Lange tijd leek het einde van hiv in Nederland in zicht. Deze week bleek dat die hoop is vervlogen. Om het tij te keren, richt de GGD richt zich op risicogroepen met een kennisachterstand of mensen met een afstand tot de reguliere zorg, zoals lhbti-asielzoekers.
is regioverslaggever van de Volkskrant in Amsterdam en omstreken.
Schuchter kijkt Sergei om zich heen. Dit is niet helemaal wat hij had verwacht, bekent hij als hij een slok neemt van zijn rode wijn. Eerder vandaag heeft de 25-jarige Rus de trein genomen vanuit het asielzoekerscentrum in Dronten. Nu staat hij in de kelder van de Amsterdamse Club Church, de homodiscotheek die bekendstaat om zijn fetisj-avonden. ‘Ik had het wat uitbundiger, decadenter verwacht’, zegt hij terwijl hij een blik werpt op de darkroom.
De felle tl-lampen zijn aan. De seksschommel hangt stil in de hoek. De zeepdispensers met glijmiddel zijn onaangeroerd, net als de condooms in de mandjes aan de muur.
Dat heeft een reden: deze donderdag is de darkroom omgetoverd tot testcentrum van de GGD. Zojuist heeft doktersassistent Rodrigo Braga Rodrigues samen met zijn team van vrijwilligers en verpleegkundigen de bank – ‘waar geregeld alles gebeurt wat God verboden heeft’ – volgezet met plastic bakjes. Watten, pleisters, bloedbuisjes en naalden, alles staat klaar om te ‘stampen’, zegt hij enthousiast. Oftewel: om iedereen die wil te testen op soa’s, waaronder hiv.
Lange tijd leek het erop dat het einde van hiv als seksueel overdraagbare aandoening in Nederland in zicht was. In 2020 stelde Amsterdam, de stad waar de ziekte zo’n 45 jaar geleden als eerste in Nederland toesloeg en de meeste slachtoffers maakte, zelfs als doel om het aantal nieuwe infecties in 2026 terug te dringen naar nul. Landelijk moest dit in 2030 bereikt worden.
Deze week bleek dat die hoop is vervlogen. Hoewel het aantal nieuwe hiv-diagnoses na 2010 in rap tempo kelderde, is die daling inmiddels gestagneerd. Bovendien zal het aantal infecties de komende jaren juist weer stijgen, blijkt uit berekeningen die Stichting hiv monitoring donderdag publiceerde.
‘Heel zorgelijk’, vindt Marc van der Valk, internist-infectioloog van het Amsterdam UMC en bestuurder van Stichting hiv monitoring. ‘We proberen nu vooral te begrijpen waarom dit tegen alle verwachtingen in gebeurt’, voegt Elske Hoornenborg, hoofd van het Centrum voor Seksuele Gezondheid van GGD Amsterdam, toe.
Landelijk is vooral een toename te zien onder mannen die seks hebben met mannen, geboren na 1980. Onder hen lopen met name mensen met een laag inkomen, een migratieachtergrond of psychische kwetsbaarheid een verhoogd risico.
Zoom je in op Amsterdam, de regio waar verreweg de meeste mensen met hiv wonen, dan zie je vooral een stijging onder homoseksuele mannen en trans personen. Een relatief groot deel van hen heeft een migratieachtergrond, sommigen zijn actief als sekswerker. ‘Om hen te bereiken gaan we langs bij de ramen en clubs, maar we speuren ook internetadvertenties af’, zegt Hoornenborg. En ook in andere queercommunities probeert de GGD ‘het verschil te maken met voorlichting en het aanbieden van gratis soa-testen’, vervolgt ze. ‘We richten ons op alle groepen die kampen met een kennisachterstand, of op mensen die de stap naar de reguliere zorg niet snel zullen zetten, zoals lhbtiq-asielzoekers.’
Zo is de Russische Sergei, die twee jaar geleden naar Nederland vluchtte, nooit getest. Hij heeft ‘van tijd tot tijd’ seks, zegt hij enigszins beschroomd in de kelder van Club Church. Wanneer een vrijwilliger vraagt of hij zich vanavond wil laten testen, haalt hij zijn schouders op. Hij weet het nog niet.
Vanaf de dansvloer klinkt muziek en gejuich. ‘Ik wilde gewoon eens kijken wat dit feest was’, legt de Rus uit. Hij hoorde erover in het azc. Deze zogenoemde Sexy Side-feesten worden georganiseerd door Aidsfonds - Soa Aids Nederland, speciaal voor lhbti-asielzoekers.
‘Deze groep is anders moeilijk te bereiken’, legt verpleegkundige Jaap-Jan Rijkhoff (60) uit, terwijl Sergei – die inmiddels toch getest wil worden – zijn spijkerjasje uittrekt en met een ontblote bovenarm voor hem plaatsneemt.
‘Maak maar een vuist’, zegt Rijkhoff terwijl hij een bloedbuisje en naald pakt.
De GGD-verpleegkundige werkt al jaren op deze Sexy Side-feesten, en gaat met zijn collega’s ook festivals en andere evenementen af, zoals het Milkshake Festival en de Pride. Want ‘je moet toch iets voor je eigen soort doen’, zegt hij lachend.
Al zijn hele werkende leven is hiv een terugkerend thema. Op zijn 19de begon hij bij het toenmalige AMC. ‘Ik zie mijn eerste patiënt nog liggen. Uitgemergeld, in foetushouding, dementerend, helemaal de weg kwijt. Kamer 234. Hij was een Volkskrant-journalist, trouwens’, zegt hij nadat Sergei naar boven, in het feestgedruis, is verdwenen.
De gedachte aan deze patiënt bezorgt Rijkhoff nog altijd kippenvel. ‘Zo ziek was hij.’
Het is een herinnering aan een verleden dat inmiddels schuurt met het heden. ‘Want ik heb steeds vaker jongeren tegenover me die hiv bagatelliseren. Dan zeggen ze: als ik het heb, neem ik toch gewoon een pilletje, kan mij het schelen. Ik denk dan: je hebt echt geen idee van wat hieraan vooraf is gegaan. Hoeveel jongens en mannen we hebben verloren, hoe onvoorstelbaar heftig het was.’
Het was december 1981, herinnert Peter Reiss zich. De emeritus hoogleraar inwendige geneeskunde was net begonnen als arts in opleiding. Hij had avonddienst toen een jonge patiënt het Amsterdamse Onze Lieve Vrouwe Gasthuis binnenkwam. ‘Hij moet een jaar of 18 zijn geweest.’
Wat hij zag, had hij nog nooit gezien. De patiënt had schimmel in zijn mond. ‘En herpes. Niet zo’n klein plekje. Maar heel uitgebreid, ook rond de anus. En gezwollen lymfeklieren.’
Vijf dagen eerder had Reiss toevallig een artikel in The New England Journal gelezen over een onbekende, dodelijke ziekte die rondwaarde onder homoseksuele mannen in Amerika. ‘Ik denk dat ik diezelfde nacht naar zijn geaardheid heb gevraagd. Ik moet me enorm opgelaten hebben gevoeld, want dat deed je als arts toen niet vaak. Het was de tijd waarin de homo-emancipatie net op gang was gekomen.’
De jongen vertelde dat hij nog niet zo lang geleden uit de kast was gekomen, en onlangs voor het eerst seks had gehad. ‘Met – naar later bleek – de eerste patiënt die in 1982 in Nederland aan aids zou overlijden’, zegt Reiss. De jongen bleek acute hiv te hebben, een heftige reactie van het lichaam die kan ontstaan kort na de infectie. ‘Het was de eerste keer wereldwijd dat we dat zagen.’
Dankzij antibiotica knapte hij aanvankelijk op. Maar eind jaren tachtig zag Reiss, toen inmiddels hiv-specialist, hem weer. ‘Heel ziek. Hij is een jaar of twee later alsnog overleden.’
Aanvankelijk was het aantal patiënten beperkt. Zo waren er in Nederland in januari 1983 drie, twee jaar later waren het er 66. Maar in diezelfde periode bleek uit onderzoek onder 741 gezonde mannen dat het virus zich stilletjes had verspreid: 31 procent bleek geïnfecteerd, maar had nog geen ziekteverschijnselen. Veelal twintigers en dertigers. Niet zelden mensen die vol in het leven stonden, uitgingen en er een uitbundig seksleven op na hielden.
‘De wietwalmen kwamen soms op je af bij ons op de aidsafdeling’, herinnert Ruud Vriens zich. Acht jaar werkte de inmiddels gepensioneerde verpleegkundige op afdeling F5NW van het AMC. ‘Als je binnenkwam, hing er een tegel: Van het concert des levens krijgt niemand een program.’
Het was een tijd waarin hij ongelooflijk veel lachte. ‘Want het was allemaal zó vreselijk dat je maar twee dingen kon doen: lachen of huilen. Dus menig patiënt vierde het leven dat restte ook nog gewoon in het ziekenhuis met hasj en drank.’
Maar, zegt Vriens: ‘Uiteindelijk eindigden ze allemaal als magere stakkers.’
Met name één nachtdienst in 1989 staat hem nog helder voor de geest. ‘De arts in opleiding had nog gevraagd: wordt er gestorven vannacht? Ik had geantwoord: nee, het wordt een rustige dienst. Maar er stierven er vier. Ik liep te huilen, te beven en dacht: ik kan beter mijn geld verdienen op de Wallen. Er was gewoon te veel verdriet om mij heen.’
Een slachting was het, zegt ook Hans, een oud-apotheker uit Amsterdam. ‘Ik heb mijn partner moeten begraven en een derde van mijn vriendenkring.’ Omdat hij destijds iets deed waar toen nog geen wettelijke basis voor was, wil hij niet met zijn volledig naam in de krant.
Hans was in de jaren tachtig een van de weinige openlijk homoseksuele apothekers. In de begintijd, toen er veel onbekend was, stonden bijna dagelijks mannen aan zijn balie, vertelt hij. ‘Wanhopig. Dan hadden ze in een of ander obscuur blaadje gelezen dat er een middel was, en wilden ze weten of het werkte. Vaak waren het Amerikaanse producten. Hartstikke duur, en ze werkten natuurlijk niet, het waren soms gewoon hooggedoseerde vitaminepreparaten.’
Tot medio jaren negentig betekende een hiv-diagnose een wisse dood. ‘Je takelde op een heel pijnlijke manier af. Huidkanker, longinfecties, dementie, opgezwollen buiken, oedemen, ongelofelijke pijn.’
Soms bereidde de apotheker een Brompton-cocktail. ‘Om in de laatste fase in een roes te komen. Dat was een mix van honing, cognac, cocaïne en heroïne. De laatste twee waren toen nog voor de apotheek leverbaar.’
Ook ‘Marilyn Monroe-cocktails’ bracht hij, op verzoek van huisartsen, soms langs. ‘Dat was een slaapmiddel dat nu niet meer in de handel is. Na sluitingstijd maakte ik het zelf, ik wilde niet dat mijn assistenten het zagen. Het was bedoeld om euthanasie te plegen.’
Hulp bij zelfdoding was destijds nog niet wettelijk geregeld, al was er wel jurisprudentie onder welke omstandigheden het werd gedoogd. ‘Ik heb het altijd aan het Openbaar Ministerie gemeld. Gelukkig zijn die meldingen geseponeerd. Je moet je ook voorstellen: de patiënten lagen kermend in bed. Het enige dat ze wilden, was dood. Als ik binnenkwam, klonk er vaak ‘hoera’. Vervolgens wenste ik de huisarts sterkte, en een half uur later kreeg ik een belletje dat de patiënt was gestorven.’
Op het dieptepunt, in 1994, stierven in Nederland bijna 450 mensen aan de gevolgen van aids. Met name in Amsterdam was dit doodsoorzaak nummer 1 onder mannen tussen de 30 en 45. In diezelfde periode steeg ook het aantal hetero’s dat hiv opliep.
Vorig jaar overleden er 24 mensen aan de gevolgen van aids, veelal patiënten bij wie het virus te laat ontdekt is. Want wie er wél op tijd bij is, kan dankzij steeds betere medicatie op een goede manier oud worden. Daar komt bij: als je je pillen goed neemt, kan je het virus niet meer overdragen.
‘Mijn generatie groeide op met een angstbeeld’, zegt internist-infectioloog Van der Valk van Stichting hiv monitoring. ‘Ik herinner me het optreden van René Klijn bij Paul de Leeuw in 1992 bijvoorbeeld nog levendig. Maar dát bewustzijn is onder 45-minners deels verdwenen.’
Al kan dat niet de enige verklaring zijn voor de onverwachte stijging van het aantal diagnoses, aldus Hoornenborg van de GGD. ‘Want ook in de rest van Europa zie je deze trend. Misschien heeft er ook mee te maken dat we in coronajaren mensen minder hebben kunnen testen. Of komt het doordat er op meer plekken een conservatievere wind waait, waardoor er minder over seks gesproken wordt. Ik durf het nog niet te zeggen.’
Niet kunnen praten over je seksualiteit, daar weet de Russische Pavel alles van. Hij zit stilletjes in een hoekje op het Sexy Side-feest. Even verderop maken twee mannen een selfie bij een twee meter lange afbeelding van een piemel, er loopt een dragqueen voorbij en op de dansvloer gaat de menigte los op Shik Shak Shok van Hassan Abou Seoud.
Het is de eerste keer dat de dertiger hier komt. ‘Uniek’, vindt hij dit. Drie jaar geleden vluchtte Pavel naar Nederland, omdat hij in Rusland zichzelf niet kon zijn. ‘Dat redde mijn leven. In Rusland wilde ik zelfmoord plegen’, typt hij op Google Translate op zijn telefoon. Ook durfde hij er vroeger niet voor uit te komen dat hij hiv heeft, zegt hij.
Inmiddels geeft hij het gewoon toe. Al gebaart hij niet veel later naar zijn keel en borst. ‘Want het geeft me nog altijd een beklemmend gevoel om erover te praten.’
Hij is niet de enige die aan de openhartigheid van Sexy Side moet wennen. Drie andere feestgangers kijken wantrouwend rond in de GGD-testruimte, waar inmiddels een lange rij mensen staat. Ze willen wel testen. Maar wie krijgt inzage in de testresultaten? Alleen jijzelf, verzekert doktersassistent Braga Rodrigues hen. ‘Je mag ook een valse naam of geboortedatum op geven. Zolang je maar niet vergeet met welke gegevens je over vier dagen moet inloggen om de uitslag te zien.’
Sam – ‘iedereen hier kent mij onder die naam’ – kan dat wantrouwen wel begrijpen. De Palestijn woonde eerder in Dubai. Over zijn geaardheid praten, kon niet. Laat staan over zijn hiv-diagnose. ‘Mensen verdwijnen daar soms, letterlijk, in quarantaine als ze hiv hebben.’
Maar ook in Nederland was het lastig. ‘In het azc verblijven best veel homofobe mensen. Ik ben er ook wel eens aangevallen.’ Toch weet hij hoe belangrijk het is om er wél over te praten. ‘Ik ken drie nieuwkomers die juist in Nederland het virus hebben opgelopen. Sommigen hebben in hun thuisland nooit seksuele voorlichting gehad, weten niets over testen en wat je kunt doen om overdracht van het virus te voorkomen.’
Want ook preventie is afgelopen jaren makkelijker geworden. Was in de begindagen seksuele onthouding of een condoom de enige optie om jezelf te beschermen, inmiddels is er Prep, een pil waardoor je hiv niet kunt oplopen tijdens seks. In 2012 kwam het voor het eerst in de Verenigde Staten op de markt.
In Nederland vond men dat het middel eerst via pilots moest worden getest. Heel frustrerend, zegt Mark Vermeulen van Aidsfonds. ‘Uit onderzoeken van omringende landen was allang gebleken dat Prep effectief is. De uitkomsten in Nederland waren uiteraard niet anders. In onze ogen ging het veel te langzaam. Maar je ziet dat áls het debat over hiv gaat, het niet alleen over een infectieziekte gaat. Maar ook over seks en seksualiteit, hoe je seksualiteit moet of mag beleven.’
Sinds vorig jaar is Prep op eigen kosten verkrijgbaar via de huisarts of centra voor seksuele gezondheid. Al gaat dat niet overal in Nederland even makkelijk, zegt Hoornenborg. ‘Amsterdamse huisartsen hebben Prep omarmd, maar in conservatievere regio’s zijn er ook huisartsen die vinden dat als je seks wil hebben, je gewoon een condoom moet gebruiken.’
Op de dansvloer in Club Church loopt het feest na vier uur langzaam ten einde. Jassen worden gepakt. Sommige feestgangers gaan door naar andere cafés, anderen nemen de trein terug naar hun azc. En ook in de felverlichte darkroom beginnen de vrijwilligers en GGD-medewerkers hun spullen te pakken. Watten, bloedbuisjes, naalden. Alles verdwijnt in grote plastic tassen.
Zo’n 45 mensen hebben zich deze avond laten testen, zegt Braga Rodrigues als hij de eindstand opmaakt. ‘Een feest als dit is echt de meest efficiënte manier om deze doelgroep te bereiken’, concludeert hij tevreden. Al twijfelt hij wel of het écht ooit zal lukken: nul nieuwe hiv-infecties in Amsterdam, en uiteindelijk in heel Nederland.
Zijn collega Hoornenborg denkt van wel. ‘Onze ambitie blijft hoe dan ook staan. We moeten er gewoon harder voor werken.’ Dus nog meer inzetten op preventie, de toegang tot Prep vereenvoudigen, een campagne voor meer bewustwording en het stigma bestrijden, somt ze op. ‘Ik geloof écht dat het kan. Al durf ik er geen jaartal meer op te plakken.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant