Home

Ieder kind kan goed leren lezen en schrijven. Waarom is die gedachte losgelaten?

schrijft voor de Volkskrant over literatuur, non-fictie en onderwijs.

Een opbeurende kaart aan een zieke. Een condoleance aan een tante die weduwe is geworden. Een motivatiebrief voor een vervolgopleiding. Een bedankmail voor een cadeau. Een klacht aan parkeerbeheer. Een verslag van de nachtdienst. Een instructiemail aan een klant die is vastgelopen.

Al die bijdragen aan de buurtapp, de voetbalteamapp, de klassenapp. Iedereen schrijft, ook wie beroepsmatig zelden schrijft. Iedereen wil het kunnen. Niemand schrijft graag onbeholpen berichtjes, want dan word je niet serieus genomen, of dom gevonden.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Het was toch weer schrikken, het vorige week verschenen rapport van de Onderwijsinspectie met daarin een peiling naar het niveau van schrijfvaardigheid van leerlingen aan het eind van de tweede klas in het voortgezet onderwijs: 17 procent van hen kan niet schrijven (gedachten en mededelingen formuleren) op het ‘fundamentele’ niveau 1F, dat je moet halen aan het eind van de basisschool, wil je kunnen meedoen in de maatschappij.

Op havo en vwo halen vrijwel alle tweedeklassers dat niveau, en 60 procent een hoger niveau. Maar op vmbo-basis/kader haalt 40 procent van de leerlingen het minimale niveau niet.

Veel kranten vonden dit onthutsende nieuws niet de moeite waard, de Volkskrant gelukkig wel. Niemand in mijn omgeving was geschokt. Ik begrijp het wel: alarmerende feiten over de resultaten van ons onderwijs beginnen te wennen, of maken moedeloos – het gaat geen steek beter, alleen maar slechter.

Verbazingwekkend was het nieuws ook niet: bij een vorige peiling door de Inspectie van leesvaardigheid bleek dat twee derde van de tweedeklassers op het vmbo-basis/kader het fundamentele leesniveau (1F) niet haalde. Onvoldoende lees- en schrijfvaardigheid gaan samen. Wie bij beide laag scoort, is ongeletterd. Voeg die percentages van twee peilingen samen en je ziet dat bij de helft van de kinderen op vmbo-basis/kader ongeletterdheid dreigt. Dat mag nooit wennen.

Het is een goed rapport, dat een sprankje hoop laat. De meeste ondervraagde leraren én leerlingen vinden schrijfvaardigheid belangrijk, voor de kennisverwerving en het denken. Leerlingen beseffen dat ze erop worden aangekeken, dat ze te weinig schrijven en dat ze beter worden door het te doen. Ze vinden schrijven niet vervelend, als ze maar worden vrijgelaten en er een beroep op hun creativiteit wordt gedaan – zoals een mooie reportage in de Volkskrant laat zien.

De meeste docenten beseffen dat je schrijven leert bij álle vakken, niet alleen Nederlands. Maar in de praktijk blijkt het lastig om samen te werken. En waar ik echt van schrok: de helft van de docenten Nederlands vindt zichzelf niet voldoende toegerust om goed schrijfonderwijs te geven. Als zíj het al niet kunnen, wie wel?

Dit rapport gaat niet in op de oorzaken. Wij hebben in Nederland de bedenkelijke traditie om de toekomst van kinderen te bepalen en hun een plafond op te leggen, in plaats van mogelijkheden tot groei en ontwikkeling te bieden. Als ze op de middelbare school komen, hebben ze acht jaar basisonderwijs achter de rug. Via leerlingvolgsystemen sorteerden ze voor op het vervolgonderwijs; op hun 12de werden ze opgedeeld naar niveau.

Van sommigen werd al jong weinig verwacht, met het argument dat ‘ze toch met hun handen gaan werken’ en dat je hen niet moet lastigvallen met moeilijke werkjes. Ze kregen ‘passend’ leeraanbod en hun zelfbeeld past zich daarbij aan.

Aan dat determinerende mensbeeld heeft de Mammoetwet noch de Cito-toets iets kunnen veranderen. Vandaar die ellendige tweedeling, bij lezen en schrijven. Op een zeker moment hebben we in Nederland de gedachte losgelaten dat íeder kind goed moet – en ook kán – leren lezen en schrijven. Dat nalaten is verwaarlozing.

Source: Volkskrant columns

Previous

Next