De vader van Mandy is een vrijbuiter, met wie ze een moeizame relatie heeft. Ze besluit afstand van hem te nemen, maar die beslissing blijkt definitiever dan ze had gewild. In deze serie spreekt Barbara van Beukering mensen die een beslissing genomen hebben die vergaande consequenties heeft.
Barbara van Beukering is journalist. Voor Volkskrant magazine interviewt zij wekelijks mensen over spijt.
‘De jaren nadat ik het contact met mijn vader had verbroken, was ik me ervan bewust dat hij een broze gezondheid had en dat hij al oud was. Dus ik leefde met de wetenschap dat het ieder moment afgelopen kon zijn en ik heb geprobeerd daarop te anticiperen. In die periode heb ik weleens getwijfeld of ik toch naar hem toe zou gaan. Maar die gedachte boezemde me tegelijkertijd angst in. Ik was bang voor het gat waarin ik zou springen, dat ik er weer ingezogen zou worden. Uit zelfbehoud ging ik niet.
‘Mijn vader was een vrijbuiter. Grote man, grijze baard, dikke bos grijs haar en felblauwe ogen. Hij was belezen, bevlogen en politiek geëngageerd. Charmant en charismatisch. Maar zijn stemming kon binnen één minuut omslaan. Dat kon je aan zijn ogen zien. Dan was het alsof hij een compleet ander persoon werd, en werd hij heel onvoorspelbaar. Ik herinner me dat ik als kind naast hem in de auto altijd aan het aftasten was welke bui hij had.
‘Voordat ik geboren werd, waren mijn ouders al uit elkaar. Mijn vader was toen 56, was afgekeurd voor zijn werk en leidde een zwervend bestaan. Hij woonde een tijdje in Duitsland, werkte als schaapsherder en met tussenpozen was hij in Nederland. Gedurende mijn eerste levensjaren was hij onregelmatig aanwezig. Met kerst en mijn verjaardag was hij er bijvoorbeeld vaak wel, maar dan ook weer een hele tijd niet. Mijn moeder zag dat ik daar als kind last van kreeg. Toen ik 8 jaar was stelde ze mijn vader voor de keuze: of Mandy is om het weekend bij jou, of helemaal niet meer. Hij woonde destijds in een caravan en zo kwam het dat ik om het weekend naar mijn vader op een camping ging.
‘Ik kijk met een warm gevoel terug op die periode. Alsof ik om de week een weekend op vakantie ging. We stonden altijd op natuurcampings, gingen heel vaak het bos in. Ze zeggen wel eens dat moeders kinderen óp de wereld zetten en dat vaders kinderen ín de wereld zetten. Dat heeft mijn vader echt gedaan, hij heeft me volop de liefde voor de natuur meegegeven. We gingen we ’s nachts met zijn grote Duitse herder het bos in om uilenballen te zoeken. Met behulp van een ouderwets vogelboekje leerde hij me over verschillende vogels die we vanuit de caravan zagen vliegen.
‘Onze relatie werd complex toen ik een jaar of 14 was. Ik had mijn eerste baantje in de zomervakantie, bollen pellen bij een boer. Mijn vader vond dat ik mijn verdiende geld op een spaarrekening moest zetten, maar ik had net een pinpas gekregen en wilde met mijn zelf verdiende geld dingen kunnen kopen. Hij bleek er slecht tegen te kunnen dat ik een eigen mening kreeg: ‘Als jij de keuze maakt om dat geld uit te geven, dan hoef je voorlopig niet meer te komen.’ Hij was rigoureus. Het was zwart of wit. Alles of niets. Ik heb hem daarna maanden niet gezien.
‘Op een gegeven moment kreeg hij last van reuma en werd het te koud om in een caravan te wonen. Hem werd een seniorenwoning toegewezen. Er brak een periode aan van aantrekken en afstoten. Altijd ging ik na een paar maanden naar hem terug, dan stond ik weer op de stoep: hallo, hier ben ik weer. In de huiskamer stond een bureautafel met aan weerskanten twee bureaustoelen. We zaten tegenover elkaar, terwijl ik eerst een half uur moest aanhoren wat ik allemaal verkeerd had gedaan.
‘Daarna ging het weer een tijdje goed, tot de volgende breuk. Het werd voor mij heel moeilijk om keuzes te maken, omdat het vaak tot gevolg had dat we elkaar maanden niet zagen.
‘Ik woonde net samen, was begin 20, toen ik werd gebeld omdat mijn vader een tia had gehad. Het raakt me nog steeds hoe ik hem aantrof, hij zat helemaal in elkaar gezakt in een donkerblauwe badjas op zijn bureaustoel. Er was van die grote man helemaal niks over. Hij moest eigenlijk thuiszorg hebben, maar dat wilde hij absoluut niet. Vanaf dat moment ben ik volop in een zorgmodus gegaan.
‘Het gevolg was dat ik te pas en te onpas naar zijn huis een dorp verderop reed om schoon te maken, boodschappen te doen en hem te verzorgen. Dat deed ik allemaal naast mijn fulltimebaan, een deeltijdstudie en mijn eigen sociale leven. Toen ik een keer geen boodschappen kon doen omdat ik een afspraak op school had, regelde ik dat Albert Heijn de boodschappen bij hem zou brengen. Dat was een breekpunt. Zijn reactie: ‘Als jij vanmiddag niet komt, hoef je helemaal niet meer te komen. Dan ben je mijn dochter niet meer.’
‘Vanaf mijn 14de heb ik geprobeerd om een relatie met hem te onderhouden. In gesprekken heb ik gehuild, gesmeekt en geschreeuwd dat ik zo graag een normale band met hem wilde. Tientallen brieven en sms’jes stuurde ik hem met woorden van gelijke strekking. Ik wilde als kind kunnen komen, maar het was altijd omgekeerde wereld. Op een gegeven moment ging het gewoon niet meer.
‘Toen ik 25 was overleed mijn stiefvader, wat ik per sms aan mijn vader liet weten. Hij stuurde terug: ‘Je moet nu hierheen komen, want ik heb jou nodig.’ Terwijl ik zo verdrietig was, vroeg hij mij om naar hém toe te komen, om voor hém te zorgen. Er was geen ruimte voor mijn verdriet. Op dat moment heb ik een sms’je gestuurd: ‘Sorry, maar dat kan ik niet’. Dat is de laatste keer dat we contact hebben gehad.
‘Drie jaar na mijn laatste sms’je zat ik in de huiskamer van mijn moeder. Door het raam van haar hoekwoning zag ik een jonge politieagent zijn motor op onze oprit parkeren. Terwijl ik de voordeur opendeed, zei ik: ‘Ik weet al waarvoor je komt.’ Mijn vader bleek een dag eerder, nota bene op mijn verjaardag, op 80-jarige leeftijd aan een hartaanval te zijn overleden. Ze hebben hem naar het ziekenhuis gebracht omdat zekerheidshalve onderzocht moest worden of het geen misdrijf betrof. Hij lag er mooi bij, hij straalde eindelijk rust uit.
‘Een half jaar na zijn overlijden stak het gevoel van spijt als een reusachtig monster de kop op. Het besef dat de dood onherroepelijk is, kwam keihard binnen. Waar ik echt heel verdrietig om ben, is dat ik nooit meer kan zeggen dat ik ondanks alles heel veel van hem hield. Ik heb die afstand nodig gehad om mezelf te beschermen. Maar daardoor heb ik me gefocust op wat niet leuk was. Gaandeweg realiseerde ik me dat er ook heel veel mooie dingen waren. Hij heeft echt heel veel van mij gehouden en was ontzettend trots op me. Er is veel liefde geweest, maar hij kon het niet op een onvoorwaardelijke manier geven.
‘Met de wetenschap van nu zou ik het bewust rond hebben willen maken. Ik had moeten zeggen dat het me even niet lukte om hem te zien of te spreken. Maar ik had hem vooral willen zeggen dat ik hem ook heel dankbaar was voor de mooie dingen. Nu was het heel erg zwart-wit, ik ben gaan doen wat hijzelf deed, weliswaar op een wat aardigere manier. Ik heb hem niet willen achterlaten met een rotgevoel, ik had hem willen loslaten uit liefde. Bovenop de rouw is spijt en zelfverwijt gekomen, dat maakt het echt heel zwaar.’
Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Mandy gefingeerd. Kampt u ook met diepe gevoelens van spijt en wilt u daarover in deze rubriek praten, stuur dan een mailtje naar b.vanbeukering@gmail.com
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant