Home

Schaduwzijde van Surinames onafhankelijkheid: 'Hele straten vluchtten'

Dinsdag is het vijftig jaar geleden dat Suriname onafhankelijk werd. Veel Surinamers vertrokken rond die periode naar Nederland. Niet alleen om economische redenen, maar ook uit angst voor etnisch geweld, zeggen getuigen tegen NU.nl. "Politici riepen op het land te ontvluchten."

Edgar Burgos, de Trafassi-frontman die bekend is van de hit Wasmasjien, "schrok zich rot" in 1973. Een nieuwe regering had zojuist aangekondigd dat de kolonie uiterlijk in 1975 onafhankelijk zou worden.

"Wat? In twee jaar tijd?", zegt Burgos over wat hij toen dacht. Hij was een twintigjarige artiest in de hoofdstad Paramaribo. "Mensen die het konden betalen stapten op het vliegtuig naar Nederland. Die vlucht werd de Bijlmerexpress genoemd."

De nationalistische Afro-Surinamers in de regering vonden de tijd rijp voor onafhankelijkheid. Critici vonden dat Suriname daar nog niet klaar voor was. Bovendien was er nauwelijks sprake van een gezamenlijke cultuur. De nazaten van onder meer West-Afrikanen, Chinezen, Javanen en Hindoestanen leefden door het koloniale systeem vooral gescheiden. Zeker de Hindoestaanse gemeenschap vreesde tweederangs te worden onder de politieke dominantie van de Afro-Surinamers.

Voormalig CDA-lijstduwer Radj Ramcharan was toentertijd een dertienjarige jongen van Hindoestaanse komaf. Hij herinnert zich de spanning in Nieuw-Nickerie, de tweede stad van Suriname met een grote Hindoestaanse gemeenschap. "Hele straten vluchtten naar Nederland. Mensen verkochten hun land dat al generaties in de familie was voor een appel en een ei om snel weg te komen."

"Javaanse en Hindoestaanse politieke leiders riepen op tot migratie", legt Alex van Stipriaan uit. Hij is emeritus hoogleraar Caribische Geschiedenis en Cultuur. De politici vreesden voor dezelfde chaos als in buurland Guyana. Dat land maakte zich in 1966 los van het Verenigd Koninkrijk.

Het had daar tot felle botsingen tussen Hindoestanen en Afro-Guyanen geleid, vertelt Van Stipriaan. Bij het politieke en etnisch geweld kwamen naar schatting minstens zevenhonderd mensen om, op een bevolking van 700.000 mensen. "Dat schrikbeeld hadden de Surinamers voor ogen."

Burgos zag dat ook in Paramaribo geweld niet werd geschuwd. "Ik heb gezien hoe Hindoestanen uit bussen werden getrokken en in elkaar werden geslagen door zwarte Surinamers. En hoe Hindoestanen hun terrein verdedigden met machetes." Ramcharan merkte de spanning ook, maar zat naar eigen zeggen veiliger in Nieuw-Nickerie. "De agressie merkte je vooral in Paramaribo. Er waren veel branden in die tijd."

Burgos was geen voorstander van de afscheiding. Toch nam hij wel de hoofdrol aan voor de onafhankelijkheidsmusical, die op de grote dag (25 november 1975) zou worden opgevoerd. "Dat vond ik eerst heel mooi. Het verhaal ging over hoe we uit alle windstreken komen, maar uiteindelijk één Suriname worden."

Maar naarmate hij de spanningen op straat en in de media zag, bedacht hij zich. "Ik moest een rol spelen waar ik niet achter stond. Ik was ook niet voor de onafhankelijkheid. Tenminste, niet op deze manier."

Twee maanden voor de opvoering gaf hij de rol terug. "Dat werd mij zeer kwalijk genomen, ik werd uitgescholden. In korte tijd moest iemand de rol overnemen." Burgos stapte met zijn vriendin op het vliegtuig naar Nederland, zonder een plan. "We stapten het vliegtuig uit en wisten niet waar we naartoe moesten."

Ramcharans familie bleef in Suriname, omdat ze hun handel niet zomaar konden opgeven. "We hadden een busbedrijf, dat konden we niet achterlaten. Bovendien waren er niet alleen maar spanningen. We gingen goed met onze Creoolse buren om. Dan zei je tegen elkaar: Wat doen die mensen elkaar aan?"

Ramcharan vertrok in 1979 naar Nederland voor de studie politicologie. Alle Surinamers die binnen vijf jaar na de onafhankelijkheid overkwamen, konden hun Nederlandse nationaliteit behouden. Kort voor de militaire coup in 1980 kwamen ook Ramcharans ouders over, omdat de gezondheidszorg in Nederland beter was.

Zijn vader legde toentertijd aan hem uit dat het niet draaide om onafhankelijkheid, maar zelfstandigheid. "Een kind wordt pas zelfstandig als die een goede basis heeft. Een diploma, een baan, een huis. Suriname was nog niet volwassen genoeg en had Nederland nodig om te groeien. Zo stonden veel Hindoestanen ertegenover."

Burgos kijkt daar hetzelfde naar. "Het was te vroeg. Nederland heeft driehonderd jaar lang geprofiteerd van de arbeid en de grondstoffen. Suriname verdiende daar meer voor terug. Ik was voorstander van een soort Gemenebest-constructie. Dan had Nederland een verzorgende rol over Suriname gehad."

Ondanks de spanningen werd 25 november 1975 een feestdag die iedereen samen vierde, weet ook schrijver John Hawker nog heel goed. De toen zeventienjarige Afro-Surinamer uit Nieuw-Nickerie herinnert zich de laatste minuten van 24 november.

"Om tien voor twaalf 's nachts werd de Nederlandse vlag gehesen en zongen we met leerlingen van mijn school het Wilhelmus, zoals we weken hadden geoefend. Een paar minuten voor middernacht hesen Surinaamse militairen onze vlag, de mooiste ter wereld. Toen zongen we uit volle borst het Surinaamse volkslied", vertelt Hawker.

"We waren blij dat we eindelijk op eigen benen gingen staan. Naast de onderlinge strijd was er ook enthousiasme voor iets waarvan we niet wisten wat het ging worden. Er ontstond iets van een nationalistisch gevoel."

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next