Home

In Bosnië zijn Nederlandse militairen de voelsprieten van de EU-missie: ‘Eén vonk en het ontploft weer’

Dertig jaar na het einde van de oorlog in Bosnië bewaken Europese militairen er nog altijd de stabiliteit – sinds kort ook weer Nederlandse. En dat is geen overbodige luxe.

is politiek verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over veiligheid, diplomatie en buitenlands beleid.

Dobar dan’, zegt Luuk. Dat betekent goedendag in het Bosnisch. ‘Dobar dan’, antwoordt de tegemoetkomende man. ‘Hi!’, klinkt het vrolijk van zijn dochtertje dat zijn hand vasthoudt. Even verderop, terwijl Luuk en Corné, twee jonge Nederlandse militairen van een versterkte infanteriecompagnie van de Luchtmobiele Brigade, doorlopen in het door herfstkleuren getekende stadje Jablanica, toetert een jongeman terwijl hij langsrijdt. Hij steekt zijn duim op naar de militairen.

Maar niet iedereen is blij, getuige het ‘Halt! Ein, Zwei, Drei!’ dat plots wordt geroepen. En niet iedereen groet terug. Maar opvallend veel inwoners van Jablanica die Luuk en Corné tegenkomen doen dat wél, en vaak met een vriendelijke glimlach. ‘Wat zijn ze verlegen allemaal’, zegt korporaal Roy nadat een paar schichtig groetende jonge vrouwen voorbijgelopen is. ‘Jullie zijn gewoon niet zo goed met jonge vrouwen’, grapt Luuk.

De Volkskrant is op uitnodiging van het ministerie van Defensie mee op wat door de Nederlandse militairen hier ‘sociale patrouilles’ wordt genoemd. Die zijn bedoeld om vertrouwen te wekken, de zichtbaarheid van Europese militairen in Bosnië te vergroten en om een idee te krijgen van wat er speelt. Dat laatste gebeurt tijdens ontmoetingen – door de militairen steevast ‘engagements’ genoemd – met bewoners. Vandaag zit het op dat vlak niet mee. ‘Nul engagements’, zal Roy later briefen aan pelotonscommandant Bart. ‘Je moet gewoon geluk hebben’, zegt Roy daarover.

Of je moet een tolk meehebben. Bij de debriefing na een paar uur patrouilleren in het stadje dat wordt doorkruist door de rivier Neretva, blijkt dat pelotonscommandant Bart, mét tolk, wel ‘een heel interessant gesprek’ heeft gevoerd met een aantal mannen. Als iedereen zich rond de motorkap van hun pick-up heeft verzameld, doet hij verslag. ‘Ze zeiden dat veel Bosniërs zich nu vooral richten op plezier maken en niet langer eindeloos klagen over hun corrupte politici. Eufor (de Europese troepenmacht, red.) is nog heel belangrijk. Anders gaat het zo weer mis, zeggen ze. Ze zeiden ook dat politici voetbalhooligans inzetten om problemen te creëren.’

Een andere militair valt hem bij: ‘Dat is wat wij eerder ook hoorden: ‘Eén vonk en het ontploft weer.’’ Bart vervolgt: ‘Ze willen graag bij de EU komen. Wat de corruptie betreft: ze willen de hele politiek bij elkaar gooien en de bak in hebben, en dan opnieuw beginnen. Maar, ze kunnen wel gewoon koffiedrinken met een Bosnische Serviër.’

De snippers informatie die de militairen vergaren worden verzameld en ‘naar boven in de lijn’ doorgegeven, om uiteindelijk op het Eufor-hoofdkwartier te worden geanalyseerd.

Europa’s achtertuin

Eufor Althea in Bosnië en Herzegovina is de belangrijkste militaire missie onder EU-vlag. Sinds oktober levert Nederland er voor een jaar een bijdrage aan met een versterkt infanteriebataljon van ongeveer 150 militairen. Ook niet-EU-landen als Turkije en Zwitserland leveren een bijdrage. In 2004 nam de EU de missie over van de Navo (die nog steeds helpt met een hoofdkwartier), het land ligt immers in Europa, de oorlog was al jaren voorbij en er leek maar één richting waarin Bosnië zich kon bewegen: verdere integratie met Europa.

Al in 2000 spraken Europese leiders uit dat de opvolgerstaten van Joegoslavië ‘potentiële kandidaten’ waren voor EU-lidmaatschap. Maar de jaren verstreken en de weg van Bosnië naar Europese integratie begon steeds meer te lijken op een smal, kronkelend bergpaadje dat stijl omhooggaat langs een bergwand met frequente aardverschuivingen.

Het zicht op een antwoord op de vraag of de top ooit bereikt kan worden, wordt ontnomen door dikke mist. In 2008 kwam het tot een ‘Europees Partnerschap’ tussen de EU en Bosnië, acht jaar later, in 2016, meldde het land zich officieel aan voor EU-lidmaatschap en daarna duurde het nog zes jaar voordat de EU Bosnië erkende als kandidaat-lid. Maar ook daarna veranderde er niet veel.

Deels komt dat doordat het land in de corrupte greep is van politici van de drie etnische groepen die hier samenleven – Kroaten, Serviërs en Bosniaks (Bosnische moslims). Deze elite profiteert van de politieke patstelling in het land, pakt haar winst uit internationale hulpgelden en laat zich, in het geval van de Bosnische Serviërs en Bosnische Kroaten, gebruiken door externe machten met hun eigen agenda. ‘Dit is de ultieme captured state’, zegt Kurt Bassuener, die al twintig jaar in Bosnië woont en werkt voor de denktank Democratization Policy Council. ‘Lokale leiders dienen absoluut niet de belangen van hun burgers, maar alleen de belangen van henzelf.’

Dat deze politici dat zolang volhouden, komt door de wijze waarop de oorlog ten einde kwam. Westerse landen durfden of wilden niet echt militair in te grijpen in de bloedige oorlog, en pas nadat het machteloze optreden van VN-blauwhelmen na jaren oorlog was uitgemond in onmachtig toezien bij de genocide in Srebrenica, grepen de Verenigde Staten uiteindelijk hard in. Dat leidde precies dertig jaar geleden, op 21 november 1995, tot de ondertekening van het zogeheten Dayton Peace Agreement.

Bevroren vrede

Resad Trbonja, die de bezoekende journalisten rondleidt in de beroemde tunnel onder het vliegveld van Sarajevo, de enige weg naar vrij gebied tijdens het meer dan drie jaar durende Beleg van Sarajevo, heeft zelf vanaf zijn 19de aan de kant van de Bosniaks gevochten. ‘Ik vind het nog altijd onbegrijpelijk wat er is gebeurd en waarom’, zegt hij over de oorlog.

In Sarajevo overviel de eruptie van Servisch en Kroatisch nationalisme en de Servische omsingeling van de stad, waarvan hele delen in puin werden geschoten, hem als een totale nachtmerrie. De ene dag was Trbonja ‘een gelukkig opgroeiende punker’, de volgende dag een militair die zijn omsingelde stad moest verdedigen tegen superieure Servische militaire macht.

Na alle geweld en vernederingen die de Bosniërs ondergingen, kwam Dayton als een verlossing, ook voor Trbonja. ‘Ik heb gemengde gevoelens over de politici die na Dayton kwamen, niet met Dayton zelf’, zegt hij. ‘Alle landen hebben hun maffia’s, maar dit is de enige plek in de wereld waar de maffia zijn eigen land heeft. Dat geldt voor alle politici hier.’

Het lijkt een sentiment dat breed leeft in Bosnië: het land is met enorme, vooral Europese hulp weer opgebouwd, er heerst vrede, de oude stad van Sarajevo fonkelt weer en krioelt met toeristen, maar de politici houden het land in een ijzeren greep van corruptie en zelfverrijking en blokkeren elk stapje richting vooruitgang. Dat lukt ze door de structuur van het Dayton-akkoord, dat volgens sommigen meer een wapenstilstand is dan een vredesakkoord. Het boek van de belangrijkste Amerikaanse onderhandelaar destijds, Richard Holbrooke, heet To End a War, niet To Build a State, zegt een westerse kenner in Sarajevo.

Alles werd bevroren zoals het was. Er kwam een land met twee entiteiten, een Bosnisch-Kroatische federatie en een Bosnisch-Servische republiek, en een grondwet waarin verzekerd wordt, op verschillende niveaus, dat geen besluit kan worden genomen zonder instemming van de andere entiteit en zonder instemming van genoeg Kroatische Bosniërs, Servische Bosniërs en Bosniakken. Daarboven is een Europese Hoge Vertegenwoordiger geplaatst, met ruime bevoegdheden, maar niet met de macht om deze grondwettelijk vastgelegde etnisch-politieke patstelling te doorbreken ten gunste van hervormingen.

Geopolitieke mist

En dus hangt Bosnië in een schijnbaar eeuwige mist, en steeds meer ook een geopolitieke mist vanwege de inmenging van Rusland, China, Turkije en natuurlijk Kroatië en Servië, die er hun nationalistische belangen nastreven. Het afgelopen half jaar werd de spanning opgevoerd door ondermijnende acties van de Bosnisch-Servische president Milorad Dodik. Gesteund vanuit Servië en Rusland, probeerde Dodik op allerlei manieren het politieke systeem te ondermijnen, nationale instellingen te negeren en te flirten met referenda, onder andere over afscheiding.

Dat bracht hem in aanvaring met de Hoge Vertegenwoordiger Christian Schmidt en de wetten van het land, waarna hem in augustus door een gerechtshof in Bosnië het presidentschap werd afgenomen. Op 23 november zijn er vervroegde verkiezingen in de Republika Srpska waaraan hij niet mag deelnemen. Niemand verwacht dat Dodiks rol nu is uitgespeeld, maar de situatie is kalmer dan in de zomer.

Wat de gewone mensen echter opvalt, zegt Trbonja, is dat Dodik en andere leiders hun etnische haat actief blijven verspreiden. ‘We hebben politici die dezelfde taal spreken als tijdens de oorlog. Ze noemen de oorlog ook drie keer per dag. De oorlog moet levend gehouden worden, net als de angst onder de bevolking.’

‘Europa is nu het Westen’

Aan het eind van de middag maken de Nederlandse militairen in Jablanica zich op om terug te rijden naar Camp Butmir, nabij Sarajevo, waar ook het hoofdkwartier van Eufor-missie is. Over de sociale patrouilles zegt Luuk: ‘Het was wel even omschakelen, want wij zijn gewoon opgeleid voor onze hoofdtaak: vechten, niet in praten met mensen.’ Maar, zegt hij, voor deze missie hebben ze speciaal geoefend op het onderhouden van die contacten met de lokale bevolking. Corné, die pas sinds april bij de eenheid zit: ‘En wat we hier hebben opgepikt, is dat het aantal engagements omhoog gaat als je dobar dan zegt. Dat vinden mensen fijn, dat je je een beetje aanpast.’

Later, in Camp Butmir, kijken de officieren en onderofficieren terug op de patrouilledag. Eufor heeft zogenoemde ‘Temporary Staging Areas’ door heel Bosnië, plekken vanwaaruit kleine groepjes militairen zichtbaar aanwezig zijn in de omgeving. Een deel van de Eufor-militairen verblijft permanent in die gebieden om de situatie beter in kaart te kunnen brengen. ‘Eigenlijk zijn wij van het robuuste deel van de missie, dat Eufor geloofwaardigheid geeft’, licht majoor Bernhard toe. Dat kan nodig zijn als de spanningen oplopen.

Maar het grootste deel van de tijd besteden de militairen aan de sociale patrouilles, waarbij de zware wapens en de scherfvesten niet meegaan, en het pistool ongeladen in het holster hangt. Andere landen doen zulke patrouilles niet. ‘Het belangrijkste voor Eufor is de presentie’, zegt majoor Bernhard. ‘Wat Nederland daaraan toevoegt, zijn sociale patrouilles. Dat is ons toegestaan en die hebben meerwaarde.’

Sergeant Bart: ‘Je krijgt veel info. Die engagements zijn heel waardevol en ze zijn leuk om te doen.’ En weg is hij, om rapport op te maken.

Resteert de vraag of Bosnië, vanwege alle corruptie en de interne politieke patstelling, gedoemd is om eeuwig in de geopolitieke mist te blijven hangen? Volgens de Amerikaanse onderzoeker Bassuener heeft Europa het antwoord daarop in handen. ‘Bosnië is de enige plek in de wereld waar de EU echt verschil kan maken. Door te stoppen met geld smijten richting de politieke leiders. En door te zeggen dat Bosnië onder de Dayton-structuur geen lid kan worden van de EU, omdat het niet werkt en omdat het Rusland indirect een veto zou geven. Dat zou de verhoudingen radicaal veranderen. Maar het zou ook een sterkere afschrikking vergen dan de EU-macht nu heeft.’

Loopt hij daarmee niet voor de troepen uit, aangezien de EU eigenlijk altijd al intern verdeeld was over Bosnië? Grote geopolitieke spelers moeten dit soort moeilijke besluiten kunnen nemen, zegt Bassuener. ‘Amerika is weggevallen. Maar Europa is nog niet gewend zelf ‘het Westen’ te zijn.’

Luister hieronder naar onze politieke podcast De kamer van Klok. Al onze podcasts vind je op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next