gekookte aardappelen, boontjes en een stukje kipfilet op het menu, zegt een jonge vrouw in de keuken waar voor meer dan vijfhonderd man wordt gekookt. Een echte kok ontbreekt, twee medewerkers met een beetje horeca-ervaring bestieren de boel.

Ze werkt hier pas sinds eind september en kwam via een omweg in de keuken terecht, omdat er niemand anders was. ‘Eerst zag ik het niet zitten’, zegt de vrouw. ‘Maar nu doe ik het supergraag.’ De Meyer nam haar twee maanden geleden zelf aan.

Wachten op psychische hulp

De ‘ochtendploeg’ keert ondertussen terug van het luchten. In de grote ronde koepel waarop de gevangenisvleugels uitkomen, moet iedereen door een scanner. Een enkeling draagt de gevangeniskledij die tot voor kort verplicht was: een verschoten roze bodywarmer en grijze broek. De meerderheid kiest tegenwoordig voor z’n eigen kloffie. ‘Het scannen moet van de wet, maar is extra tijdrovend’, zegt De Meyer. ‘In jeans zitten meer metalen details.’

De mannen van de extra bewaakte vleugel C zijn als laatsten aan de beurt. Zij zouden hier eigenlijk helemaal niet moeten zijn, vertelt de gevangenisdirecteur die vanaf een hoger gelegen etage toekijkt. De zogenoemde geïnterneerden wachten op een plek in een forensische instelling en hebben dringend psychische hulp nodig. ‘Maar die zitten vol. En dus blijven wij ermee zitten.’

Terug naar Marokko

Er dan is er nog een groep, die eigenlijk helemaal geen recht heeft op verblijf in België. Bijna de helft van alle dertienduizend gedetineerden komt uit landen als Albanië, Algerije, Roemenië, Frankrijk en Nederland. Het grootste deel komt uit Marokko. Circa 30 procent van alle gevangenen heeft geen geldige verblijfspapieren.

Ook Marouane (26) uit cel 506 beschikt niet over de juiste documenten. Pas toen hij werd opgepakt voor een diefstal werd dat een probleem, legt Abdel uit. Hij tolkt voor de jonge man die vanaf het houten stapelbed in gebrekkig Frans en Spaans duidelijk probeert te maken dat hij na tien jaar Europa maar één ding wil: terug naar zijn geboorteland Marokko.

Of dat land hem wil hebben, is de vraag. Vorig jaar werden slechts 132 gedetineerden teruggestuurd naar Marokko, van de in totaal ruim duizend.

Waarschuwing voor Nederland

Mensen op deze manier blijven opsluiten heeft volgens Mathilde Steenbergen gevolgen. De baas van het gevangeniswezen verwacht dat het recidivecijfer, dat met 70 procent al tot de hoogste van Europa behoort, nog verder zal toenemen. Zeven op de tien ex-gedetineerden komen opnieuw met justitie in aanraking. Steenbergen pleit regelmatig voor een nieuwe aanpak, maar vindt weinig gehoor.

Het lijkt er wel op dat de regering eindelijk een extra pakket noodmaatregelen overweegt. Ook een vorm van collectieve genade zou volgens Steenbergen de druk kunnen verlichten. Al realiseert ze zich dat de kans daarop klein is, in een land waar repressie en steeds zwaardere straffen de norm zijn.

Daarin schuilt een waarschuwing voor haar noorderburen, zegt ze. Ook in Nederland leidde een mix van personeelstekorten, langere straffen en een gebrekkige doorstroom naar tbs-klinieken tot een gebrek aan cellen. Dit voorjaar werd na veel politieke discussie besloten gevangenen vervroegd vrij te laten om ruimte te creëren. Dat gebeurde al ruim 750 keer, maar de bezettingsgraad blijft rond de 99 procent.

Daarmee is de situatie lang niet zo nijpend als in België, waar ze ver boven de 100 procent zitten. Toch maant Steenbergen: ‘Neem de problemen serieus en verleg de lat niet. Zo begon het bij ons ook en voor je het weet bevind je je in een vicieuze cirkel.’

Ze zag hoe in België de norm van het acceptabele steeds verder werd opgerekt. Een eenpersoonscel werd geschikt gemaakt voor twee en later zelfs drie personen; activiteiten werden teruggeschroefd; verdachten, veroordeelden en geïnterneerden werden steeds vaker met elkaar opgesloten, terwijl dat formeel niet mag. ‘Het gevolg daarvan is dat de boel nu echt ontploft, terwijl iedereen denkt: ze houden het nog wel even vol’, legt Steenbergen uit. ‘Door telkens maar weer een oplossing te vinden is onze sterkte onze zwakte geworden.’

Spijt van haar beslissing om directeur-generaal te worden, heeft ze ondanks de uitzichtloze situatie niet. ‘Als wij het opgeven, dan is het zeker verloren.’

Vakbondsleider Robby De Kaey ziet één duidelijke oorzaak voor de huidige problemen: ‘Populisme. Wij hebben in België een aantal extreme partijen ter rechterzijde die telkens wanneer er iets gebeurt met grote impact pleiten voor strenger en langer straffen.’

Er zit volgens De Kaey niets anders op dan medewerkers vanaf 1 december alleen nog het absolute minimum te laten doen om het veilig en werkbaar te houden. ‘En om te voorkomen dat ze op den duur zeggen: we doen helemaal niets meer.’

Preventieteam

Gevangenisdirecteur Ann De Meyer houdt de moed erin. Ze haalt kracht uit kleine dagelijkse successen. De aanstelling van nieuwe jonge mensen, bijvoorbeeld, of recentelijk de oprichting van het suïcidepreventieteam. ‘Er gebeuren gelukkig ook goede dingen.’

Abdel verwacht dat zijn bed snel beschikbaar zal zijn voor een nieuwkomer. Volgens de Gentenaar berust zijn aanwezigheid op één groot misverstand. ‘Als ze dat ontdekken, zien ze mij hier niet meer terug’, zegt hij als de deur van zijn cel sluit. ‘Dit was de eerste en de laatste keer.’

Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next