De Surinaamse hoofdstad Paramaribo kreeg een facelift en is volgestroomd met feestvierders: 25 november is het land een halve eeuw onafhankelijk. Vuurwerk, een defilé, er wordt gedanst en gegeten. ‘Ik voel me vooral ontzettend trots op mijn land en mijn mensen.’
Ianthe Sahadat is redacteur van de Volkskrant, met bijzondere aandacht voor de koloniale geschiedenis.
‘Ze wisten niet hoe snel ze van ons af moesten komen in 1975’, zegt Ricardo Linger (62), vanaf een kruk aan de Waterkant in Paramaribo, wachtend op de grote vuurwerkshow. De gepensioneerde bejaardenverzorger lacht. ‘Straks komt de koning, en eerst meneer Schoof. Ze willen zeker een graantje meepikken van de olie? Maar Holland, je hebt al zoveel van mij genomen.’
‘Van jóú?’, vraagt zijn vriend, buschauffeur Edmund Pinas (51). Linger: ‘Ai baja, van Su-ri-na-me natuurlijk.’
Suriname is volwassen geworden, klinkt het op straat, en dat zegt ook Linger, nu serieuzer. ‘Als je 50 bent, ben je geen kind meer. Maar landjaren zijn anders dan mensenjaren. We zijn nog jong. Al krijg ik kopzorgen als ik denk aan de toekomst, feestvieren kunnen we wel. U gaat het zien. Net als bij de voetbalwedstrijd van Natio tegen El Salvador. Bom-prop-vol. Mensen van het diepe binnenland, van Moengo, Nickerie, allemaal komen ze.’
Of de hele bevolking naar de hoofdstad is afgereisd, valt te bezien, maar dat Paramaribo in het teken staat van het halve-eeuwfeest van de zelfstandige natie Suriname, staat vast. Het stadshart kreeg een facelift en is uitbundig gedecoreerd met vlaggen en banieren.
Eigenlijk staan sinds 1 januari allerlei activiteiten al in het teken van het jubileumjaar, maar naarmate 25 november naderde, liep de feestagenda steeds verder vol. En dus wordt er al weken op talloze plekken gegeten (veel, geurig, de hele dag), gedanst en geflaneerd. Er zijn tentoonstellingen, films, theater, concerten, een taptoe, sportactiviteiten.
Ook een speciale vertoning van Wan Pipel, de nationale film uit 1976 van de vorig jaar overleden cineast Pim de la Parra, elke 25e november op tv uitgezonden, ontbreekt niet. Met opwachting van ‘meneer Borger’, Borger Breeveld himself, de inmiddels 81-jarige mannelijke hoofdrolspeler uit de film.
De filmtitel verwijst naar de slotzin van een gedicht van de Surinaamse dichter Dobru, eens omschreven als ‘een vurig nationalist in een land dat weinig nationalisten telde’. Maar dat was toen. Wie nu de straat opgaat, vindt er 640 duizend. Want ondanks kritiek, zorgen en teleurstellingen hebben Surinamers een onverwoestbare liefde voor hun land en haar inwoners. ‘Hoe je het ook draait of keert’, zoals ze hier zeggen, ‘Suriname bestaat en het is van ons, en dat al 50 jaar.’
De onafhankelijkheid werd in 1975 groots gevierd, en veel tradities van toen zijn gebleven. Zoals het vormen van een ‘mensenvlag’ op het plein door in vlagkleuren geklede scholieren. Mensen die indertijd deelnamen weten vaak nog precies welke kleur ze waren. ‘Ik was rood’, klinkt het dan. Dit jaar vormden 7.500 leerlingen opnieuw de Surinaamse vlag op het Onafhankelijkheidsplein. Vraag een 11-jarige hoe hij of zij Srefidensi, onafhankelijkheidsdag, viert en het antwoord luidt: ‘vlagvorming’.
In 1975 bereikte Suriname ‘halsoverkop’ de onafhankelijkheid. Nederland wilde van Suriname af, en veel ouderen herinneren zich de chaotische manier waarop de onafhankelijkheid tot stand kwam. Maar op deze 25ste november heeft niemand de behoefte om daarover te praten. De focus ligt op de toekomst.
In een speciale openbare vergadering van de Nationale Assemblee spreekt president Jennifer Simons woorden van eenheid. ‘We hebben nog maar één strey (strijd) te voeren. Niet tegen anderen, maar tegen alles in onszelf wat ons verhindert om samen Suriname verder te ontwikkelen.’
Ze memoreert de voorouders, hun bloed, zweet en tranen, en verzoekt ‘alle Surinamers, in Suriname én daarbuiten’ met milde blik te kijken naar de mensen, die destijds aan tafel zaten met ‘de man die je honderden jaren heeft gekoloniseerd’.
Simons gebruikt de woorden die al dagen op de straten klinken – tijdens de vuurwerkshow aan de vooravond van het feest, na de gewonnen én de verloren wedstrijd van Natio, en ook weer in de rijen die dik staan opgesteld bij het Onafhankelijkheidsplein voor het grote defilé. ‘Wij hebben een land geërfd waar mensen uit de hele wereld naartoe zijn gebracht en waarvan sociologen zeiden: dat kan geen land zijn, veel te divers. Maar wij weten dat we bestaan en hebben bewezen dat het wel kan.’
De start van het feest is officieel om middernacht. Aan de Waterkant hebben de mensen zich uren tevoren geïnstalleerd. Het is druk, iedereen staat klaar. Dan wordt er geroepen: ‘Nog twee minuten!’ Er wordt afgeteld. Mensen joelen, klappen… maar dan gebeurt er niks. Minuten verstrijken. Twee oudere zussen zitten te mopperen: ‘Wat is dit nou?’ Als aan de overkant twee nauwelijks zichtbare vuurpijlen afgaan, schieten Sarisha (36) en Arno (34) in de lach. ‘Leve de belasting. Het geld was al op’, zegt Arno.
Het wachten wordt een half uur later beloond, als de lucht zich alsnog vult zich met goud, wit, groen en rood. Mobieltjes gaan omhoog, mensen juichen. Het ‘geduld’ van de Surinamer blijkt wederom een deugd.
Op 25 november staat Haidy Pinas (44) – in een rood-witte jurk met Aukaanse symbolen – driftig wapperend met haar waaier in de fel brandende zon in de menigte rondom het plein. Ze is ‘wel een beetje ontroerd’. Mede door de massale opkomst. ‘Ik voel me vooral ontzettend trots op mijn land en mijn mensen. Vijftig jaar. Kijk hoe we hier staan.’ Haar dochter Seera Akouba (17), in een geel-witte, door haar moeder gemaakte jurk, lacht stralend. ‘Ik heb nog nooit zoveel mensen hier gezien.’
Na uren wachten gaat het militaire defilé eindelijk van start. Mensen joelen, filmen, applaudisseren. Als het twee uur later voorbij is, beweegt de menigte zich schuifelend richting eetkramen in de omgeving, maar eerst nog een parachuteshow. ‘Ik heb vertrouwen in de toekomst van Suriname hoor’, roept de rijkelijk geparfumeerde Vikash Ramdhin (52) boven het lawaai uit, terwijl hij zijn nazaten door de menigte dirigeert. ‘Weet u weet waarom? Ik zal het u zeggen: na vijftig jaar met al die met elkaar ruziënde mannen, hebben we nu voor het eerst een vrouw als president.’
Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Source: Volkskrant