Minister Karremans ervoer hoe moeilijk het is om China aan te pakken zonder over geopolitieke en economische machtsmiddelen te beschikken. In een pijnlijk proces moet Europa zich aanpassen aan zijn tanende macht.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Het valt niet mee om een grote mond tegen China op te zetten, ervoer minister Vincent Karremans van Economische Zaken. Toen hij chipsmaker Nexperia onder Nederlandse controle bracht, reageerde China meteen met een exportverbod waardoor de machtige Duitse auto-industrie zonder chips kwam te zitten. Deze week schortte Karremans zijn maatregelen op.
Karremans had ongetwijfeld goede redenen om Nexperia aan te pakken. Zhang Xuezheng, de Chinese CEO van het bedrijf werd door de Ondernemingskamer in Amsterdam geschorst op verdenking van wanbestuur. Maar wie China wil aanpakken, moet over voldoende geopolitieke en economische machtsmiddelen beschikken.
De affaire-Nexperia drukt Europa eens te meer met de neus op de feiten. Het heeft zich afhankelijk gemaakt van China en staat daarom betrekkelijk machteloos tegenover de politieke en economische expansie van een autoritair land dat niet aarzelt om die afhankelijkheid als wapen in te zetten. Als China misnoegd wordt, slaat het meteen terug met een verbod op de export van chips of zeldzame aardmetalen, waardoor de Europese industrie onmiddellijk in problemen komt.
Lange tijd was China niet alleen een bron van goedkope arbeid en import, maar ook een lucratieve afzetmarkt voor hoogwaardige Europese export. De Europeanen waren overtuigd van hun superioriteit en geloofden dat Chinezen vooral dingen konden namaken, of dat hun autoritair systeem alle creativiteit in de kiem smoorde. Als China mee wilde doen met de wereldeconomie, zou het zich daarom tot een liberale democratie moeten ontwikkelen, net als Europa en de Verenigde Staten. Deze ideeën blijken nu hopeloos naïef. Het Chinese staatskapitalisme heeft Europa op technologisch gebied verslagen.
Europa, en zeker de Europese Unie, is het product van het geopolitieke trauma van de Tweede Wereldoorlog. Na de oorlog wilden de Europeanen niet meer aan geopolitiek doen, maar hun welvaart vergroten door handel en onderlinge samenwerking. Het op export gebaseerde Europese groeimodel is echter achterhaald, zei Christine Lagarde, voorzitter van de Europese Centrale Bank, deze week. Het model van open wereldhandel heeft Europa kwetsbaar gemaakt, nu de wereld in toenemende mate wordt gedomineerd door het keiharde machtsspel van China en de Verenigde Staten.
De Europeanen beseffen dat terdege. De EU wil haar interne markt verdiepen. Meer onderlinge handel maakt Europa economisch sterker en minder afhankelijk van anderen. Daarnaast willen de Europeanen hun aanvoerlijnen spreiden, de winning en verwerking van grondstoffen meer in eigen hand nemen, en essentiële producten zelf kunnen maken.
Zulke aanpassingen kosten echter tijd en geld. Voorlopig moet Europa zijn kaarten voorzichtig uitspelen, zoals de affaire-Nexperia laat zien. Met zijn rijkdom en grote interne markt is Europa nog altijd een interessante partner voor de rest van de wereld. Maar het continent dat ooit de wereld beheerste, kan de regels niet meer bepalen, zeker niet nu de Amerikaanse bescherming wegvalt. In een pijnlijk proces moet Europa zich nu aanpassen aan de rest van de wereld.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant