Home

De ononderbroken achturige slaapnacht is een 19de-eeuws bedenksel

Veel mensen zijn ontevreden over hun slaap, een onvrede waarop in de afgelopen decennia een imposante slaapindustrie is gebouwd. Maar wat nou als een flink deel van het probleem niet zozeer de slaap zelf is, maar ons ideaalbeeld ervan?

is cultuurverslaggever bij de Volkskrant.

Hoera, bijna december, de maand waarin het winter wordt, het seizoen van de heerlijke avondjes en lekkere nachtjes. In de winter is de natuur in rust. Er is minder licht, minder warmte, minder voedsel. Elk verstandig levend wezen past zich aan die barre omstandigheden aan. De egel en de hazelmuis hebben afgelopen herfst hun buikjes rond gegeten en gaan in winterslaap; beren en planten kiezen voor een mildere vorm, de winterrust.

En de mens?

Homo sapiens is een primaat en primaten doen niet aan winterslaap, een enkele uitzondering daargelaten. Wel slapen ook wij ’s winters iets langer dan ’s zomers, gemiddeld ongeveer een half uur. Daarbij tikken we zelfs zo nu en dan de acht uur aan en dan zijn we heel blij, want de achturige slaapnacht geldt als de heilige graal van het slaapwezen.

Vraag om je heen hoe de ideale slaap eruitziet en je krijgt negen van de tien keer dit antwoord: die duurt acht ononderbroken uren, doorgebracht in een stille en donkere kamer, op een zorgvuldig uitgekozen matras dat heel precies de contouren van het lijf volgt.

Dat ideaal wordt vaker niet bereikt dan wel, zoals dat gaat met idealen, en dus is inmiddels de helft van de Nederlanders ontevreden over de slaap. Ze gorden zichzelf ’s nachts een smartwatch met slaapmonitor om en constateren de volgende ochtend chagrijnig dat ze alwéér niet genoeg ‘diepe slaap’ hebben genoten. Ze gaan naar de dokter, de slaapkliniek of een kruidenmannetje, kopen een duur matras, installeren apps met rare geluidjes op hun telefoon, doen oogmaskers om en oordoppen in, en schaffen slaapmiddelen aan.

In de afgelopen decennia is op de nachtelijke onvrede een imposante slaapindustrie gebouwd.

Maar wat nou als een flink deel van het probleem niet zozeer de slaap is, maar het ideaalbeeld? Waar komt überhaupt ons idee vandaan van wat een goede slaap is?

Eitje bakken

De geschiedenis laat ook hier weer leuke dingen zien. Om te beginnen de volstrekte onverschilligheid waarmee het verschijnsel slaap in vroeger tijden werd bejegend. In The Modernization of Western Sleep: Does Insomnia Have a History? uit 2015 citeert de Amerikaanse historicus Roger Ekirch (1950) zijn 19de-eeuwse Schotse collega Robert Wodrow, die van mening was dat je slaap ‘nauwelijks als een onderdeel van het leven kon beschouwen’.

Ekirch verwierf bekendheid met zijn ontdekking van de ‘bifasische slaap’. Rond 2000 betoogde hij dat de westerse slaap zoals we die nu kennen nog helemaal niet zo lang bestaat. Vóór de industriële revolutie was de slaap in de meeste westerse huishoudens volgens hem gefragmenteerd en besloeg hij twee fasen. Mensen gingen wat vroeger naar bed dan nu (er was nog geen kunstlicht) en werden halverwege de nacht wakker.

Maar dan wierpen ze zich niet wanhopig van de ene zij op de andere, piekerend over de wekker die over een paar uur alweer zou gaan, want die hadden ze niet. Wat ze wel deden: hun bed verlaten en op hun gemak een eitje bakken, een boek lezen of bij de buren langs gaan. Of in bed blijven en gezellig de liefde bedrijven: Ekirch trof in oude stukken aansporingen aan dat vooral ‘na de eerste slaap’ te doen.

De boom in

Nog wat verder terug in de tijd, namelijk in de prehistorie, sliep de mens in de boom, schrijft slaaponderzoeker Merijn van de Laar in Slapen als een oermens. En daar lag hij beslist niet acht uur lang aan een stuk door te pitten, aldus Van de Laar; hij was geregeld wakker en alert.

Veel van onze moderne slaapproblemen vinden waarschijnlijk hun oorsprong in die prehistorie, meent Van de Laar, ‘toen het van vitaal belang was om een goede balans te hebben tussen voldoende slaap en voldoende alertheid’. Voor roofdieren vormden onze prehistorische voorouders een aantrekkelijke snack en individuele verschillen in slaapbehoefte waren dus van essentieel belang voor de veiligheid van de groep. Hij baseert zijn aannamen op onderzoek onder hedendaagse jager-verzamelaars, waar zowel de bifasische slaap als de lange, aaneengesloten tuk voorkomen: ‘Het lijkt erop dat er evolutionair gezien geen universele manier van slapen was.’

De manier waarop wij slapen wordt niet alleen bepaald door de biologie, maar ook door de cultuur. Dat mensen overwegend slapen als het donker is, is een kwestie van biologie. Maar de geboorte van de achturige, ononderbroken slaapnacht zoals we die nu kennen vond plaats in de 19de eeuw. Ze lijkt min of meer toevallig te zijn meegekomen met de achturige werkdag.

Die achturige werkdag is bedacht door de Britse sociaal hervormer Robert Owen, de grondlegger van het Britse socialisme. Owen gruwde van de arbeidsomstandigheden in de katoenweverij die hij in 1800 overnam en waarin werkdagen van zestien uur geen uitzondering waren. In 1817 lanceerde hij de slogan ‘acht uur werk, acht uur vrije tijd, acht uur rust’.

De ‘8 uren beweging’

Hoewel het nog ruim honderd jaar zou duren voor de Nederlandse Staatscourant de nieuwe arbeidswet kon afkondigen die de achturige werkdag regelde, sloeg de ‘8 uren beweging’ ook hier snel aan. ‘Het stelsel der drie achten is verleidelijk door zijn eenvoud’, schreef het sociaal-democratisch tijdschrift Recht voor allen van Domela Nieuwenhuis in 1890: ‘Acht uur slaap heeft een mensch wel nodig die goed gewerkt heeft gedurende 8 uren tot herstel zijner krachten’.

In werkelijkheid heeft de een genoeg aan zes uur slaap per etmaal, moet de ander er negen hebben en is ’s nachts wakker worden volstrekt normaal. En natuurlijk geldt voor iedereen dat de nacht het prettigst eindigt wanneer je uit jezelf wakker wordt.

Maar die ideale slaaphouding dan, waarover handige matrassenjongens het in hun advertenties zo graag hebben? Daar lijken nauwelijks wetenschappelijke aanbevelingen voor te bestaan. In de officiële richtlijn voor verplegenden en verzorgenden staat alleen dat een bed ‘comfortabel’ moet zijn en de slaapkamer ‘veilig’. Slaap lekker!

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next