De twee formerende partijen willen de begrotingsregels versoepelen om geld vrij te spelen voor extra investeringen in de economie. Het Centraal Planbureau (CPB) vindt dat onverstandig.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.
Partijleiders Rob Jetten (D66) en Henri Bontenbal (CDA) spraken maandag en dinsdag over de financiën. Het hoofdlijnenakkoord dat zij voor 9 december moeten sluiten, zal namelijk vergezeld gaan van een financieel kader.
Jetten en Bontenbal onderhandelen onder een slecht financieel gesternte. In juli concludeerde de Studiegroep Begrotingsruimte dat er geen geld is voor extra uitgaven. Volgens de werkgroep van topambtenaren, die voor elke kabinetsformatie in kaart brengt hoeveel een volgend kabinet te makken heeft, moet dat 7 miljard euro per jaar bezuinigen om binnen de Europese begrotingsregels te blijven.
In deze rekensom is de geplande verhoging van de defensie-uitgaven met 6 miljard euro per jaar nog niet meegenomen. Omdat alle grote politieke partijen zich gecommiteerd hebben aan de Navo-norm van 3,5 procent, is de feitelijke bezuinigingsopgave dus 13 miljard euro per jaar.
D66 en CDA willen circa 5 miljard euro besparen door de verlaging van het eigen risico in de zorg terug te draaien. Die bezuiniging voelen kiezers niet acuut in de portemonnee, omdat de beloofde verlaging nog niet is ingegaan. Maar de overige 8 miljard euro aan geadviseerde ombuigingen is niet zo pijnloos bij elkaar te schrapen.
De interim-voorzitter van de FNV, Dick Koerselman, greep zijn bezoek aan de formatiekamer maandag aan voor een vurig pleidooi tegen nieuwe bezuinigingen op de gezondheidszorg, het onderwijs en de sociale zekerheid. ‘Wij zijn van mening dat dit absoluut niet kan’, stelde de vakbondsman bij aankomst in het Kamergebouw.
Terwijl er dus weinig financiële ruimte is, moet de overheid de komende decennia tientallen miljarden euro’s aan klimaat- en stikstofbeleid uitgeven. Slechts een klein deel van die kosten is al begroot.
Voor de bouw van twee nieuwe kerncentrales is bijvoorbeeld 9,5 miljard euro gereserveerd, terwijl de geschatte bouwkosten 20 tot 30 miljard euro bedragen. Het Klimaatfonds loopt tot 2035, terwijl de overheid ook daarna nog veel kosten zal moeten maken om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Zo vraagt de noodzakelijke versterking van het Nederlandse stroomnet een investering van 195 miljard euro.
De formerende partijen zitten dus behoorlijk klem. Bontenbal grijpt daarom terug op een initiatiefnota van de portefeuillehouder financiën in de CDA-fractie, oud-bankier Inge van Dijk. Zij pleitte dit voorjaar al voor versoepeling van de Nederlandse begrotingsregels.
Van Dijk stelt dat investeringen in versterking van de economie zichzelf terugverdienen en daarom een tijdelijke verhoging van de staatsschuld rechtvaardigen. Ze noemt investeringen in fysieke infrastructuur als spoorlijnen en het stroomnet als voorbeeld, maar ook wetenschappelijke onderzoekscentra.
Volgens het FD zei Bontenbal maandag dat een volgend kabinet ‘net iets anders’ naar de begrotingsregels moet kijken. Hij wil een onderscheid maken tussen consumptieve uitgaven (aan sociale voorzieningen) en ‘investeringen’ die de overheid op termijn geld opleveren. Bijvoorbeeld doordat ze de economische groei bevorderen en klimaatopwarmingsschade (onder andere overstromingen) voorkomen.
Jetten sprak zich minder duidelijk uit, maar ook het D66-verkiezingsprogramma pleit voor een aanpassing: ‘Hoe de overheid nu begrotingen opstelt, heeft een paar grote nadelen. Ten eerste weegt de overheid de maatschappelijke kosten en baten van beleid vaak niet mee. Ten tweede weegt de overheid vaak niet mee wat de kosten zullen zijn, als de overheid nu niets doet. D66 verandert dit, door te begroten voor de brede welvaart.’
Bontenbal en Jetten kregen maandag ruggensteun van VNO-NCW-voorzitter Ingrid Thijssen, die ook langskwam bij het formatieoverleg. Thijssen adviseerde de twee partijleiders noodzakelijke investeringen in de economie met nieuwe staatsleningen te financieren. Thijssen merkte daarbij op dat de Nederlandse staatsschuld (43,7 procent van het bruto binnenlands product in 2024) zich ver onder het EU-plafond van 60 procent bevindt en lager is dan in veel andere EU-landen.
CPB-directeur Pieter Hasekamp gaf een dag later het tegenovergestelde advies. Hasekamp schoof dinsdag aan bij Jetten, Bontenbal en informateur Sybrand Buma. Hij herhaalde dat de overheid de uitgaven moet matigen, niet opschroeven. ‘De formerende partijen moeten keuzes maken. Alleen maar meer van alles, dat gaat niet werken’, zei hij na afloop tegen het ANP.
Luister hieronder naar onze politieke podcast De kamer van Klok. Al onze podcasts vind je op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant