Home

Sneeuwpoppen, code geel/oranje – en tóch wordt sneeuw in Nederland steeds zeldzamer

Met afgelopen weekeinde twee keer weercode geel wegens sneeuw lijkt de winter vroeg ingezet (het is nog herfst!). Maar schijn bedriegt. In werkelijkheid is Nederland zijn sneeuwperioden in hoog tempo aan het verliezen.

Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in klimaat en microleven.

Weerman Wouter van Bernebeek had afgelopen zaterdagnacht zelfs kerstmuziek opgezet, toen hij na zijn nachtdienst bij Weerplaza naar huis reed. ‘Do they know it’s Christmas time?’, hoor je Band Aid vrolijk zingen op het filmpje dat hij online zette, terwijl de witte vlokken langs zijn voorruit razen.

Kerst is het nog lang niet, maar de sneeuw was er toch maar mooi. ‘We wisten dat het eraan zat te komen’, vertelt Van Bernebeek aan de telefoon. ‘We zaten eerst in de koude lucht en daarna kwam er een warmtefront. Aan de voorkant daarvan kan dan sneeuw vallen.’

Vroeg in het jaar is dat allerminst. Gemiddeld valt de eerste sneeuw in ons land in het huidige klimaat begin december. Maar eind november is alleszins normaal. ‘Toevallig zagen we de laatste jaren vaker eind november de eerste kou en sneeuw’, vertelt Van Bernebeek. ‘Vorig jaar lag er rond 23 november op sommige plekken zelfs 10 centimeter.’

Tien witte dagen

Als er al een patroon valt te bespeuren, is het iets anders: steeds minder witte winterlandschappen. ‘Afgelopen jaren hadden we misschien maar twee of drie dagen sneeuw’, brengt Van Bernebeek in herinnering. ‘Dat is maar een procent of 10 van wat het hoort te zijn.’ Uitzondering was overigens Groningen, waar een strook langer wit bleef.

Leg zulk gekwakkel eens naast de strenge winter van 1963. Ook toen kwam de eerste sneeuw de tweede helft van november. Maar daarna kwam er meer sneeuw, die op veel plekken onafgebroken bleef liggen, van voor de kerst tot in maart, nog altijd een record.

Inmiddels lijkt zoiets ondenkbaar. De laatste keer met meer dan twintig sneeuwdekdagen was alweer ruim meer dan tien jaar geleden, in 2013. In de klimaatperiode van 1961 tot en met 1990 telde ons land ’s winters gemiddeld negentien witte dagen. In de dertigjarige periode daarna, van 1991 tot en met 2020, is dat gedaald tot nog maar tien dagen per jaar met sneeuwbedekking. Afgelopen drie jaar is zelfs dat aantal bij lange na niet gehaald, op een enkele plek als Groningen na.

Eén weekje sneeuw aan de kust

En dat is gemiddeld. In de Zuid-Limburgse heuvels, waar sneeuw het vaakst blijft liggen, slonk het aantal witte dagen van 32 naar achttien. Friesland ging van 25 naar twaalf witte dagen, de Achterhoek van 28 naar veertien. En in de toch al sneeuwarme westelijke kustprovincies is er in het huidige klimaat gemiddeld nog maar een karig weekje sneeuwdagen over.

Bovendien begint de eerste sneeuwval steeds later. Dertig jaar geleden viel de eerste sneeuw gemiddeld nog op 22 november. Inmiddels is dat 1 december, volgens een inventarisatie van Buienradar. En er zijn meer jaren waarin het extreem lang wachten is: vijf jaar geleden viel de eerste echte sneeuw van die winter pas op 18 februari.

Nattigheid

Aan de regen die momenteel overvloedig neerklettert op het kille land, is overigens niets ongewoons. Afgaand op de laatste statistieken van het KNMI komen we deze herfst uit op ongeveer 322 millimeter neerslag, royaal binnen de bandbreedten van wat je mag verwachten.

Later deze week draait de wind en wordt het wat minder koud. Al blijft de neerslag dan vallen, in de vorm van regen. ‘Er is altijd een kans dat er weer een periode komt waarin het meer sneeuwt. Dat hoort erbij in ons land’, zegt Van Bernebeek. Het Nederlandse klimaat is inmiddels echter zo’n 2,3 graad warmer dan een eeuw geleden. ‘Daarmee wordt de kans op sneeuwperioden gewoon kleiner.’

Luister hieronder naar onze wetenschapspodcast ‘Ondertussen in de kosmos’. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Alles over wetenschap vindt u hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next