Home

‘Ik ging naar binnen en dacht: hier is iemand afgeslacht’

Politiemensen over die ene melding, wat er daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak heeft veranderd. Ronald Jaspers Focks (40) ging naar een steekpartij en trok zijn wapen. ‘Ik besefte pas later hoe fout dit had kunnen aflopen.’

is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.

‘Ik reed ’s nachts met Stefanie naar een steekpartij. De centralist meldde: ‘De dader is nog in de woning. De eerstvolgende eenheid zit op tien minuten rijden bij jullie vandaan, let op je veiligheid.’

‘Stefanie was nog maar kort klaar met haar opleiding, dus ik zei: ‘Hou zicht op de voordeur en ga niet in je eentje naar binnen. Ik ga aan de achterkant kijken.’

‘Een buurman, een jonge twintiger, zei in gebrekkig Engels: ‘I’ll show you the backside.’ Ik antwoordde dat dat niet nodig was, maar hij luisterde niet en sprintte voor me uit.

‘Aan de achterzijde was een smalle steeg, pikkedonker, met links schuurtjes en schuttingen en rechts een coniferenhaag. Aan het einde van die gang was een tuinfeest gaande, er klonk muziek. Ik moest bij het vierde huis zijn, en zag dat daar de poortdeur openstond. De jongen die voor me uit was gerend stond daar en wees: hier moet je zijn.’

Man met een slagersmes

‘In mijn linkerhand had ik mijn zaklamp met het licht nog uit, want ik wilde geen aandacht trekken. Voorzichtig keek ik die achtertuin in. Daar zag ik een grote man met een slagersmes in zijn hand tegen het raam slaan. Ik trok me terug om uit zijn zicht te blijven totdat er versterking kwam, maar die twintiger bleef maar wijzen: ga erheen! Ik wilde dat hij daar wegging, en fluisterde: ‘Go! Go!’ Hij deed een paar stappen achteruit, maar ging niet weg.

‘Waarschijnlijk had de verdachte me gehoord, want ineens stond hij voor me, en haalde uit met dat mes. Ik kon het maar nét met mijn hoofd dat mes ontwijken. Meteen, toen hij een tweede keer naar me uithaalde, zette ik mijn zaklamp aan, scheen in zijn gezicht en trok mijn vuurwapen. Hij stond zo dichtbij dat ik niet eens mijn arm kon strekken. Hij bleef naar me uithalen, ik liep achteruit en probeerde steeds dat mes te ontwijken.

‘Je denkt supersnel: ik kan hem niet neerschieten, want dan dood ik ook die buurjongen die achter hem staat. Als ik op zijn benen richt, kan de kogel op de stoep afketsen en eveneens die buurjongen raken. Een waarschuwingsschot in de lucht komt weer naar beneden en kan in dat tuinfeest verderop iemand dodelijk verwonden.

‘Al achteruitlopend schreeuwde ik zo hard als ik kon in het Engels: ‘Politie! Laat dat mes vallen! Ga liggen! Down! Down!’

‘I’m gonna shoot you!’

‘Wat ik hoopte, gebeurde ook: ineens hoor ik achter me Stefanie, die met getrokken wapen keihard schreeuwde: ‘I’m gonna shoot you!’

‘Op dat moment keek de verdachte langs me heen naar Stefanie, liet zijn mes vallen en ging op zijn buik liggen. Ik zette mijn voet op het mes, borg mijn wapen, draaide zijn armen op zijn rug en boeide hem samen met mijn collega.

‘Terwijl Stefanie op hem bleef zitten, liep ik naar de achterdeur en riep: ‘Politie!’ Een paniekerige vrouw deed open. Binnen zag ik dat er ontzettend was gevochten. De inhoud van de bestekla lag op de grond, alles was beschadigd of kapot, meubels lagen om, echt overal zaten bloedvegen. Ik dacht: hier is iemand afgeslacht.

‘In de woonkamer lag een jongen van een jaar of 18 op de grond. Hij leefde nog, maar had veel steekwonden. Een tweede vrouw kwam van de trap en zei dat ze de dader meerdere messen afhandig hadden gemaakt, maar dat hij steeds met een nieuw mes uit de keuken terugkwam. Hij had drugs gebruikt en ging helemaal door het lint.

‘Collega’s kwamen snel. Heel rustig vertelde ik aan de officier van dienst wat er was gebeurd. Daarna gingen Stefanie en ik verder met onze dienst.

‘Toen ik de ochtendploeg bij de overdracht vertelde wat er die nacht was gebeurd, zei iemand: ‘Het is een wonder dat jij dit hebt overleefd.’ Toen pas schrok ik: ik had te veel risico genomen. Een geweldstrainer zei later dat ik alle recht had om te schieten, en dat ik gewoon geluk had gehad. Ik had mijn leven van geluk laten afhangen.

Soms jezelf op één zetten

‘Ik heb hiervan geleerd dat je als politieman soms jezelf op één moet zetten, in plaats van omstanders. En dat emoties niet altijd meteen doordringen. Ik besefte pas later hoe fout dit had kunnen aflopen. De officier van dienst van die nacht heeft excuses aangeboden omdat hij ons die heftige dienst liet afmaken, dat kwam doordat ik zo rustig was. Sinds ik zelf officier van dienst ben, heb ik extra aandacht voor collega’s die na iets heftigs heel kalm blijven en geen emoties laten zien. Ik vraag door en kom er later nog eens op terug.

‘En je krijgt een heel tegenstrijdig gevoel: ja, ik had moeten schieten, en nee, gelukkig heb ik dat niet gedaan. Niemand gaat bij de politie om iemand neer te schieten. De gevolgen, met die korte afstand en die jongen achter hem… Ik moet er niet aan denken.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next