Max Pam is schrijver en columnist van de Volkskrant.
Onlangs ontmoette ik het journalistenechtpaar Wessel de Jong en Phaedra Werkhoven. Hij is verslaggever bij het NOS-journaal en bericht over Oekraïne, zij werkt bij Trouw en schreef het aangrijpende boek Al onze helden liggen hier over het grote oorlogskerkhof van Lviv.
Wij kwamen uiteraard te spreken over de oorlog en vroegen ons af hoelang het duurt voordat een Russische bommenwerper op weg naar Amsterdam wordt neergeschoten. En ook: mocht ooit een Rus worden gearresteerd vanwege die mysterieuze drones, is er dan nog iemand die hem in het Russisch kan ondervragen?
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Wessel vertelde dat hij Russisch had geleerd aan de School Militaire Inlichtingendienst (SMID) te Harderwijk. Ik vroeg hem of hij nog les had gekregen van Ton van den Baar. Toen hij dat beaamde, brak een stortvloed van herinneringen los. Lang geleden, in 1983, heb ik dagen met Van den Baar (1923-2009) doorgebracht. Hij was een van de vreemdste kerels die ik ooit heb ontmoet. Zijn levensverhaal lijkt op dat van Jan Montyn, zoals opgetekend door Dirk Ayelt Kooiman, maar Montyn was een fantast en dat was Van den Baar beslist niet.
Van den Baar werd geboren in Limburg in een zeer eenvoudig katholiek gezin. Tijdens de oorlog dook hij onder in de mijnen, maar de Arbeitseinsatz kreeg hem te pakken en stuurde hem naar Duisburg, waar hij in contact kwam met Russische krijgsgevangenen. Zo begon zijn liefde voor de Russische taal. Hij ontsnapte, sloot zich aan bij de geallieerde legers en werd in 1947 opgeroepen voor de politionele acties.
Op Java leidde hij een mitrailleurbataljon, dat Indonesiërs uit bomen schoot. Hij was getuige van het platbranden van kampongs. Weer later zou hij als legeraalmoezenier Koreastrijders begeleiden: ‘We voeren af met achthonderd man ongeregeld en met twintigduizend flesjes bier, die door de firma Heineken waren meegegeven als blijk van bewondering voor onze moed.’
Intussen kreeg zijn studie Russisch contouren. De autodidact Van den Baar behaalde zijn diploma’s, promoveerde op een literair onderwerp, werd docent op ‘spionnenschool’ SMID en ten slotte hoogleraar Slavische talen aan de Universiteit Utrecht. Ook stelde hij een veelgeprezen Russisch woordenboek samen dat nog steeds wordt gebruikt. Destijds leidde hij mij rond in Harderwijk, waar hij ook de latere columnist Nico Scheepmaker had lesgegeven in ondervragingstechnieken. Lang hield Nico het niet vol. Hij had er alleen geleerd, schreef hij, ‘om de Russen, als zij komen, de weg te kunnen wijzen’.
Zou de SMID nog bestaan? Ik kwam erachter dat de school was opgegaan in andere militaire diensten, maar dat op de legerplaats Oldebroek – nabij Schietkamp ’t Harde – het Inlichtingen Museum is gevestigd, waar allerlei memorabilia worden bewaard. Op afspraak kun je het bezoeken en zo stond ik een paar dagen geleden voor een slagboom in Oldebroek. Erg populair bij particulieren zal het niet zijn, want het duurde enige tijd voordat ik gewapend met een badge achter een dienstauto aan mocht rijden naar een klein gebouwtje. Voor de deur stond een bord met de tekst: ‘Inlichtingen Museum – Nederlands geheimste Museum’.
Binnen kwam ik geen minuut te laat. Daar was de curator, kapitein Peter Leeuwerink, een rondleiding aan het afronden voor medewerkers van Defensie. Hij vertelde juist over Evert Reydon en Louw de Jager, twee Nederlandse mannen die in de zomer van 1961 door Oekraïne tuften om voor onze inlichtingendienst foto’s te maken van militaire objecten. Zij werden gearresteerd en gingen een paar jaar achter tralies. Die actie was zo amateuristisch opgezet dat Reydon en De Jager vermoedelijk als afleiding hebben gediend voor een gelijktijdige CIA-operatie elders in Oekraïne.
Dat verhaal herkende ik. Van den Baar had mij verteld dat hij in datzelfde jaar een visum had gekregen voor Rusland. Vlak voor zijn vertrek werd hij gebeld door een Russisch sprekend persoon – ‘zo’n man achter een boom’ – die hem waarschuwde vooral niet te gaan, een raad die hij na overleg met de generale staf heeft opgevolgd. Twee maanden later werden Reydon en De Jager gearresteerd.
Ook in het Inlichtingen Museum zijn de bezuinigingen van de laatste decennia zichtbaar. De bibliotheek is nauwelijks geordend, de vitrines zijn niet op orde en de modeltanks en ander miniatuur wapentuig blijken overdekt met een laagje stof. Kapitein Leeuwerink geeft toe dat hij graag een assistent (en een werkster) aan zijn staf zou toevoegen. Gelukkig zit er nu schot in de financiering; buiten zie ik gloednieuwe militaire voertuigen voorbijrijden.
Ik weet nog dat Van den Baar mij aanraadde nooit cynisch te worden. De Russische satiricus Denis Fonvizin was zijn lievelingsschrijver en in momenten van somberheid dacht hij aan de clown Buziau, die vlak voor de oorlog opkwam met in zijn hand een geschilderd portret van Adolf Hitler. Aan de zaal vroeg hij: ‘Zal ik hem ophangen of tegen de muur zetten?’
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns