Australische archeologen denken dat een voorbijganger bij toeval een kamp heeft ontdekt van opvarenden van het in 1656 gestrande VOC-schip Vergulde Draeck. De ontdekking kan meer duidelijkheid geven over wat er met ruim zestig overlevenden is gebeurd.
Het Amsterdamse VOC-schip Vergulde Draeck was eind 1655 vanuit Texel vertrokken naar Batavia, het huidige Jakarta. Na een tussenstop in Kaap de Goede Hoop (Kaapstad) voer het schip door een navigatiefout tegen een rif. Dat gebeurde op zo'n 100 kilometer ten noorden van de huidige Australische stad Perth.
Ongeveer 75 van de 193 opvarenden overleefden de ramp en wisten het Australische vasteland te bereiken. Met resten uit het wrak van het schip bouwden ze een kleinere boot. Daarmee ging een groepje van zo'n zeven personen naar Batavia om hulp te halen. Maar bij reddingsacties werden de achterblijvers nooit gevonden.
Vissers vonden het wrak van de Vergulde Draeck in 1963 terug. Maar van de achterblijvers is nooit een spoor aangetroffen. Mogelijk brengt de vondst van de voorbijganger daar verandering in. Die vond onder meer een passer die werd gebruikt bij het navigeren, koperen sluitingen en een vislood, meldt het cultuurministerie van de staat West-Australië.
Onderzoekers hebben ontdekt dat de spullen overeenkomen met spullen die bij het wrak zijn gevonden. Zelf vonden ze bij nader onderzoek nog meer spullen.
Archeologen denken dat op die plek een kamp was waar de overlevenden zich hadden gevestigd. Ze zijn bezig met verder onderzoek naar het kamp. West-Australië geeft de plek daarom een beschermde status, waardoor mensen er niet meer op eigen houtje mogen zoeken met metaaldetectoren.
De vondst van het kamp is erg belangrijk voor de maritieme geschiedenis, zegt directeur Alec Coles van het museum van West-Australië in een persbericht. "Zulke plekken vertellen ons veel over het lot van opvarenden van deze scheepswrakken."
Source: Nu.nl algemeen