De website van de Amerikaanse gezondheidsdienst CDC insinueert sinds deze week dat kindervaccinaties autisme kunnen veroorzaken. Groot is het contrast met vijftig jaar geleden, toen een wereldwijde vaccinatiecampagne het dodelijke pokkenvirus overwon.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant en schrijft over Noord-Amerika, het Caribisch gebied en Suriname.
‘Eindstrijd tegen gesel der mensheid is in zicht’, kopt De Telegraaf in februari 1976 boven een jubelende reportage vanuit Ethiopië, ‘het woest-mooie land aan de bronnen van de Blauwe Nijl’, waar volgens de krant ‘de laatste veldslag’ wordt geleverd tegen het pokkenvirus.
Tien jaar eerder had het voornemen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) om pokken met vaccinatiecampagnes ‘uit te roeien’ nog grootspraak geleken; het virus eiste wereldwijd jaarlijks miljoenen doden. Maar na een financiële injectie van 300 miljoen dollar en mondiale eensgezindheid – uniek in de hoogtijdagen van de Koude Oorlog – kon de WHO het virus in 1980 officieel overwonnen verklaren.
Dat is sindsdien bij geen enkele besmettelijke ziekte meer gelukt, maar dat wist men toen nog niet. Krantenberichten over vaccins uit die tijd zijn unaniem optimistisch. Vaccinatiecampagnes hebben geleid ‘tot het vrijwel uitroeien van zulke gevaarlijke ziektes als pokken en polio’, schrijft de Volkskrant in 1978. ‘Vaccinatie tegen mazelen, rode hond, bof en griep is routine geworden.’
Vorige week waarschuwde de WHO dat de Verenigde Staten hun status van ‘mazelenvrij land’ per januari 2026 verliezen als gevolg van de dalende vaccinatiegraad onder kinderen. Buurland Canada verloor zijn mazelenvrije status al in oktober.
Nederland is in tegenstelling tot het Amerikaanse continent nooit geheel mazelenvrij geweest, maar de meeste uitbraken beperkten zich tot de Biblebelt. Nu ook hier de vaccinatiegraad onder kinderen gedaald is tot onder de kritische 95 procent, vrezen artsen van het RIVM voor grootschalige epidemieën van mazelen en andere overwonnen gewaande besmettelijke ziekten.
De mensheid dankt de uitvinding van vaccins aan James Jenner, die in 1796 op het idee kwam om mensen in te enten met het koepokkenvirus. Door de jaren heen had de Britse arts en onderzoeker waargenomen dat de pokkeninfectie milder verliep onder veehouders en hun familieleden. Het woord vaccinatie is dan ook afgeleid van ‘vacca’, Latijn voor koe.
In Nederland was het vaccin sinds 1801 beschikbaar. Maar door gebrekkige voorlichting, christelijke weerstand en het ontbreken van een landelijke registratie van gevaccineerden bleef pokken voor de Tweede Wereldoorlog regelmatig de kop opsteken. De laatste grotere Nederlandse pokkenuitbraak woedde in 1951 in Tilburg. Daarna verdween het dodelijke virus op kousenvoeten uit het collectieve bewustzijn tot dertig jaar later het laatste geval in Somalië werd gedetecteerd.
Een doorslaggevende rol in het verdwijnen van pokken en andere besmettelijke ziekten spelen de in de jaren vijftig opgezette consultatiebureaus. ‘Het verdwijnen van besmettelijke ziektes was in die tijd een vanzelfsprekend onderdeel van de tijdgeest van vooruitgangsgeloof’, zegt Hans Rümke, gepensioneerd kinderarts en vaccinoloog bij het RIVM en gespecialiseerd in de geschiedenis van vaccinaties. ‘Het kapotte land werd opgebouwd, je kreeg een nieuw huis, een auto, de hygiënische omstandigheden werden beter en elke paar jaar kwam er een nieuw vaccin voor kinderen.’ Na pokken volgden vaccins tegen difterie, kinkhoest, tetanus en polio. Later, vanaf de jaren zeventig, werden baby’s ook gevaccineerd tegen mazelen, bof en rode hond.
‘Toen ik in 1986 bij het RIVM begon, werkte het systeem van kindervaccinaties vanzelf. Ouders kregen een oproep en gingen’, zegt Rümke. Het scheelde, denkt hij, dat ouders of in elk geval grootouders zich toen nog levendig konden herinneren dat kindersterfte door ziekten als mazelen of difterie normaal was.
Dat veranderde in de loop van de jaren negentig. Behalve van orthodoxe christenen kwam er ook weerstand van homeopaten en antroposofen die de nadruk legden op de zeer zeldzame, ernstige bijwerkingen van vaccins. De belangrijkste katalysator van vaccinatiescepsis is volgens Rümke het internet. Daar wordt sinds de eeuwwisseling grote hoeveelheden desinformatie rondgepompt, met name de theorie van de Britse arts en antivaccinatie-activist Andrew Wakefield, die in 1998 meende te hebben aangetoond dat vaccins tegen kinderziekten autisme kunnen veroorzaken.
Deze foutieve theorie is door de medische wetenschap naar het rijk der fabelen verwezen. Dat heeft niet kunnen voorkomen dat de huidige Amerikaanse gezondheidsminister Robert F. Kennedy jr. er heilig in gelooft. Afgelopen vrijdag herzag de Amerikaanse gezondheidsdienst CDC onder druk van Kennedy zijn standpunt over vaccinaties. De notie dat er géén verband bestaat tussen autisme en vaccins, werd van alle CDC-websites verwijderd. In Trumps Amerika wordt niet langer gestreden tegen besmettelijke ziektes, maar tegen de wetenschappelijke consensus.
In de rubriek Toen duiken historici en specialisten van de Volkskrant in het verleden om de actualiteit beter te kunnen begrijpen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant