Sinan Çankaya is schrijver en antropoloog.
Nietsvermoedend keek ik met mijn dochter van 6 naar het Sinterklaasjournaal. In het Grote Pietenhuis brak een crisis uit, er lag mogelijk een bom in de tuin. In beeld verschenen militairen, tanks en een dramatische aftelklok.
Mijn dochter keek gebiologeerd. Ik ook, met mijn vork halverwege mijn mond. Nooit gedacht dat het Sinterklaasjournaal een doorgeefluik van defensie-propaganda zou worden; we leven waarlijk in bijzondere tijden. De les voor mijn kind: als er problemen zijn, is de oplossing militair.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
De filosoof Walter Benjamin stelde dat de mensheid zo vervreemd is, dat ze ‘haar eigen vernietiging als esthetisch genoegen’ ervaart. In het Sinterklaasjournaal gebeurde dat bijna letterlijk: mensen verzamelden zich als ramptoeristen bij de hekken voor de countdown van de explosie. Er schuilt een zeker genot in destructie.
Hoofdpiet, een vermomde generaal, waarschuwde ons: ‘We dachten dat het nooit zover zou komen.’ Braaf promoot hij de overheidscampagne voor het ‘noodpakket’, waarmee de staat doodleuk erkent dat we de eerste 72 uur bij een ramp op onszelf aangewezen zijn. Veiligheid is blijkbaar geen collectief recht meer, maar een private kwestie. De burger verandert in een ‘prepper’ met een boodschappenlijst vol water en batterijen.
Het heeft iets potsierlijks. Alsof we een eventuele escalatie het hoofd kunnen bieden met een blik doperwten. Als antropoloog zie ik het noodpakket als een talisman, een ritueel object dat onze angsten bezweert. Maar bovenal kopen we ons in in een wereldbeeld waarin oorlog onvermijdelijk is.
Die militarisering van onze geest voltrekt zich vrij geruisloos. Mark Rutte verlangt een ‘wartime mindset’. Politici als Donald Tusk en Ruben Brekelmans spreken over een ‘vooroorlogse tijd’, alsof oorlog een meteoriet is die nu eenmaal op de aarde afstevent. En overal wordt het vermarkt als avontuur: wervingsstands van defensie op stations, veteranen voor de klas, een ‘dienjaar’ dat nobel lijkt, maar in feite de rekrutering van jeugdig kanonnenvlees is. Terwijl de zorg en het onderwijs verschralen, vloeien onze miljarden zonder noemenswaardig debat naar de wapenindustrie.
Maar militarisering gaat dieper dan hogere defensie-uitgaven. Ze grijpt in op de geest, eist loyaliteit en legt dissidenten het zwijgen op. De militaire blik is overzichtelijk: je bent vóór ons of je bent tégen ons. Wie over het imperialisme van de Navo spreekt, wordt prompt weggezet als pro-Poetin. Vrede begint een verdacht woord te worden. Zodra zulke geestelijke no-gozones ontstaan, kunnen we ons niet langer een toekomst voorstellen zonder conflict. Dan komt die oorlog vanzelf. Dan zijn de geesten al klaargemaakt voor geweld.
Fort Europa bouwt al jaren muren en hekken om vreemdelingen met veel geweld uit te sluiten. Dat dit bouwwerk zich nu tegen een externe agressor keert, Rusland, past in dat patroon. Recent liet Europa zijn ware gezicht zien door onvoorwaardelijk het Israëlische regime te steunen. Ik zie dwarsverbanden tussen het sluiten van grenzen, de opkomst van het autoritarisme en extreemrechts in Europa, de vernauwde collectieve geest en dit nieuwe militarisme. Onze samenleving was in feite een kortstondig gedemilitariseerde zone. In de wereldorde, en vooral voor landen in het Zuiden geldt: vrede is de uitzondering, oorlog de norm. Nu wordt ook in Europa het onderliggende vijanddenken zichtbaar. De Tweede Wereldoorlog, de Koude Oorlog, het is pas een mensenleven geleden.
Intussen laten culturele instellingen, waaronder het Sinterklaasjournaal, zich voor het politieke karretje spannen. Universiteiten verscholen zich achter ‘neutraliteit’ toen het aankwam op de vernietiging van Gaza (hoewel velen wél stelling namen bij Oekraïne). Nu worden miljoenen vrijgemaakt voor onderzoeksprojecten met defensie, en zullen wetenschappers als makke schapen kennis leveren aan militaire doelen. Blijkbaar is dat business as usual. Blijkbaar bedrijf je dan geen politiek.
Ondanks het militarisme dat nu onze cultuur binnendringt, behoort het nog steeds tot de mogelijkheden dat Europa ons niet de afgrond in sleurt. Het is nog steeds een optie om de Navo-expansie te stoppen. Als wij gedemilitariseerde zones eisen – van het klaslokaal, de universiteit tot het Sinterklaasjournaal – en over vrede spreken, dwingen we de staat misschien om dat ook weer te doen. Dat begint bij het weigeren van het uniform.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns