Home

Nederlandse schaatsmannen wensen niet te worden gepasseerd door een wijkagent

is schrijver en columnist voor de Volkskrant.

Dit weekend zijn de World Cup-wedstrijden schaatsen in Calgary. Er zijn nog maar twee maanden te gaan tot de Olympische Winterspelen, er staat veel op het spel. In Calgary moet de ommekeer komen, anders zie ik het donker in. Het AD vatte de situatie afgelopen week goed samen onder de kop ‘Schaatscrisis voor de Spelen?’

Op de Winterspelen wonnen de Nederlandse mannen traditioneel alle gouden medailles en ook de meeste zilveren en bronzen. Het IOC overwoog zelfs het olympische schaatsen af te schaffen wegens gebrek aan concurrentie. Een Nederlandse schaatser die nog nooit goud had veroverd op de Spelen had het al snel over een totaal mislukte carrière.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Maar opeens is het schaatsen een internationale sport geworden. Er komen tijdens zo’n World Cup-weekend tongbrekers voorbij die ik nooit eerder heb gehoord. In Salt Lake City werd het wereldrecord op de 5 kilometer – voorheen het domein van Nederlandse ijshelden – verbeterd door de Fransman Timothy Loubineaud. Hij was op een fractie na de eerste geweest die onder de 6 minuten dook. Loubineaud reed gewoon Sven Kramer en Patrick Roest voorbij.

Eerst vond ik het respectloos tegenover die grootheden. Loubineaud werkt bij de politie en niemand wil gepasseerd worden door een wijkagent. Maar goed, wij hebben ook wel eens goud gewonnen met een postbode en de cijfers liegen niet. ‘Heel goed voor het Franse schaatsen’, zegt Martin Hersman dan altijd hoopvol.

Nu Loubineaud heeft aangetoond dat er zwakheden zitten in het Nederlandse systeem, zullen er meer schaatsers zijn voorbeeld volgen. Bob de Jong, de grote stayer uit het verleden, wees in het AD al op het gevaar uit Portugal. Daar wordt volgens Bob hard gewerkt aan ‘een succestoekomst op het ijs’. Nu de Nederlanders niet meer vooruit zijn te branden, ziet elke krabbelaar kansen, ook rond de evenaar.

In Frankrijk hebben ze niet eens ijsbanen en in Portugal evenmin. En toch zetten ze onze jongens binnenkort op een ronde. Hoe kan dat nou? Hoe moet iemand als Herbert Dijkstra dat straks gaan becommentariëren? Zo’n jongen krijgt de juichtoon niet uit zijn stem, die zit er na al die jaren ingebakken.

We hebben al te maken met een Amerikaan die straks in Milaan goud gaat winnen op de korte afstanden, maar nu is het ook op de lange afstanden alle hens aan dek. In Salt Lake City werd vorige week een 14-jarige Tsjech op Friese doorlopers tweede op de 5.000 meter, ver voor onze coryfeeën Huizinga en Bergsma. Ze hebben de geheime code van onze successen gebroken. De jeugdige Farthofer (Oos) dacht: ik bind de ijzers ook eens onder, en hij reed bijna een wereldrecord.

Op de 1.500 meter is de situatie even rampzalig. Het podium: 1. Stolz (VS); 2. Zhongyan (Chi); 3. Sonnekalb (Dui). Sonnekalb is een paar maanden geleden begonnen met schaatsen en knalde er meteen even een 1.41 uit. Een Kjeld Nuis was nergens te bekennen, die stond waarschijnlijk weer ergens een huilverhaal op te hangen tegen Bert Maalderink.

Op deze manier wordt Milaan straks een enorme deceptie. Heel misschien pakt Jenning de Boo nog een troostprijs. Gelukkig hebben we Femke Kok en Jutta Leerdam nog, anders zouden we onszelf straks niet eens durven aan te kijken in de medaillespiegel.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant columns

Previous

Next