is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over natuur en biodiversiteit.
Nu fotografen zich verdringen rondom wolven, dreigen verstoring en nieuwe incidenten. Wat te doen tegen de plompe poten van sommige fotografen?
Een droom kwam uit: eindelijk had hobbyfotograaf en biologiestudent Melissa (18) een wolf gezien. Op de Edese heide, bij natuurgebied Planken Wambuis, kwam een jonge wolf uit het bos gelopen, recht op haar camera af. ‘Op een gegeven moment liep hij op 6 meter afstand’, beschreef ze haar euforie in het AD. En: ‘Ik zag hoe hij ongemoeid verder sjokte, hij heeft nog staan graven in het zand met zijn poot en pakte een muis.’
Mooi. Haar gelukzaligheid duurde echter niet lang. Andere fotografen vlogen als aasgieren op de prooi af en daar begon het gedonder. Melissa in het AD: ‘Ik merkte dat één man, die ook nogal lang was, opeens een paar grote stappen in de richting van de wolf zette. Je kon zien aan het dier dat hij schrok en bang werd.’ Er ontstond tussen de toegesnelde fotografen ‘een heel nare, competitieve sfeer’, volgens Melissa. ‘Ik ga weleens naar plekken waar veel vogelaars zijn, daar is het vaak gewoon gezellig. Dat was hier bepaald niet het geval.’
Zo kwam de fotograaf na de wolf thuis met een kater. Ze heeft spijt van haar uitje. ‘Ik besef dat ik eigenlijk onderdeel van het probleem geworden ben, maar dat was nooit mijn bedoeling.’
In deze rubriek geeft Jean-Pierre Geelen, natuurredacteur van de Volkskrant, zijn persoonlijke commentaar op opmerkelijke confrontaties tussen mens en natuur.
Het probleem: de nietsontziende natuurfotograaf. Die alles overheeft voor ‘het perfecte plaatje’ (het zullen toch niet de gelijknamige tv-programma’s zijn die hen aansporen?), zelfs het verstoren en opjagen van zijn onderwerp. Ook Frank Theunissen, boswachter op de Zuid-Veluwe, trok onlangs aan de bel. ‘Overal waar de wolvenjongen lopen, loopt iemand met ze mee. En ze zitten er bijna 24 uur per dag. Asociaal? Dat is wat mij betreft een understatement.’
Nieuw is het niet: natuurorganisaties en fotografenclubs wijzen al jaren op de plompe poten waarmee sommigen door de natuur banjeren. Er bestaan gedragsregels, waaraan – niet vergeten – velen zich houden. Zoals altijd is het de minderheid die het kwaad aanricht. De komst van de wolf doet het probleem groeien. Nu elke dag legertjes fotografen op de Edese heide het territorium van negen welpen en vier of vijf volwassen wolven afstruinen, zullen wolven steeds meer wennen aan de mens. Wanneer die etensresten laat slingeren, of zelfs bewust verspreidt om wolven te lokken, stijgt de kans op incidenten. Voer voor wolvenhaters, die nog harder zullen huilen dat hier geen plaats is voor het teruggekeerde roofdier.
Wat te doen? Uit een enquête van de Heimans en Thijsse Stichting uit 2022 bleek dat 86 procent van de ondervraagde natuurliefhebbers zich ergert aan recreanten (waaronder fotografen) die de natuur verstoren. Vrijwel iedereen vond bewustwording de sleutel. Goed dus dat Melissa haar schuldbelijdenis deed. Duimen dat het helpt.
84 procent was voor meer toezicht en handhaving in de natuur, ook klonk de roep om strengere regels. Begrijpelijk, maar het aantal ‘groene boa’s’ is laag. Zij hebben hun ongewapende handen al vol aan dumpingen van drugsafval, wildstroperij en de korte lontjes van overtreders.
Eind vorig jaar opperde Rob Davis, bioloog aan de Australische Edith Cowan-universiteit, een andere aanpak. In het tijdschrift Science of The Total Environment legde hij de verantwoordelijkheid bij socialemediaplatforms. De posts op Insta, Facebook en andere platforms fungeren als het openbare scorebord in de wedstrijdjes verplassen die sommige fotografen met hun lange toeters in de hand voeren. Pas spelregels aan, voer ethische codes in en wees waakzaam bij afbeeldingen van kwetsbare of bedreigde soorten, bepleitte Davis.
Prima plan. Het jachtseizoen is geopend.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns