Home

De Kamer heeft meer praktisch opgeleiden nodig, zegt ‘eerste mbo’er in het Europees Parlement’

Quin Blokzijl | Opiniemaker In de nieuwe Tweede Kamer zitten opnieuw meer theoretisch geschoolde politici dan in de vorige regeerperiode. Dat schetst afstand tot de burger, zegt Quin Blokzijl. Hij sprak diverse politicologen over de gevolgen van de scheve vertegenwoordiging.

De plenaire zaal in de Tweede Kamer.

Van de leden van de vorige Tweede Kamer had bijna 85 procent een hbo- of universitair diploma, terwijl van alle Nederlanders slechts iets meer dan een derde theoretisch geschoold is. Sinds vorige week woensdag is zelfs bijna 92 procent van de Tweede Kamer theoretisch opgeleid.

Ondertussen laat het laatste Nationaal Kiezersonderzoek (NKO) zien dat de mbo-opgeleide Nederlander gemiddeld minder vertrouwen heeft in de politiek dan studenten in het hoger onderwijs. Uit dat onderzoek blijkt daarnaast dat praktisch opgeleide Nederlanders zich minder vertegenwoordigd voelen in de politiek dan theoretisch opgeleide.

Dat moet anders, vindt de ‘eerste mbo’er in het Europarlement’, de 24-jarige Quin Blokzijl. Het is een titel die hij zichzelf vorig jaar gaf, in de periode dat hij als mbo’er politiek trainee van D66 was in Brussel. Nu werkt hij als vuilnisman. „Als het op de radio gaat over de spreidingswet of de klimaatdoelen, zappen mijn collega’s naar een andere zender.”

Quin Blokzijl.

Waarom is die scheefgroei in vertegenwoordiging een probleem?

„Ik ben benaderd om voor het boek Diplomademocratie, van Mark Bovens en Anchrit Wille, te praten over de gevolgen van deze scheve vertegenwoordiging. Zij zien als mogelijke gevolgen ófwel de opkomst van een autocratisch populisme, óf een grote groep afgehaakte Nederlanders naar wie niet geluisterd wordt. Dat zijn allebei geen positieve toekomstbeelden. Het is te vergelijken met een samenleving als in Hongarije met Orbán of Frankrijk met Macron. In het ene geval heb je een autocratische leider, in het andere een regering die ver van de samenleving afstaat. Met rellen en geweld tot gevolg.”

Hebben we meer praktisch opgeleide mensen in de Kamer nodig, of moet het werk van politici beter worden uitgelegd?

„Dat hoeft geen keuze te zijn. Niet alleen moeten we de democratie toegankelijk houden door het werk van politici beter uit te leggen, er zijn ook mensen nodig die de praktisch opgeleide mensen beter begrijpen. In de vuilniswagen hebben we het niet over de spreidingswet, of het Klimaatakkoord van Parijs. Daar gaat het over de last van je rug, of je pensioen misschien. Politiek moet soms ook gewoon over je belevingswereld gaan.”

Behalve bij de PVV zijn mensen bij alle partijen vrij om lid te worden. Jongeren en praktisch opgeleiden zijn daarin gemiddeld minder actief.

„Dat klopt, dat zie ik ook. Maar het politieke milieu is niet uitnodigend als er geen handreiking wordt gedaan. Het taalgebruik is te moeilijk, de onderwerpen te complex. Het voelt als een glazen plafond, de barrière is te groot om toe te treden. Ik had het laatst met collega’s over de politiek, en al snel ging het over statige mensen in driedelig pak, die streng kijken.”

Volgens het NKO zijn praktisch opgeleiden ook minder actief in informele politiek en bijvoorbeeld referenda.

„Niet alle praktisch opgeleiden kennen dat soort informele manieren om politiek te bedrijven, buiten het stemmen. Daarnaast zien we dat ook op demonstraties en bij burgerfora theoretisch opgeleide mensen de sfeer bepalen. Dat nodigt niet uit. Gemeentepolitiek is voor veel mensen niet aantrekkelijk, en het organiseren van referenda of burgerinspraak kan heel ingewikkeld zijn.”

Uit onderzoek blijkt dat praktisch opgeleiden vaker stemmen op partijen die gericht zijn op de korte termijn en nationale problemen. Wat vind je daarvan?

„Dat is een risico. Ik denk dat politiek en democratie onderbelichte onderwerpen zijn in het vmbo- en mbo-onderwijs. Waarom krijgen die leerlingen geen les over het vormgeven van hun toekomst, en wat voor keuzes daaraan hangen?”

In de huidige Kamer zitten tien Kamerleden die van het mbo naar het hoger onderwijs zijn gegaan, de zogeheten stapelaars. Hoe kijk je naar die groep?

„Ik ben tegen het idee dat ‘stapelen’ de norm zou zijn, dat is alsnog alsof je alleen succesvol kunt zijn als je doorleert en uiteindelijk dat universitaire diploma hebt. Er zit zo veel meer in mensen dan dat. Sommigen zijn gewoon goed als mbo’er. Ik weet zeker dat er heel goede politici op niet-universitaire opleidingen zitten.”

Is dat je belangrijkste les: er zijn zat goede politici zonder universitaire opleiding?

„Het viel mij op hoe slecht mensen in het Europees Parlement (EP) spreken over praktisch opgeleiden. Er worden grappen over je gemaakt, er wordt achter je rug om gepraat. Misschien is mijn humor anders, maar dit laat zien dat we in twee verschillende werelden leven. En het lijkt alsof die werelden steeds verder van elkaar komen te liggen. Je werkt in het EP met mensen die studeerden aan Harvard en Oxford, en dat ook zo benoemen. Ze kijken op mij neer. Maar er zijn zoveel mensen als ik.”

Moet je zelf niet weer de politiek in?

„Misschien later…”

NIEUW: Geef dit artikel cadeauAls NRC-abonnee kun je elke maand 10 artikelen cadeau geven aan iemand zonder NRC-abonnement. De ontvanger kan het artikel direct lezen, zonder betaalmuur.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Europa

Europaredacteuren praten je bij over de belangrijkste ontwikkelingen in de EU

Source: NRC

Previous

Next