Gezondheid Het ministerie van Volksgezondheid moet zich niet te veel richten op vroege opsporing van dementie, maar vooral op preventie, adviseert de Gezondheidsraad om het risico op de ziekte te verkleinen.
Dementerende oudere in het Sarphatihuis in Amsterdam.
Verwacht niet te veel van vroege opsporing van dementie of van medicatie tegen de ziekte. Dat schrijft de Gezondheidsraad deze dinsdag aan het ministerie van Volksgezondheid (VWS). Preventie van dementie, dáár moet het beleid zich op richten, aldus het onafhankelijk, wetenschappelijk adviesorgaan. Denk aan maatregelen ter bestrijding van hoge bloeddruk, overgewicht, roken en suikerziekte – alle vermoedelijke risicofactoren voor het ontwikkelen van de aandoening.
Het ministerie vroeg de raad vorig jaar om advies over de ziekte waar nu zo’n driehonderdduizend mensen in Nederland mee kampen en in 2040 naar schatting een half miljoen – vooral als gevolg van de vergrijzing. Dementie ontwikkelt zich, aldus het ministerie, tot de „belangrijkste doodsoorzaak” en „duurste” van alle ziektes – dit jaar beslaan de zorgkosten al zo’n 12 miljard euro. Het voorkómen en vroeg signaleren van de ziekte is dus welkom, aldus VWS.
In hoeverre is dat mogelijk?
Opsporing van vroege stadia van dementie, bijvoorbeeld via ‘nucleaire scans’ of metingen in hersenvocht of bloed, laat te wensen over, schrijft de raad. Zo blijft bij die methodes in het midden of lichte symptomen zoals vergeetachtigheid uitmonden in dementie: het kan ook bij die symptomen blijven. Of de klachten kunnen zelfs verdwijnen. „Je kunt met bijvoorbeeld die bloedtests alleen zeggen: u heeft mogelijk een verhoogd risico. Dat is hetzelfde als een muntje opgooien”, zegt voorzitter van de raad Karien Stronks.
Preventieve screening, bij mensen zónder symptomen, is nog minder kansrijk, aldus de raad. Alleen in (hoog)specialistische zorg heeft vroege signalering meerwaarde, bijvoorbeeld bij opsporing van dementie bij minder oude mensen, een kleine minderheid van de patiëntenpopulatie – naar schatting 19.000 mensen onder de 65 jaar hebben dementie, meldt de raad. Brede implementatie van vroegsignalering – door de huisarts, door de wijkverpleegkundige – noemt de raad „onwenselijk”.
Bovendien: de meerwaarde van het vroeg opsporen van dementie zou vooral zijn dat je tijdig kunt beginnen met medicatie, maar ook over de effectiviteit van een geneesmiddel tempert de Gezondheidsraad de verwachtingen. Die zou hoog zijn opgepord door „beloftes” van „ontwikkelaars” uit de medische industrie met „grote belangen”, terwijl die beloftes niet stroken met de „stand van de wetenschap”, aldus de raad.
Ja, recent werden twee medicijnen toegelaten tot de Europese markt, maar die gelden als slechts geschikt voor een „klein deel” van de mensen met beginnende dementie. Voor een groot deel van de patiënten zijn de medicijnen „niet geschikt omdat het ziekteproces […] al te vergevorderd is”, schrijft de raad. Bovendien hebben de medicijnen „ernstige bijwerkingen”, zoals hersenbloedingen, en lijkt de gezondheidswinst „beperkt”.
Bestrijd dementie dus vooral door de risico’s op het ontwikkelen van de ziekte te reduceren, aldus de raad. Van één overduidelijke risicofactor is geen sprake, dus brede preventie is raadzaam. Zoals betere opsporing van mensen met een hoge bloeddruk, zodat ze sneller kunnen worden behandeld. En convenanten opstellen met de industrie of anders wettelijke regelingen, zodat voedsel als brood en kant-en-klaarmaaltijden minder zout bevatten.
Er is weliswaar een Nationaal Preventieakkoord – dat de overheid in 2018 sloot met tientallen organisaties om onder meer roken, overgewicht en alcoholgebruik te bestrijden –, maar niettemin stijgt het aantal mensen met obesitas, aldus de Gezondheidsraad. „Er wordt nog onvoldoende gedaan om die preventiedoelen te halen”, aldus Stronks.
NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC